1914-1989

Laurence Dufour, de eerste domina in het Oldambt

Ze is niet voor een kleintje vervaard. Als Laurence Caroline Dufour in 1937 haar intrede doet als domina bij de evangelisch lutherse gemeente in Winschoten haalt ze flink uit naar de kerkgangers: genoeg is genoeg. Het is nu afgelopen met de onderlinge ruzies. De eerste vrouwelijke dominee in het Oldambt beslecht in Winschoten een broederstrijd.

Laurence Dufour, de eerste domina in het Oldambt

Laurence Dufour en prinses Juliana op de stoep van de pastorie in Groede in 1934. – Foto: Haagsche Courant, 5 september 1934

Op 24 september 1934 brengt prinses Juliana een bezoek aan Zeeland. Onder de kop ’Jubeltocht door Oostelijk en Westelijk Zeeuws Vlaanderen’ bericht de Vlissingsche Courant over een opvallend uitstapje dat de prinses in het dorp Groede maakt. Ze wil één van haar mede-studenten uit Leiden ontmoeten, domina Laurence Caroline Dufour. ’Jula’, zoals haar studiegenoten haar indertijd noemen, studeert van 1928 tot 1930 literatuur en godsdienst aan de universiteit van Leiden.

Juliana kent Laurence Dufour uit de tijd waarin zij voorzitter is van de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (VVSL). Kennelijk maakt zij dan diepe indruk op de latere koningin, want deze nodigt Laurence uit op Het Loo. Juliana boomt daar in het jachtslot Het Aardhuis met haar Leidse vriendinnen over geloof en de positie van de vrouw. Laurence verzorgt op die ’conferenties’ de godsdienstoefening.

De prinses wil haar bij haar bezoek aan Zeeland niet links laten liggen en dus stopt om half vier des middags het koninklijk gezelschap bij de pastorie van Groede. Juliana praat een half uur met haar ’vriendin’, die dan drie jaar in het Zeeuwse dorp domina is.

<p>Laurence Dufour en prinses Juliana op de stoep van de pastorie in Groede in 1934. &ndash; Foto: Haagsche Courant, 5 september 1934</p>

Laurence Dufour en prinses Juliana op de stoep van de pastorie in Groede in 1934. – Foto: Haagsche Courant, 5 september 1934

Niet alleen op de prinses moet Dufour (geb. 1902) een onuitwisbare indruk achtergelaten hebben, ook haar omgeving kan niet om de sterke persoonlijkheid heen. Ze heeft als theologiestudente al naam gemaakt binnen de lutherse gemeenschap, want in 1923 vraagt zij de synode een uitspraak te doen over vrouwelijke predikanten. Na een lange en vurige discussie gaat de synode akkoord. Jantine Haumersman (geboren in Groningen) wordt in 1929 als eerste vrouwelijke dominee aangesteld in Woerden. Twee jaar later wordt Dufour in Groede beroepen.

De lutheranen zijn in Nederland niet de eersten die een vrouw op de kansel tolereren. De doopsgezinden hebben de primeur. In 1911 treedt Anna Zernike als eerste domina aan in De Knipe in Zuidoost-Friesland en in 1920 volgt de remonstrantse broederschap. De hervormden (1954) en gereformeerden (1970) staan pas ver na de oorlog een vrouw in het ambt toe.

Broederstrijd

Laurence Dufour komt haar ’concurrente’ Haumersman in 1937 tegen als beiden op het verlanglijstje staan van de evangelisch lutherse gemeente in Winschoten. Dufour, dan nog predikante in Groede, heeft de voorkeur. Bij haar komst maakt ze er geen geheim van dat zij een einde wil maken aan een soort broederstrijd in Winschoten.

De lutheranen daar zitten al vijftien jaar zonder dominee. Onderling gekrakeel of de gemeente nu rechtzinnig in de leer moet worden of vrijzinnig verscheurt het kerkgenootschap. Bij haar intrede zet zij meteen de toon en preekt over psalm 127: “Als de Heere het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers.” Ze behoort tot de rechtzinnige richting en brengt met haar kordaat optreden rust en stabiliteit in Winschoten. De gemeente groeit van 73 naar 105 leden.

Tijdens de oorlogsjaren blijft zij wat op de achtergrond, hoewel het verhaal gaat dat zij kort na de inval van de nazi’s het Wilhelmus laat zingen in de kerk. In een interview in het Nieuwsblad van het Noorden zegt zij over die jaren: “Ik kon nog wel eens iets over de oorlogstoestand zeggen in mijn preek. Ik was toch een vrouw alleen.”

Diaconessenhuis

In Winschoten woont Laurence Dufour met een tante aan de Boschsingel 22. Ze blijft ongetrouwd, een lot dat meer van haar collega’s treft. Het burgerlijk wetboek schrijft in die tijd voor dat een vrouw haar man moet volgen als hij elders een baan vindt. Voor een kerkelijke gemeente een risico om opeens zonder voorganger te zitten.

In 1949 vertrekt Laurence Dufour uit Winschoten en wordt ziekenhuispredikante in het Diaconessenhuis (het latere Martiniziekenhuis). Ook daar laat ze zich gelden. Ze zorgt voor ringleiding in het ziekenhuis zodat slechthorenden haar morgenwijding kunnen beluisteren. Bij haar afscheid in 1986 wordt ze uitbundig gefêteerd. Bescheiden als zij is, verwacht zij als cadeau niet meer dan een ’Kaaps viooltje’, bekent ze in de krant. Vrienden en sympathisanten doen echter een flinke duit in het zakje met een royale boekenbon. In 1988 overlijdt zij op 86-jarige leeftijd.