Oorlog in Stad en Ommeland

1914-1945

Het onderduikkamertje van Bert Hiemstra

Albert (Bert) Hiemstra (24-06-1915) komt uit een socialistisch gezin. Geboren in Amsterdam nemen zijn ouders hem op zevenjarige leeftijd mee naar Groningen, omdat vader een baan krijgt als vakbondsbestuurder met als standplaats Groningen. Bert komt te wonen in de Peperstraat waar hij geniet van een onbekommerde en plezierige jeugd. Het socialistische gedachtegoed krijgt hij met de paplepel ingegoten. En ook hulpvaardigheid is een deugd die in Huize Hiemstra hoog in het vaandel staat; iets waar hij in de oorlog nog vaak aan herinnerd zal worden. Als adolescent wordt hij colporteur van het tijdschrift Vrijheid Arbeid Brood. Dit magazine bevat al vroeg - ver voor de bezetting van Nederland - informatie over de gevaren van het Hitler-regime.

Bert kiest na afronding van de ULO voor het vak van leraar en gaat naar de jongenskweekschool. Na afronding van deze opleiding kan hij niet direct werk vinden en hij wordt aanvankelijk onbezoldigd leraar op de schippersschool in Groningen. Ondertussen heeft hij via de ‘Jongerenclub’ van de vakbond de knappe Martje - ook een docente - leren kennen, met wie hij zich al gauw verlooft. In 1941 trouwt het stel en met de juiste contacten op de juiste plaats vinden ze een huis in de voorname J.A. Feithstraat op drie hoog.

Onderduikers

Als in 1942 de Jodenvervolging een aanvang neemt, wordt Bert door een partijgenoot gevraagd of hij de jonge Joodse arts Govert de Haas als onderduiker in huis wil nemen. Dit appelleert zodanig aan zijn gevoel van sociaal zijn met de medemens, dat hij en Martje na een eerste aarzeling toestemmen. Immers, kinderen zijn nog niet geboren en het huis met zijn vier kamers biedt voldoende ruimte voor een extra persoon. Er wordt een kamertje ingericht speciaal voor deze gast, compleet met 1-persoonsbed en andere meubels. Het klikt goed tussen de Hiemstra's en Govert. Ook Goverts verloofde Ilse, die als au pair bij een mevrouw in de kost is - haar dekmantel voor haar Joodse identiteit - wordt een goede bekende van Bert en Martje. Govert is niet continu in Huize Hiemstra. Hij 'rouleert', zoals wel meer onderduikers. Iedere zoveel weken een ander adres, maar steeds komt hij terug.

Bonnen

Van het een rolt Bert in het ander en zonder dat hij precies kan navertellen hoe het zich ontwikkelt wordt hij op zeker moment gevraagd bonkaarten op te halen voor diverse onderduikers. Hieronder bevinden zich de ook onderduikers van zijn familie - zijn ouders en schoonouders hebben ook ‘onzichtbare’ gasten: Joden en OT-weigeraars - maar ook mensen die Bert in het geheel niet kent. Via een contact op het distributiekantoor in de Harmonie verkrijgt Bert iedere maand bonkaarten voor ‘zijn’ onderduikers, zowel zijn eigen onderduiker als degenen die anderen in huis hebben, op zeker moment zeventien in getal.

Zo gaat het leven van de Hiemstra's voort: wanneer Govert er niet is, logeren er andere jongens in het 'onderduikkamertje', meestal kameraden uit de partij of vrienden van de familie, jonge jongens die niet voor de Duitsers willen werken. En voor hen en nog vele anderen haalt Bert iedere maand trouw de benodigde bonkaarten op. Vaak ook doet hij dit samen met zijn vrouw en zijn inmiddels geboren dochtertje Greetje, wier matrasje in de kinderwagen een mooie plek vormt om de stapel bonkaarten onder te verbergen. De aanvankelijk gevoelde angst om het potentiële gevaar neemt langzaam af, totdat als gevolg van arrestaties het zo handige lijntje met het distributiekantoor abrupt wordt afgesneden.

Niet veel later krijgt Bert te horen dat hij in het vervolg zijn bonnen bij partijgenoot Boekhoven, alias 'De Groot' op het Nassauplein moet betrekken. Boekhovens vriendin, Dinie Aikema, is een goede vriendin en collega van Martje, waardoor Bert zich al snel op zijn gemak voelt op dit adres. "Hoeveel moet je hebben?" is Boekhovens meest gestelde vraag, waarna de grote koffer op tafel komt met daarin een ogenschijnlijk schier onuitputtelijke hoeveelheid bonnen. Op Boekhovens adres verblijft ook Anda Kerkhoven, een verzetsvrouw van Indische komaf. Op dit adres komt Bert ook enkele maanden, totdat de hele groep 'De Groot' als gevolg van vilein verraad wordt opgerold.

Bevrijding

Uit angst dat hij ook gearresteerd zal worden, duikt Bert onder aan de andere kant van de stad bij vrienden. Na enkele weken blijkt dat men hem niet zoekt en hij keert met zijn gezin terug naar hun huis. Kort daarna beleven ze de bevrijding, die diepe indruk maakt. Een ingekwartierde Duitse officier die een dag ervoor bij hem logeert, op het al bekende kamertje, doet hem inzien dat niet alle Duitsers slecht zijn. De gevechten tussen de Duitsers en de Canadezen bezorgen hem angstige momenten, de vreugde na afloop wordt hierdoor des te groter. Er wordt ook nog een paar maanden een Canadese soldaat ingekwartierd op het kamertje.

Al snel na de bevrijding hoort Bert dat zijn vriend Govert de oorlog ook heeft overleefd. De vriendschap met Govert duurt de rest van zijn leven, totdat Govert in 2006 overlijdt. In datzelfde jaar sterft ook Martje, Berts geliefde vrouw. Bert Hiemstra woont nu in Haren en leeft een gezond en actief leven te midden van zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.