75 jaar vrijheid

1940 tot 1945

De bevrijding gezien door de ogen van een veertienjarige jongen

Tom Engelsman werd geboren in 1930 in de Waterstraat in Delfzijl. Hij was vijftien bij de bevrijding. 'We hebben tien dagen in de kelder gezeten. We konden af en toe door het raampje naar buiten klimmen en over de stropakken heen kijken wat er aan de hand was. Als het even kon, ging ik naar buiten. Het mocht niet van mijn ouders, maar ja: de deur stond open. Mijn eerste Canadees kwam ik tegen in de Wettersteinstraat, dichtbij de bunker. Hij had een dikke sigaar in zijn mond. Dat wilde ik ook, dus na de bevrijding heb ik me misselijk gerookt om net zo stoer te lijken.

Tom is vijftien en in de chaos na de bevrijding gaat hij voor de Binnenlandse Strijdkrachten aan het werk. 'Ik werd ordonnans. Ik kreeg een armband en een nieuwe fiets en ik mocht boodschappen rondbrengen, ook aan de Canadezen. Wat ik allemaal gezien heb! Ik kreeg witbrood mee naar huis en gedroogde abrikozen. Ik wist niet eens wat dat waren.'
Aan de Gracht was het barakkenkamp waar de NSB'ers gevangen zaten. 'Ernaast was de Canadese Militaire Politie gevestigd, in een villa.' Tom spreekt als ordonnans wel eens met Canadese MP's en ziet wat er gebeurt. 'De vrouwen en de 'moffenmeisjes' stonden daar te huilen. Soms moesten ze bij de Canadezen schoonmaken. Maar als ik bij de MP binnen was om boodschappen te brengen, lagen die meisjes daar op matrassen in de kamers. Ze kregen chocolade en sigaretten. Ik snapte het toen niet. Nu wel.' Tom heeft ook gezien hoe de Canadezen de bewakers van het vrouwenkamp pakjes sigaretten toegooiden. 'Als de schildwachten niet keken, hielpen de Canadezen de meisjes door de prikkeldraadversperring heen. Ze gingen uit eigen beweging mee.'

De bevrijding gezien door de ogen van een veertienjarige jongen

Canadezen in een Bren Carrier en Shermantank op de Uitwierderweg in Delfzijl, bevrijding 1945. - Foto: Collectie Gemeente Delfzijl