Groninger kerken

1300-1648

De kampvechters van Westerwijtwerd

Bij een restauratie van de kerk van Westerwijtwerd in 1897 viel een groot stuk pleisterwerk naar beneden. Hierachter kwam een tekening te voorschijn van twee mannen met zwaarden. Het is een wonderlijke tekening, primitief, maar vol leven. De figuren zijn geharnast en hebben hun zwaard opgeheven, gereed voor een gevecht op leven en dood. De een wordt vergezeld van een gevaarlijke hond of kat, de ander heeft een draakachtig wezen aan zijn zijde. Wie zijn deze wonderlijke kampvechters? En waarom zijn ze op de kerkmuur van Westerwijtwerd geschilderd?

De kampvechters van Westerwijtwerd
Westerwijtwerd vanaf de Dorpsweg. - Foto: Hardscarf via Wikimedia Commons

Friese krijgers

Onderzoek heeft uitgewezen dat de schildering uit de 14de eeuw moet stammen. Maar de wapens en de kleding van de strijders lijken uit de 12de eeuw afkomstig. Waarschijnlijk is het fresco dus gemaakt naar een 12de eeuws voorbeeld. Misschien heeft een pentekening ten grondslag gelegen aan de afbeelding, of een miniatuur uit een verluchte bijbel.

Beide krijgers hebben dezelfde opvallende haardracht: een korte pluk op het voorhoofd en de rest kortgeknipt of geschoren. Dit was de typische haardracht van Friese krijgers uit die tijd. Alleen adellijke Friezen mochten hun haar zo dragen en het was een belangrijk statussymbool. Hoe korter het haar, hoe hoger de krijger was in rang. Ook was het een symbool voor de onafhankelijkheid van de Friezen. Alleen Friezen die geen trouw wilden zweren aan Karel de Grote, mochten hun haar op deze wijze dragen.

Groningers waren in die tijd ook Friezen en vielen onder het gebied Frisia Magna. Het ontbreken van een feodale structuur in dit gebied betekende dat de Friezen niet hoefden te gehoorzamen aan een hoger gezag en dat er dus geen centraal bestuur bestond. Deze periode duurde tot eind 14de, begin 15de eeuw toen het machtsvacuüm door de stad Groningen werd opgevuld. Misschien was de typische uitdossing ook een toonbeeld van de Friese vrijheid? Wilde de kerk laten zien dat ze niet veel met de bisschop of ander gezag te maken had? In ieder geval past het beeld in de ‘vetemaatschappij’ die de Friese samenleving toen was. Adellijke geslachten betwisten elkaar en losten geschillen onderling op. Het kampgevecht was een gangbaar middel om onenigheid uit te vechten.

De kampvechters van Westerwijtwerd.
De kampvechters van Westerwijtwerd.

Gevecht van goed en kwaad

Het kampgevecht was ook een middel om tot een godsoordeel te komen. De winnaar had het recht aan zijn kant en dus Gods zegen. Op het vierde concilie van Lateranen (1215) was het de geestelijkheid verboden mee te werken deze praktijken, maar in de praktijk werd hier niet altijd gehoor aan gegeven. Andere proeven om godsoordeel waren de kruisproef, de vuurproef of de waterproef. Bij de vuurproef werd de gedaagde gedwongen over hete kolen te lopen of een gloeiend hete staaf beet te pakken. Als de ontstane brandwonden goed zouden genezen, was de onschuld bewezen. De waterproef werd vaak gebruikt om hekserij te bewijzen. Als de verdachte bleef drijven, was hij of zij een heks. De kruisproef was een stuk onschuldiger. Beide partijen die met elkaar in de clinch lagen, moesten zo lang mogelijk in kruishouding blijven staan, dat wil zeggen met de armen omhoog. Wie het eerst de armen liet zakken, bekende schuld.

In kerken komt de voorstelling van het kampgevecht vaker voor als voorbeeld van de strijd tussen goed en kwaad, een klassiek thema in de christelijke symboliek. Het lichamelijk gevecht staat dan symbool voor de geestelijke strijd van de mens, tegen verleidingen en het kwaad. Vaak worden zulke voorstellingen  vergezeld van beesten die het goede en kwade symboliseren. De dieren uit de afbeelding van Westerwijtwerd moeten ook in deze context worden uitgelegd.

De kerktoren van Westerwijtwerd. - Foto: Kening Aldgilles via Wikimedia Commons
De kerktoren van Westerwijtwerd. - Foto: Kening Aldgilles via Wikimedia Commons

Andere muurschilderingen in Groningen

Ook in andere kerken in Groningen bevinden zich afbeeldingen van kampvechters op het plafond. Zo hebben ook de kerken van Den Andel, Woldendorp en Stedum fresco’s van vechtende figuren. In Den Andel gaat het om twee vechtende ruiters, gezeten op een paard. De ene ruiter heeft de kleuren zwart/wit, terwijl de andere een rood/gele kleur heeft gekregen. Schuin tegenover deze riddervoorstelling staan twee mythische beesten afgebeeld, die sterk doen denken aan de dieren van de afbeelding uit Westerwijtwerd. De beesten staan met opgeheven klauwen tegenover elkaar. Het linker dier is in rood uitgevoerd en heeft de kop van een katachtig wezen. Het rechter dier heeft een spitsere snuit met hoorns en lijkt vleugels te hebben. Dit is waarschijnlijk de draak, het symbool voor het kwaad, terwijl het katachtige dier een panter zou kunnen zijn, zijn vijand en symbool voor het goede.

De afbeelding uit Stedum is van een wat latere datum, het laatste kwart van de 15de eeuw. Op deze voorstelling zijn geen professionele strijders te zien, maar ‘gewone’ vechtende burgers die elkaar met korte zwaarden te lijf gaan. In de context van de andere afbeeldingen in deze kerk, waaronder de zondeval, kan worden geconcludeerd dat het ook hier gaat om het uitbeelden van het gevecht tegen het kwaad.

Vooral de kampvechters van Woldendorp hebben een opvallende gelijkenis met die van Westerwijtwerd. Zo hebben beide linkerfiguren een speer in de hand en is er op hun schild een speer afgeketst. Ook staat de rechterfiguur in dezelfde voorovergebogen houding. De haardracht is bij de krijgers van Woldendorp echter niet gelijk en op de fresco uit Woldendorp staan geen dieren afgebeeld. Toch is het niet waarschijnlijk dat de afbeeldingen door dezelfde hand zijn gemaakt. Die uit Woldendorp is iets jonger en is met meer deskundigheid afgebeeld. Waarschijnlijk zijn de schilderingen naar aanleiding van hetzelfde voorbeeld gemaakt, bijvoorbeeld een miniatuur.

Het kampvechtersthema was dus een veelvoorkomende afbeelding, die de kerkgangers moest leren over de menselijke strijd tegen het kwaad en wijzen op hun eigen zonden.  Als getuigen van een vetemaatschappij waarbij geschillen werden uitgevochten, staan ze symbool voor de eeuwige strijd van goed en kwaad.