Onderweg

1815-1914

Eerst Napels zien en dan sterven

Het was het derde kwart van de negentiende eeuw. De Groninger scheepvaart bloeide. Schippers uit de Veenkoloniën voeren overal waar geld te verdienen viel. Ze voeren tussen 1850-1870 ook op het één-natie-in-wording-zijnde Italië. In de havens van Livorno, Venetië, Triëst (dat behoorde aan Oostenrijk-Hongarije) en Napels waren veenkoloniale schippers te vinden in die jaren.

Eerst Napels zien en dan sterven
Het scheepsportret 'bij nacht' van de 'Willem', van kapitein Jan Harms de Weerd uit Pekela (uitsnede). - Foto: Kapiteinshuis Pekela

De schippers konden in Napels scheepsportretten laten maken met een rokende of gloeiende Vesuvius op de achtergrond. Zo kon het gebeuren dat kapitein Jan Harms de Weerd uit Pekela besloot om zijn schip de ‘Willem’ te laten portretteren. Hij liet zowel een dag- als een nachtportret maken. Op het dagportret staat de ‘Willem’ volgetuigd, met op de achtergrond de rokende Vesuvius.

Volkskunst

Op het nachtportret staat het schip met gereefde zeilen, uitgeworpen anker met op de achtergrond de gloed van de Vesuvius . Deze scheepsportretten vormden een soort volkskunst. In Napels lagen stapels schilderijen klaar waarop de achtergrond (lichtblauw voor de dag of donker voor de nacht) al was aangebracht. Als een geïnteresseerde schipper dan langskwam, werd met gouache het schip ingeschilderd.

Actieve Vesuvius

Vreemd genoeg stond op zowel het dag- als op het nachtportret linksonder een tafereel met enkele vissende Napolitanen. Dit deed men omdat anders de Vesuvius rechtsboven in de compositie te veel overheerste. Dat de Vesuvius in die tijd actief was, klopt; de vulkaan was van midden zeventiende eeuw tot 1944 bijna continu actief. Napels en Santa Lucia, de havenwijk van de stad, werden ook waarheidsgetrouw afgebeeld.

De 'Willem' bij dag. - Foto: Kapiteinshuis Pekela
De 'Willem' bij dag. - Foto: Kapiteinshuis Pekela

Sterfgeval

Jan Harms de Weerd stierf op 28 december 1856 aan boord van de ‘Willem’ die op dat moment voor anker lag in de haven van Triëst. Zoals gebruikelijk was, volgde de eerste stuurman hem op. Zo werd zijn zoon Melle de Weerd de nieuwe kapitein. Jan Harms de Weerd was maar 46 jaar geworden, maar hij had tenminste Napels gezien voordat hij stierf.

De scheepsportretten van de ‘Willem’ en meer zijn te zien in het Museum Kapiteinshuis te Nieuwe Pekela.