1300-heden

De Martinitoren: wakend tot over de horizon

Wie Groningen nadert, ziet al van ver het markante silhouet van de Martinitoren. Al in de zestiende en zeventiende eeuw betaalden bezoekers, sommigen zelfs stiekem, om de toren te mogen beklimmen. Het uitzicht vanaf de Martinitoren is in al die eeuwen behoorlijk veranderd, maar de bezoekers blijven komen om rond te kijken en een beetje te ervaren van wat de toren aan zijn voeten heeft zien gebeuren. En dat is heel wat!

De Martinitoren: wakend tot over de horizon

De Martinitoren, al eeuwenlang een vaste waarde in het silhouet van Groningen. - Foto: Bert Kaufman via Flickr

Al in de prehistorie was de noordelijkste punt van de Hondsrug bewoond: een strategische, want droge plek in het kwelderlandschap waar de zee nog vrij spel had. Over de eerste – houten – kerken en hun torens is weinig bekend. Op het stadszegel uit de 13e eeuw staat een stenen toren, die rond 1452 instortte. Er werd toen een nieuwe toren gebouwd, maar een storm in 1465 liet ook deze toren instorten.

Drie torens

Driemaal is scheepsrecht, want de derde toren is de Martinitoren die ook vandaag de dag nog fier overeind staat. In 1469 begon men 'an to leggen de muere van den nijen toeren to sunte Merten'. Het typisch grijs verkleurende zandsteen kwam uit Duitse steengroeves en de aanvoer daarvan ging, ondanks politieke spelletjes en blokkades, tot in de zestiende eeuw door. In 1548, iets minder dan tachtig jaar na aanvang van de bouw, werd de windvaan geplaatst. Dat de ongeveer honderd metere hoge toren een grote indruk maakte, kan afgeleid worden dat er in de zestiende eeuw zowel in Amsterdam als in Emden een etablissement te vinden was dat 'De Groninger Toren' heette.

De Martinitoren had verschillende functies. Naast klokkentoren was de belangrijkste die van uitkijkpost. Een torenwachter keek 's nachts uit over de stad om een eventuele brand zo snel mogelijk te signaleren. Verder moest hij alles wat de stad naderde en verdacht leek, zoals vijandelijke troepen, melden door op zijn trompet te blazen en een vlag uit te hangen.

Spanjaarden

Vijandelijke troepenbewegingen waren er voldoende in die tijd. In 1568 was de Slag bij Heiligerlee uitgevochten en achteraf gemarkeerd als het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Deze Opstand tegen de Spaanse koning Filips II bracht Groningen in een lastig parket. De beruchte Spaanse hertog Alva kwam hoogstpersoonlijk naar Groningen om hier de orde te herstellen. Vanaf 1568 hield hij de Stad en de Ommelanden in een ijzeren greep. Toen het in maart 1577 voor de Spaanse troepen en Waalse huurlingen niet langer mogelijk was om stand te houden, bliezen ze de aftocht. De Groningers waren wild van vreugde en sloopten dezelfde dag nog de dwangburcht die Alva had laten aanleggen. Overal in de stad brandden vreugdevuren. Toen een paar feestvierders ook op de Martinitoren een vreugdevuur ontstaken, ging het mis. De bovenste dertig meter van de toren stortte in en de klokken vielen naar beneden. Decennialang zou de Martinitoren gehavend blijven uitkijken over de stad.

<p>Detail van de kaart van Geelkerken uit 1616: de spits van de Martinitoren ontbreekt. - Beeld: www.beeldbankgroningen.nl (1536-6886)</p>

Detail van de kaart van Geelkerken uit 1616: de spits van de Martinitoren ontbreekt. - Beeld: www.beeldbankgroningen.nl (1536-6886)

Beleg en Ontzet

Na de Reductie van 1594 wordt het rustiger rondom Groningen: de strijd wordt nu elders uitgevochten. Toch zal het nog tot 1648 duren voordat de Nederlanden definitief onafhankelijk worden. En daarna gaat het al snel weer mis. Korte oorlogen met de Engelsen over de heerschappij over de wereldzeeën en in 1672 het zogenaamde Rampjaar. Van alle kanten wordt de jonge republiek aangevallen: door Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen. De ene na de andere Nederlandse stad wordt veroverd door buitenlandse troepen. De vechtlustige bisschop van Münster, Christoph Bernard von Galen, meent dat Groningen van hem is en trekt in juli 1672 met een leger van 24.000 man op naar de stad.

Op 21 juli komt het leger aan ten zuiden van de stad. Een paar dagen later begint Bommen Berend met beschietingen met kanonnen, de tactiek waar hij zijn bijnaam aan te danken heeft. Bijna een maand lang regent het onophoudelijk kanonskogels, keien en brandbommen op de stad. Maar de bewoners zijn voorbereid. Onder leiding van de ervaren Carel Rabenhaupt verdedigen ze de stad met hand en tand.

Het zuidelijke gedeelte van de stad raakt zwaar beschadigd. Honderden burgers vluchten naar het noorden van de stad, waar ze buiten bereik van de kogels zijn. Een enkele bom komt echter zelfs tot in de Ebbingestraat.

