Verhalen uit de regio

1815-1914

Socialisten, communisten en anarchisten

Na de verhalen over de ontwikkeling van de industrie, de landbouw en het transport in de Veenkoloniën en de onrust tussen werkgevers en werknemers eind 19e eeuw, deze keer een blik op de politieke stromingen die zich daarna aandienden.

Socialisten, communisten en anarchisten

Ferdinand Domela Nieuwenhuis, een van de oprichters van de socialistische beweging in Nederland, houdt een toespraak tijdens een demonstratie in een grote stad in het westen van Nederland. – Foto: Collectie Groninger Archieven

De vorige keer stelde ik in het drieluik van deze verhalen na diverse stakingen en opstanden de rust in de Groninger Veenkoloniën rond 1890 weerkeerde dankzij een contrarevolutie door het Rijk. Met de oprichting van de Bond van Orde door Hervorming en de adviezen die deze instantie had uitgebracht, was dit zeer goed gelukt. De revolutionaire Socialistische Democratische Bond (SDB) raakte, vooral landelijk, steeds meer naar de achtergrond. Pamfletten, vlugschriften en andere politiek georiënteerde bladen brachten een meer gematigde stemming onder het arbeidersvolk. Al eerder hadden werkgevers gemerkt dat overleg en samenwerking veel productiever waren dan het halsstarrige vasthouden aan de eigen standpunten.

SDB en SDAP

Onder aanvoering van Tjerk Luitjes stak de SDB wat later toch weer de kop op. Met name In delen van Oost-Groningen vond deze revolutionair een prima voedingsbodem voor zijn ideeën. Terwijl veel landelijke SDB’ers voorstander waren geworden van parlementair socialisme, predikte Luitjes juist het tegenovergestelde. ‘Geen gezag door welke overheid dan ook’. In 1894 richtte Pieter Jelles Troelstra in Nederland de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) op. Die kreeg in de Pekela’s in eerste instantie niet veel vaste grond onder de voeten. De veel fellere groepering van Luitjes, die na een koerswijziging de SDB in de richting van het anarchisme had gedreven, werd door zijn staatsgevaarlijke inslag verboden. Direct na dit verbod richtte de altijd ruziemakende Luitjens echter de Socialistenbond op. Die kreeg in Oost-Groningen, ook in Pekela, wel flinke steun.

Anarchisme

De Socialistenbond had in de Oost-Groninger regio een paar afdelingen die anarchistengroepen werden genoemd. De van vroeger bekende politieke leider Domela Nieuwenhuis, aanvankelijk parlementair socialist, werd een van de voormannen. In de strijd om een beter bestaan waren de principes van de anarchisten meer uitgesproken dan die van de SDAP. In de voormalige gemeente Nieuwe Pekela was het vooral de streek Boven Pekela waar het anarchisme wortel schoot. Hun verenigingsgebouw, Libereco genaamd, werd een drukbezochte ontmoetingsplaats. In het dorp Nieuwe Pekela was de groep een stuk kleiner. De Oost-Groninger anarchisten vonden SDAP’ers verraders van de goede zaak. Dat gold in hun beleving ook voor protestanten, rooms-katholieken en liberalen. Laatstgenoemden gingen zich door de dreiging van de fanatieke socialisten eveneens politiek verenigen in onder andere Patrimonium en ARP. In 1897 werd in Oude Pekela een arbeiderskiesvereniging opgericht door de nieuwe afdeling van de SDAP. Sommige beroepsgroepen, bijvoorbeeld broodbakkers en kleermakers, gingen over tot de vorming van coöperaties. Allen deden dit met eenzelfde doel: samen ben je sterk.

Geen overheidsgezag, geen wapens en geen drank

Het anarchisme van eind 19e eeuw kenmerkte zich door een afkeer van staatsdwang, militarisme en alcohol. De leden beleden verder het vrije socialisme en ze verhieven het vrije denken. In Boven Pekela was meester Vos van de ‘bovenste’ school een zeer actief lid. Hij schreef opbeurende brieven aan dienstweigeraars, bezorgde politieke geschriften bij de leden (De Wapens Neder) en gaf zijn groep zelfs een renteloze lening voor een eigen verenigingsgebouw. Van terugbetaling zag hij af. In clubhuis Libereco (Vrijheid) hielden ze lokale en regionale partijbijeenkomsten. Ook werden er regelmatig strijdbare toneelstukken opgevoerd en zong het kinderkoor Excelsior, tussen de bedrijven door, revolutionaire liederen. In de jaren zestig van de vorige eeuw nam het ledental sterk af. Libereco kon niet meer worden geëxploiteerd en uiteindelijk legde de vereniging het loodje. De Pekelder anarchisten slaagden er tijdens hun bestaan niet in een zetel in de gemeenteraad te bemachtigen.

Communisten

De groep communisten in de Veenkoloniën was in feite, net als de anarchisten, erg op zichzelf gericht. Zang- muziek- en toneelgroepen waren ook bij deze groepering vrij algemeen. Doch van de in hun ogen ongedisciplineerde anarchisten, evenals van de verwante sociaal-democraten moesten ze niets hebben. De communisten verwachtten alle heil van de wereldrevolutie die onder regie van de Sovjet-Unie was uitgeroepen. Deze ‘schone zaak’, waarin de werkende klasse het voor het zeggen zou krijgen, moest aan het volk worden verkondigd, vooral door toneel en politieke propaganda.

In 1928 werd Pekela een afdeling van de Communistische Partij Nederland (CPN) opgericht. Een van de doelen was vooral het eigen volk te bereiken. Behalve toneel en muziek waren daarbij ook sport en spel belangrijke middelen. In de vroegere gemeenten Reiderland, met plaatsen als Beerta, Finsterwolde en Nieuweschans alsook in Pekela en Winschoten wisten de communisten zich vele decennia te handhaven en veroverden ze raadszetels en wethoudersposten. Op dit moment is echter alleen in de gemeente Oldambt in de vorm van de Nieuwe Communistische Partij nog een klein restant van het communisme in Nederland over. Alle andere afdelingen van de CPN gingen eerder gezamenlijk met onder andere de toenmalige Pacifistische Socialistische Partij (PSP) over in Groen Links.

Bronnen:
400 jaar Pekela
Archieven gemeente Pekela
Medewerkers Veenkoloniaal Museum
Enkele inwoners van Boven Pekela