1815-1914

Het wiegje van Ot en Sien

Het leesplankje Aap-Noot-Mies, de boekjes over Ot en Sien en Pim en Mien: generaties kinderen zijn er mee opgegroeid en bij menige 50-plusser roepen de tekeningen van een wereld die allang verleden tijd is, dierbare herinneringen op. Maar wie weet dat de wiegjes van deze tot iconen uitgegroeide scheppingen van Cornelis Jetses (1873 - 1955) aan de Westersingel in Groningen stonden, meer precies: in de meubelfabriek 'Nederland' van J.A. Huizinga?

Het wiegje van Ot en Sien

Het leesplankje, met tekeningen van Cornelis Jetses.

Het contact tussen Cornelis Jetses en Jacobus Huizinga werd gelegd door Pieter Gabriel van der Tuin (1872 - 1938). Pieter was de boezemvriend van Cornelis Jetses. Samen volgden zij tekenlessen aan de Academie Minerva in Groningen. De loopbaan van Pieter zou een andere wending krijgen: hij wist zich op te werken tot boekhouder bij de meubelfabriek van Huizinga. In de periode 1900-1910 woonde het gezin Van der Tuin op de Westersingel 2, dat wil zeggen in een woning in de fabriek die gevestigd was op de nummers 2-4-6.

In Duitsland

Cornelis Jetses richtte zich in de jaren vóór 1900 op de schilderkunst, allerminst op het illustreren van boeken. In november 1901 woonde hij in Duitsland in de buurt van Bremen, waar hij de historieschilder A. Fitger assisteerde bij grote decoratieve opdrachten voor openbare en particuliere gebouwen. Huizinga wilde rond die tijd een catalogus uitgeven van zijn meubels, iets wat zijn boekhouder blijkbaar ter ore is gekomen. In ieder geval attendeerde hij zijn werkgever op het bestaan van Jetses en dat deze heel best in staat was de illustraties te tekenen.

<p>Een affiche voor Huizinga&#39;s Meubelfabriek &#39;Nederland&#39;, getekend door Cornelis Jetses. - Foto: Stichting Huizinga Meubel Nederland</p>

Een affiche voor Huizinga's Meubelfabriek 'Nederland', getekend door Cornelis Jetses. - Foto: Stichting Huizinga Meubel Nederland

Aldus geschiedde. Jetses maakte de tekeningen voor de catalogus en kwam zo in contact met het uitgeversbedrijf van J.B. Wolters. Nadat de catalogus was gedrukt, benutte Jetses de gelegenheid om de heren uitgevers te vragen of ze aan hem wilden denken als ze tekenwerk hadden uit te besteden. Begin december 1901 kreeg Jetses een brief van Wolters-directeur E.B. ter Horst die hem schreef: "Naar aanleiding van ons gesprek van j.l. maandag heb ik de eer u te berichten dat wij een paar alleraardigste boekjes voor u ter illustratie hebben." De boekjes betroffen Dicht bij Huis, van Jan Ligthart en Hindericus Scheepstra.

Leren lezen

Er verschenen vier deeltjes Dicht bij huis in 1902 en 1903, met verhaaltjes en tekeningen over het dagelijkse leven. Later verschenen van hetzelfde drietal auteurs de boekjes Nog bij moeder, waarin Ot en Sien de hoofdrol speelden (1904-1905), Pim en Mien (1907-1908), Het prentenboek van Ot en Sien (1909), Buurkinderen (1911-1912) en Blond en bruin (1912). Ligthart, Scheepstra en Jetses werden ook gevraagd om een nieuwe versie van het Leesplankje van Hoogeveen te maken. In 1906 verscheen het leesplankje waarmee generaties Nederlandse kinderen leerden lezen: aa p / n oo t / m ie s / wim / zus / jet / t eu n / v uu r / gijs / lam / kees / bok / w ei de / does / hok / duif / scha - pen.

Laatste vraag

Resteert er nog één intrigerende vraag: de plaatjes op het leesplankje zijn van Cornelis Jetses. Maar heeft iemand zich ooit afgevraagd waar het plankje vandaan kwam? Wie heeft die duizenden houten plankjes gemaakt? Stel je - gelet op de nauwe relatie tussen de verschillende betrokkenen (Huizinga, Wolters, Jetses) - nu eens voor dat dat de meubelfabriek 'Nederland' is geweest...

 

Bronnen:
- Niemeijer, Jan A. (1976) De wereld van Cornelis Jetses. Uitgeverij De Vuurbaak, Groningen
- Archief Stichting Huizinga Meubel Nederland / www.meubelfabriekhuizinganederland.nl
- Archief Stichting Jetses / www.cornelisjetsesstichting.nl