1914-heden

'Driftkikker' Postma hield OZMI overeind

De markante OZMI-pijp aan de Watertorenstraat 2 blijft staan. Al decennia lang markeert de 36 meter hoge pijp de skyline van Winschoten. Restant van een roemruchte zuivelfabriek (1883), de eerste in de provincie Groningen. En wie OZMI zegt, zegt Harm Postma, een even markante directeur. Een vechtjas, een driftkikker, continu op ’oorlogspad’ om zijn OZMI te laten overleven.

Hij is klein van stuk. De foto bij zijn afscheid in 1980 toont hem een kop kleiner dan zijn vrouw. Een meter zestig hooguit, iemand die je zo omver blaast. Maar dat is schijn. Harm Postma is beresterk en voor de duvel niet bang. Om de directeur van de Winschoter zuivelfabriek OZMI kan niemand heen. Een driftkop ook die het ene moment het personeel uitfoetert en het andere moment de hemel in prijst.

Postma (1920-1983) is van eenvoudige komaf. Zijn vader is postbode in het Friese Kollumerzwaag die zich offers getroost om zijn eigenzinnige zoon vooruit te helpen. Op z’n 21e is Harm al assistent-directeur bij een zuivelfabriek in Nieuw Leusden. Maar daar krijgt hij het aan de stok met de leiding. Bokkig pakt hij zijn biezen en gaat als directeur aan de slag bij Coöp. Zuivelfabriek De Vlijt in Rouveen.

Hij bruist van energie, altijd op zoek naar iets nieuws en dat vindt hij in 1952 als hij als 32-jarige directeur wordt van de OZMI, de Oldambtster Zuivelfabriek en Melkinrichting in Winschoten. Het bestuur geeft hem de opdracht de fabriek te moderniseren. Sinds 1934 is alles bij het oude gebleven. In vier jaar tijd pompt Postma miljoenen in de fabriek. Bouwen, bouwen, luidt zijn devies. ’’Stort ’m vol met beton, dan kunnen ze ’m niet slopen.’’

'Kappie'

Al snel krijgt Postma een bijnaam, ’Kappie’, naar de gelijknamige scheepskapitein strip in de Winschoter Courant. Een kleine opdonder, maar heel wat mans. Hij lokt nieuw personeel met een baan en een huis. Voor 45 gezinnen laat hij woningen bouwen in Winschoten. De big boss eist het uiterste van zijn mensen. Lummelen is er niet bij. Wie zonder te klokken koffie drinkt in de kantine vliegt er uit.

Bij zijn aantreden is diefstal uit de fabriek aan de orde van de dag. Als Postma dat gewaar wordt verschuilt hij zich nachtenlang in de bosjes en spiedt met een verrekijker naar de dieven. Eén voor één laat hij de daders op zijn kantoor komen. Wie bekent, krijgt een uitbrander maar mag blijven; wie ontkent, kan opkrassen.

De big boss is een man met twee gezichten, zo herinnert zijn secretaresse Antje Knevelbaard hem in het boek OZMI een fabriek van beton. ‘’Het ene moment schold ie je verrot, het andere moment gaf hij je een schouderklopje. Ik was bang voor hem, maar ik wist ook: die man zorgt voor je.’’

Postma heeft een aparte kijk op het aannemen van vrouwelijk kantoorpersoneel. Tegen bestuursvoorzitter ScheltoTonkens bekent hij eens: ’’Kijk naar de wijze waarop iemand de trap afloopt. Is dat verend dan is het een kwieke vrouw die van aanpakken weet.’’

Hoewel klein van postuur, permitteert hij zich een slee van een wagen, een Ford Thunderbird, meer motorkap dan auto. Hij heeft een kussen nodig om boven het stuur uit te komen, maar meestal chauffeert Willem Mulder hem, die hem eens op de man af vraagt waarom hij in zo’n bakbeest rijdt. ‘’Kijk Mulder, jongen, dan zit ik een eind van het ongeluk af.’’

Maquette van de -inmiddels gesloopte- OZMI. - Foto: Duncan Wijting
Maquette van de -inmiddels gesloopte- OZMI. - Foto: Duncan Wijting

'Tachtigjarige Oorlog'

Als een leeuw vecht Postma voor zijn fabriek en daarbij gaat hij conflicten niet uit de weg. Met de melkfabriek in Laude vecht hij een ’Tachtigjarige Oorlog’ uit. Postma kaapt melkrijders uit Westerwolde weg en dat zet kwaad bloed. Hij neemt in 1960 zuivelfabriek Duurswold in Slochteren over. Zuivelreuzen als DOMO en De Ommelanden weet hij van zich af te schudden. Maar in 1979, een jaar voor zijn pensioen, accepteert hij met pijn in het hart een fusie met gigant De Zuid-Oost-Hoek in Oosterwolde. OZMI houdt het hoofd boven water tot 1999. Dan valt het doek en volgt sloop. Op die lege plek verrijzen huizen, de pijp blijft als herinnering staan.

Op zaterdag 13 augustus 1983 sterft Postma aan zijn zoveelste hartaanval, thuis in de oudste zuivelfabriek van Nederland, Freia in Veenwouden (1879). Hij koopt die fabriek in 1969, gaat er na zijn pensioen wonen en wil Freia ombouwen tot zuivelmuseum. Het is hem niet gegund, maar twintig jaar na sluiting in 1971 herrijst Freia uit haar as, in het Openluchtmuseum in Arnhem. Postma’s droom is uitgekomen.