De canon van Groningen

1914-1989

Groninger Boegbeeld 39: Albert Egges van Giffen

Archeoloog

Als biologiestudent en toezichthouder op wierdeafgravingen bij het Groningse Dorkwerd, in 1908, krijgt Van Giffen (1884-1973) belangstelling voor archeologie. Een glansrijke carrière volgt: conservator bij het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, conservator en bestuurslid van het Groninger Museum, oprichter van het ‘Biologisch-Archaeologisch Instituut’ in Groningen, buitengewoon hoogleraar prehistorie en archeologie aan de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar prehistorie en Germaanse archeologie in Groningen en medeoprichter van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort, waarvan hij tevens de eerste directeur is, en medeoprichter van het instituut voor Pré- en Protohistorie te Amsterdam.

Als archeoloog voert hij vele opgravingen uit in de drie noordelijke provincies, waaronder het baanbekende onderzoek van de dorpswierde van Ezinge (1923-1934) en het in kaart brengen van de hunebedden.

De betekenis van de in Noordhorn geboren Van Giffen is nationaal en internationaal, vanwege nieuwe opgravingtechnieken en onderzoeksvelden en vanwege zijn inbreng van natuurwetenschappen in de archeologie, zoals de botanie en zoölogie en methodes als de koolstofdatering.