Levend erfgoed

1815-heden

'Adrillen: net zo mooi als Rusland'

De eerste maandag in november stroomt Oost-Groningen leeg. Van heinde en ver trekt iedereen naar Winschoten. Naar de Adrillenmarkt. Kopen en verkopen. Voor velen hèt uitje van het jaar. Een niet weg te denken fenomeen. Al 200 jaar.

'Adrillen: net zo mooi als Rusland'

De Adrillenmarkt in 1965. - Foto: collectie CHC Oldambt, www.beeldbankgroningen.nl

Aan de vooravond van maandag 5 november 1984 haalt Klaas van Dijk (75) zijn nette pak uit de kast. Dan gaat de Oostwolmer voor de 68e keer naar de Adrillen. Op de fiets. Een uitje waar hij het hele jaar naar uitkijkt. Hij trekt de deur van zijn in het lover verscholen arbeidershuisje dicht en stort zich in het gewemel van massa's mensen.

In een interview in de Winschoter Courant (03-11-84) vertelt hij dat hij vanaf zijn zevende jaar de Adrillenmarkt bezoekt. Hij graaft in zijn geheugen. In 1916 was de eerste keer, meent hij, samen met zijn pa die steevast een 'heukel' (jonge koe) op de kop tikt en mee naar huis neemt. Lopend heen en lopend terug. In draf, zegt hij, want de koe moest voor donker op stal.

Pa was, zo verklaart hij, op de centen. Voor de jonge Klaas kon er geen snoep of chocola af. “Allend 'n kop kovvie kreeg ik van d'olle heer.” Maar het deerde hem niet. Hij genoot met volle teugen van het feestgedruis in de binnenstad. Ook dit jaar (1984) gaat hij weer. Alleen, want een vrouw is er niet in zijn leven. Zijn enige kameraden zijn een zwarte poes en een tortelduif. “Ik kon op Adrillen gain schier wicht vinden,” verklaart hij zijn vrijgezellenbestaan. De jaarmarkt kan en wil hij niet missen want “den kommen ie mensen tegen dei je in joaren nait zain hebb'n.”

<p>Boeren verhandelen een koe op de veemarkt. - Foto: Corrie Swaak-van Barneveld, <a href="http://www.beeldbankgroningen.nl" target="_blank">www.beeldbankgroningen.nl</a> (1785-13436)</p>

Boeren verhandelen een koe op de veemarkt. - Foto: Corrie Swaak-van Barneveld, www.beeldbankgroningen.nl (1785-13436)

<p>Vee wordt verhandeld tijdens Adrillen collectie Cultuurhistorisch Centrum Oldambt</p>

Vee wordt verhandeld tijdens Adrillen collectie Cultuurhistorisch Centrum Oldambt

Pelgrims

Zoals Klaas van Dijk zijn er velen die op de eerste maandag in november als een soort middeleeuwse pelgrims op pad gaan. Winschoten kent een lange traditie van week- en jaarmarkten. Al vanaf de Middeleeuwen wordt er handel gedreven. De stad trekt vanouds kooplui aan. Winschoten ligt immers op het snijpunt van weg en water. In 1816 komt er een regeling tot stand voor de weekmarkten en de jaarmarkt waar ook vee verhandeld mag worden.

Allerheiligen

Vanaf 1841 schuiven week- en jaarmarkt ineen en zo langzamerhand wordt de eerste maandag in november de dag der dagen, de Allerheiligenmarkt, een katholieke feestdag, op1 november gevierd in veel Europese landen. Niet alleen Winschoten kent een Allerheiligenmarkt, andere plaatsen evenzo. De markten trekken volk, veel volk zoals ook de Winschoter Courant op 5 november 1879 ervaart: “Het ruime Marktplein is letterlijk bedekt met menschen en vee.”

Op de Allerheiligenmarkt, later afgekort tot Adrillen, ontmoeten families, kennissen en vrienden elkaar en vieren het weerzien vaak met een flinke borrel. Boerenknechten en meiden zijn een paar dagen vrij voordat ze van boer wisselen en zetten met hun verdiende centen de bloemetjes flink buiten. Ze zwieren en dansen door de straten, zo merkt iemand op. In 1874 omschrijft hij de bezoekers als 'Nederlandse wilden rond hossende in een hoge graad van dronkenschap'.

Sommigen hebben een kwaaie dronk over zich, zoals een 'berucht sujet' uit Boven Pekela die tijdens de Adrillen van 1907 een 23-jarige timmerman uit Blijham bewerkt met een scheermes op hoofd, neus, lip, borst, arm en hand. Bewusteloos wordt de arme man behandeld in de privé-kliniek van dr. Mellema. Het jaar daarop is het weer raak als iemand uit Midwolda levensgevaarlijk met een schop op zijn hoofd wordt geslagen. De dader houdt zich drie dagen schuil in Klein Ulsda, waarna het hem toch te heet onder de voeten wordt en hij de wijk neemt naar Noord-Amerika. Maar in 1909 wordt hij gepakt hij krijgt alsnog drie jaar cel.

Kostelijke verhalen

Het boekje Novembertied, Adrillenmarkt in Winschoten staat vol met die kostelijke anekdotes en verhaalt smeuïg over de tijd van toen. Adrillen trekt ook kooplui aan die hun redenaarstalent daar kunnen botvieren. Zoals Bollie Sikkema (geboren 1905), wiens eigenlijke naam Baltus is. Bollie verkoopt vis onder de slogan 'Haring is een lekkere vis, als-ie maar van Bollie is.' Hij prijst zichzelf ook aan als fotograaf: “Al hest ook n mieze kop, Bollie zet die d'r meroakels op”.

Bollie maakte ook naam als brandweerman. In augustus 1919 verricht hij een heldendaad, zo vermeldt het boekje. Een Amsterdamse vliegenier wil de viering van Koninginnedag opvrolijken met zijn kunsten. Aan de Renselweg raakt het toestel uit koers en vliegt in volle vaart op het publiek af. Bollie ziet het gevaarte op de toeschouwers afkomen en duwt hen pardoes de sloot in. Het ongeluk eist twee levens, maar met zijn krachtdadig optreden voorkomt Bollie erger.

Klaas van Dijk moet de toeter van Bollie wel eens hebben gehoord ('Weer of geen weer, Bollie is er weer'). Van Dijk zal tot op hoge leeftijd naar de Adrillen gaan. In 1991 overlijdt hij, net geen 83 jaar. In al die jaren heeft de vrijgezelle arbeider heel wat van de wereld gezien: Rusland, Polen, Hongarije, Israël, Duitsland, België, Frankrijk, noem de landen maar op. Maar elk jaar zorgde hij ervoor dat hij de eerste maandag van november terug is in Oostwold. Want: "Adrillen is net zo mooi as Rusland."

Bronnen: Novembertied, Adrillenmarkt in Winschoten, uitgave CHC Winschoten, Historische Reeks 4; Winschoter Courant, 3 november 1984