Groninger Vrouwengalerij

Wilhelmina Bladergroen: een baanbrekende praktijkvrouw

Haar eigen weg volgen. Dat is waar ze goed in was. Wilhelmina Bladergroen (1908-1983) werd met deze instelling grondlegster van de universitaire orthopedagogiek en pionier in het onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM).

Gefascineerd richtte ze zich op jeugdproblematiek, dat volgens haar veroorzaakt werd door stoornissen in de motorische en ruimtelijke ontwikkeling. Bladergroen verdedigde het recht van kinderen om te spelen, hetgeen volgens haar dé methode was om te kunnen leren. Ouders hadden daarbij de plicht om hun kinderen zorgvuldig te begeleiden.

Jeugd

Wilhelmina Johanna Bladergroen werd geboren in Amsterdam als dochter van kantoorboekhandelaar Willem Frederik Bladergroen en Hendrika Maria Bruchner. Ze zou haar jeugd later omschrijven als eenzaam. Haar ouders waren erg muzikaal. Vader zong en moeder speelde piano, waardoor er weinig tijd werd vrijgemaakt voor de kinderen. Bladergroen volgde al vroeg haar eigen pad. Ze rondde allereerst haar gymnasiumopleiding af aan het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium en durfde, tegen de wil van haar ouders in, voor een MO-opleiding lichamelijke opvoeding te kiezen. Haar ouders zagen hun dochter liever iets in de muziek doen, maar ‘Mien’ zag zichzelf na een aantal turnlessen wel als gymnastieklerares. Het bleek slechts een opmaat naar een baanbrekende carrière.

Universitaire opleiding

Wilhelmina Bladergroen werkte als lerares in achterstandswijken en liep daar tegen veel sociale misstanden aan. Ze besloot het Vrijzinnig Christelijk Jeugdwerk op te richten en startte een tehuis voor jonge werklozen. Ze kwam hierdoor in aanraking met nog meer jeugdproblematiek. Het deed haar besluiten om in 1932 toch nog een universitaire opleiding te volgen. Als één van de eerste vrouwen ging zij psychologie aan de Universiteit in Amsterdam studeren.

<p>Wilhelmina Bladergroen. Foto Sjors Visscher, Groninger Archieven<br />
&nbsp;</p>

Wilhelmina Bladergroen. Foto Sjors Visscher, Groninger Archieven
 

Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog brak uit waardoor Bladergroen haar opleiding versneld voltooide en haar doctoraal in de psychologie op 6 juli 1940 behaalde. Vervolgens ging ze aan de slag als zelfstandig kinderpsycholoog in Amsterdam. Haar harde werk bleef niet onopgemerkt en binnen twee jaar moest ze een gebouw huren om haar uitpuilende klas goed te kunnen bedienen. Leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden uit het hele land genoten hier van het zogenoemde LOM-onderwijs. Ze richtte daarnaast een internaat met praktijkruimte in. Ze werd enige tijd vastgezet in Kamp Vught omdat ze Joodse kinderen had verborgen in het internaat. Na haar vrijlating overleefde ze wonder boven wonder de hongerwinter, maar was ze toch genoodzaakt haar inrichting wegens financiële tekortkomingen te sluiten.

Orthopedagogiek

Bladergroen was workaholic. Ze stelde haar leven in dienst van het welzijn van het kind. Na de oorlog werd ze benoemd tot eerste lector in de kinderpsychologie aan de Rijksuniversiteit te Groningen, maar in haar werk schoof ze echter steeds meer op naar de orthopedagogiek. Bladergroen was een echte praktijkvrouw en wetenschappelijke publicaties bleven dan ook uit. Desondanks benoemde de faculteit der Sociale Wetenschappen in Groningen haar in 1966 tot gewoon hoogleraar in de opvoedkunde van het afwijkende kind.

Bladergroen was inmiddels uitgegroeid tot een bekende autoriteit in de orthopedagogiek in zowel binnen- als buitenland en ging met pensioen in 1978. Ze stichtte in Groningen drie LOM-scholen, had een bloeiende particuliere praktijk in de stad, gaf veel lezingen met als doel kinderen meer leer- en speelomgeving te bieden en verscheen veel in de media. Hiermee heeft ze Groningen op de kaart gezet op het gebied van de orthopedagogiek. Wilhelmina Bladergroen overleed in 1983 op vijfenzeventigjarige leeftijd in Glimmen.