75 jaar vrijheid

1940 tot 1945

Een verzetsgroep verraden

Willem Dresselhuis (1899-1945) was actief in het Winschoter verzet. Omdat hij als koopman (hij had met zijn broer een fietsenhandel, Dresselhuys) veel in Noord-Duitsland kwam, leerde hij al vroeg over de nazi-ideologie en hij spande zich vanaf het begin van de oorlog in om onder andere joden te helpen. In september 1942 werd hij voor de eerste keer gearresteerd, maar dankzij een huisartsenattest en hulp van een advocaat (gelieerd aan het verzet) kwam hij na zes weken vrij. 

Vanaf die tijd werd Dresselhuis in de gaten gehouden. Hij werkte samen met onder andere dominee A. Du Croix, maar alleen maar via zijn verbindingsman Du Pré. De groep hield zich onder andere bezig met onderduikers, illegale pers, spionage, wapens, verbergen van aanslagplegers en met pilotenlijnen. 

Dresselhuis en de anderen werden in de gaten gehouden en in de tweede helft van 1943 probeerde de V-man Karl Huschka te infiltreren. (V-man staat voor 'vertrouwensman', een soort dubbelspion) Dresselhuis was erg voorzichtig en wilde alleen nog contact met de groep via codes die op de zijkant van een luciferdoosje werden geschreven. Maar de V-man wist al genoeg. Dresselhuis dook onder, maar juist toen hij weer naar huis terugkeerde op 14 april 1944, werd hij alsnog gearresteerd. Bijna de complete verzetsgroep werd opgepakt: ze zaten drie maanden in Groningen en van daaruit naar Amersfoort of Vught. Toen de geallieerden in aantocht waren en de mannen de oorlogsgeluiden al hoorden, werd het kamp ontruimd: Willem Dresselhuis kwam in Neuengamme terecht, waar hij op 30 december 1944 stierf door uitputting.