1300-1648

De slag bij Noordhorn: 30 september 1581

In 1579 hadden de Ommelanden zich aangesloten bij de Opstand, maar de stad Groningen had de zijde gekozen van de Spaanse koning Filips II. Dit was gebeurd onder leiding van de Groningse stadhouder George van Lalaing, de graaf van Rennenberg. Hij was zelf katholiek, net als de Spaanse koning, en toen de Ommelanden en Friesland de kant van de Staatsen (opstandelingen) kozen en hem afwezen als stadhouder, kon Rennenberg weinig anders dan de koningsgezinde zijde kiezen, waarbij hij gesteund werd door het stadsbestuur en zijn eigen familie.

De slag bij Noordhorn: 30 september 1581
'Slag op het Souteveen' bij Schipluiden, omgeving Leiden. - Foto: Saluutbatterij Atkins, Noordwijk

Rennenberg probeerde verschillende steden over te halen ook voor de Spaanse kant te kiezen, door het sturen van opruiende brieven of door steden als Delfzijl en Oldenzaal te veroveren. De staatsen, onder leiding van Barthold Entens, deden in het voorjaar van 1580 een poging om Groningen te veroveren, maar na een beleg van ruim drie maanden moesten ze opgeven. Rennenberg sloeg terug en wist grote delen van de Ommelanden te veroveren. Maar al snel werd hij ernstig ziek. Op 23 juli 1581 overleed Rennenberg en de Spanjaard Francisco Verdugo volgde hem op. Deze zette de strijd om de Ommelanden fanatiek voort: op 30 september kwam het tot een slag tussen zijn manschappen en een leger Staatsen, bij Noordhorn.

Schotten en Engelsen helpen mee

Noordhorn lag als een niemandsland tussen het in Staatse handen zijnde Friesland en het Spaansgezinde Groningen. Graaf Willem Lodewijk van Nassau stond samen met de Engelse veldheer Norris en de geus Diederik Sonoy aan het hoofd van het Staatse leger. Sir John Norris (of Norreys) was een man met veel krijgservaring en zoon van een Engelse lord. Hij had Engelse en Schotse soldaten en artillerie meegebracht. Het was in die tijd gebruikelijk dat buitenlandse soldaten meevochten in een oorlog die de hunne niet was. Huursoldaten streden voor geld, niet voor idealen. Legers waren vaak internationale gezelschappen, waarbij van uniformiteit of herkenbaarheid nauwelijks sprake was. De Staatsen droegen vaak, maar niet altijd, een oranje sjerp en de Spaansgezinden een rode.

Aantallen

Hoeveel soldaten er precies met elkaar streden op 30 september 1581 is niet helemaal duidelijk. De Spaanse bevelhebber Verdugo heeft het in zijn memoires over stelselmatig grotere aantallen dan in andere bronnen, maar de documentatie is bijna nergens volledig. Verdugo kon volgens eigen zeggen beschikken over 24 vendels (ruim 5000 man) voetvolk had en vier 'bereden afdelingen', ruiterij dus. Hij schatte de aantallen aan Staatse zijde in op ruim 30 tot 40 vendels (6000 tot 8000 man) en telde daar ongeveer 500 ruiters bij. De troepen van Willem Lodewijk, Sonoy en Norris waren dus in de meerderheid. Verdugo schreef hierover dat Norris zijn leger "zozeer had versterkt, dat hij veel meer mannen had dan ik en hij mij besloot te zoeken."

Zware verliezen

Verdugo leidde zijn troepen vanuit de versterking van Noordhorn, de plaats waar nu de molen Fortuna staat. Aanvankelijk leken de Staatsen de overhand te hebben, maar toen Verdugo kanonnen inzette, keerde het tij. Beide zijden leden zware verliezen, maar de Spaansgezinden kregen de overhand. Sonoy, Norris en Willem Lodewijk moesten zich al vechtend terugtrekken. Willem Lodewijk werd tijdens de veldslag aantal keren in zijn harnas geraakt door kogels, maar overleefde de strijd.

De overgebleven Staatse troepen trokken zich na de nederlaag bij Noordhorn terug op de Bomsterschans bij Niezijl. Verdugo kwam hen achterna, maar moest zijn beleg van Niezijl na drie weken opgeven. Een noordwesterstorm en de komst van een groep watergeuzen dwongen hem de aftocht te blazen.

De Slag bij Noorhorn. - Prent uit ca. 1600-1700, www.beeldbankgroningen.nl (0817-10257)
De Slag bij Noorhorn. - Prent uit ca. 1600-1700, www.beeldbankgroningen.nl (0817-10257)

Schansenkrijg

Om de machtige stad Groningen in handen te krijgen begon Willem Lodewijk vervolgens een 'schansenkrijg'. Een schans is een versterkte legerplaats, vaak op een strategisch punt. In het Westerkwartier zijn er vijf aangelegd en ook bij Zoutkamp, Bourtange en op andere plaatsen lagen schansen of versterkingen. Door stelselmatig schansen aan te leggen en te veroveren wist Willem Lodewijk langzaam maar zeker zijn greep op Groningen te versterken. Toch duurde het nog tot 1594 voordat de stad capituleerde en Staatse zijde koos. Deze gebeurtenis wordt ook wel de Reductie genoemd.