Groninger kerken

500-1648

De ijzige heilige van Godlinze

Kerken kregen bij hun stichting altijd een patroonheilige mee, die de naam gaf aan de kerk en bescherming zou bieden. Bij veel kerken is het heel duidelijk aan welke heilige ze zijn verbonden, denk aan de Martinikerk in Groningen of de Nicolaikerk van Appingedam. Van andere kerken is dit echter minder duidelijk of is de naamheilige in de loop van jaren in de vergetelheid geraakt. Na de reformatie raakte deze namelijk vaak in onbruik. Zo is het lange tijd onduidelijk geweest wie de naamheilige was van de kerk in Godlinze. Op de klok van de kerk staat echter dat ze gegoten is in 1435 ‘in honore pancratii’. Een klok in een kerk kan echter aan een andere heilige zijn opgedragen, dan de patroon van de kerk. In een oude kroniek staat echter ook Pancratius vermeld als patroonheilige van Godlinze.

De ijzige heilige van Godlinze

Plafondschildering in de kerk van Godlinze.

Heilige van trouw

Pancratius zou een martelaar zijn geweest, die tijdens de Christenvervolgingen in Rome zou zijn gedood. Als kind was Pancratius na de dood van zijn ouders toevertrouwd aan de zorg van zijn oom Dionysius en in Rome gaan wonen. Zijn oom was in de leer bij paus Cornelius (†253) en ook Pancratius werd bekeerd en gedoopt. Toen zijn oom vervolgens stierf, werd Pancratius naar de keizer gebracht die hem dwong zijn geloof af te zweren. Pancratius weigerde echter en weigerde ook te offeren aan de heidense Goden. Als straf werd de veertienjarige koppige jongen door een zwaard onthoofd. Na zijn dood werd boven zijn graf een aan hem gewijde kerk gebouwd, nadat er rond zijn graf allerlei wonderen hadden plaatsgevonden.

Door zijn standvastigheid was Pancratius vooral de heilige van ‘wat gezworen is’ en wreker van de meineed. Wanneer iemand een gelofte op Pancratius  aflegde, zou hij nog voor hij het daadwerkelijk had verbroken, gegrepen worden door de duivel. Het afleggen van een eed op Pancratius gold dan ook als heilig. Gregorius van Tours verhaalt in de zesde eeuw dat wie een valse getuigenis aflegt in de buurt van de relieken van Pancratius, gek wordt of dood zal neervallen. In het verlengde hiervan werd Pancratius ook de patroon van ridders en de eed van trouw die ze af hadden gelegd. In afbeeldingen draagt Pancratius ook vaak een ridderkostuum.

Klaver of palmtak?

Pancratius wordt meestal afgebeeld met het zwaard waarmee hij werd onthoofd of een palmtak. Op het plafond van de kerk van Godlinze staat de patroonheilige een aantal keer afgebeeld. Bij de ene afbeelding is het heel duidelijk dat het om Pancratius gaat: de figuur is afgebeeld in een harnas en draagt een groot zwaard, het signatuurvoorwerp van deze heilige. Er staat echter nog een andere figuur afgebeeld die voor wat raadselen stelt. Deze draagt een soort klaver in de ene hand, maar een zwaard in de andere. Het klavertje verwijst meestal naar de Engelse heilige sint Patrick. Deze heilige wordt echter nooit afgebeeld met een zwaard, maar met een staf. Waarschijnlijker is het dus dat het ook hier gaat om Pancratius en dat het om een palmtak gaat, zij het dan in een wat wonderlijke vorm. Wellicht had de schilder geen idee hoe zo’n exotische plant eruit zag? Of is ze bij de 16e eeuwse restauratie van de schilderingen verkeerd aangebracht?

Vier gestrenge heren

Samen met Servatius en Bonifatius van Tarsum wordt Pancratius gerekend tot  het trio der ijsheiligen, waar soms ook de heilige Mamertus toegerekend wordt. De vorst die in mei soms nog op kon treden, verbond men met de heiligen wiens naamdag in deze maand viel. Achtereenvolgend waren dat 11 mei (Mamertus), 12 mei (Pancratius), 13 mei (Servatius) en 14 mei (Bonifatius). Het begrip ijsheiligen is een van de oudste begrippen in de volksweerkunde, dat rond het jaar 1000 voor het eerst voorkomt. In de volksmond werden de heiligen wel de ‘gestrenge heren’ genoemd. Men zag ze als de veroorzakers van vorst. In sommige landen wordt ook nog 15 mei, de feestdag van Sint Sophie, of koude Sophie, tot IJsheiligen gerekend. In verschillende volksrijmpjes wordt aan dit fenomeen gerefereerd:

Pancraas, Servaas en Bonifaas,
geven ijs en vorst helaas.
Voor ijsheiligen de bloemen buiten,
veelal kun je daar naar fluiten,
wacht af tot ze zijn voorbij,
de bloemen zijn u daarvoor blij.