Vanf 25 augustus neemt het kanonnenvuur af. Von Galen heeft zware verliezen geleden en zijn manschappen zijn teleurgesteld. Begin augustus heeft het flink geregend, waardoor er ziekten zijn ontstaan in het kamp van de aanvallers.

Op 27 augustus wagen enkele Groningers zich buiten de stadswallen. De treffen de loopgraven leeg aan: het grote leger van Bommen Berend geeft het op! Een dag later druipt Von Galen definitief af en is Groningen ontzet. Terwijl de Nederlanders overal zware verliezen lijden in Rampjaar 1672, blijft Groningen behouden: 'Groningen constant, behout van 't lant'.

Kleine luiden met grote idee├źn

De achttiende eeuw staat ook wel bekend als de pruikentijd. Tegelijk is het in de Nederlanden een tijdperk waarin de regerenten de macht stevig in handen houden en een vaak conservatief bewind voeren. In Groningen is dat niet anders. De ruimtelijke inrichting van de stad verandert nauwelijks gedurende een eeuw en ook het aantal inwoners neemt maar heel langzaam toe. Tegelijk vinden er wel ontwikkelingen plaats op het gebied van onderwijs, zorg en vooral op het gebied van ideeënvorming. Steeds meer burgers zijn geschoold en de roep om democratie wordt langzaam steeds luider. In navolging van de Franse Revolutie wordt eind januari 1795 in Groningen de Bataafse Revolutie geweldloos doorgevoerd. Franse troepen die op 19 februari 1795 de stad binnentrekken, worden verwelkomd als bevrijders.

<p>Dans om de vrijheidsboom, Het oprichten van de vrijheidsboom op de Grote Markt - Schilderij: Johann Ludwig Hauck (1795), Collectie Groninger Museum</p>

Dans om de vrijheidsboom, Het oprichten van de vrijheidsboom op de Grote Markt - Schilderij: Johann Ludwig Hauck (1795), Collectie Groninger Museum

Torenwachter Cornelis Auwerda beheert de Martinitoren van 1762 tot 1808 en ziet de tijdgeest veranderen en is ooggetuige van een groot deel van de gebeurtenissen. Hijzelf is een kind van zijn tijd: geletterd, intelligent en gewiekst. Uit zijn talloze brieven aan het gemeentebestuur over uiteenlopende onderwerpen (kleedgeld, boetes, ongedierte in zijn huis, sleutels) rijst het beeld op van een man die vindt dat de regels niet voor hem gelden en die graag in discussie gaat om zijn zin te krijgen. Iedere andere torenwachter zou direct ontslagen zijn als hij werd betrapt bij het hakken van een doorgang van zijn woning naar de kerk en de toren, maar niet Cornelis Auwerda, die dat kunststukje in 1872 daadwerkelijk probeert te realiseren.

Bliksem en elektriciteit

De zogenaamde ‘Franse tijd’, vanaf de Revolutie tot 1813, brengt de Groningers allerlei wetten en bepalingen die we ook vandaag de dag nog handhaven. Denk aan het metrieke stelsel, maar ook aan de invoering van een burgerlijke stand, een kadaster en een officiële tijdrekening.

Het verschil tussen Groningen in 1800 en in 1900 is enorm: in de negentiende eeuw worden de vestingwallen afgebroken, krijgt de stad een spoorlijn en een station, nieuwe wijken, verharde wegen en tal van andere uitbreidingen, aanpassingen en voorzieningen.

In 1822 woedt in de Martinitoren een grote brand, veroorzaakt door een blikseminslag. Verschillende burgers leveren een heldhaftige strijd tegen het vuur, waaronder twee jonge wezen, die beiden een beloning ontvangen voor hun optreden. De roep om een bliksemafleider groeit en professor Ermerins van de universiteit gaat zich bezighouden met de beveiliging van de Martinitoren tegen onweer. Nadat in 1836 opnieuw brand is ontstaan door blikseminslag, krijgt de toren een jaar later dan eindelijk zijn bliksemafleider. De burgers van de stad zien (pas) in 1843 hoe effectief de installatie is: tijdens een hevig noodweer wordt een blikseminslag in de toren veilig weggeleid.

In 1863 staat de Martinitoren opnieuw onder stroom, maar dit keer is het de bedoeling. Ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de Hogeschool wordt de Olle Grieze feestelijk verlicht.

Instortingsgevaar en een grootse restauratie

Aan het einde van de zomer van 1884 komen plotseling flinke brokken zandsteen uit de toren terecht op het huis van de torenwachter. Hij blijft ongedeerd en er wordt een begin gemaakt met reparaties, maar in de gemeenteraad begint een slepende discussie over de restauratie van de toren, waarbij enige raadsleden serieus nadenken over de afbraak van de Martinitoren: 'Wil men den toren afbreken, dan gaat er geschreeuw op; wil men den steiger afbreken, dan gaat er eveneens geschreeuw op; wil men misschien f 100.000 uitgeven om den toren te herstellen, dan gaat er ook geschreeuw op,' zo vat een raadslid de kwestie samen. Toch wordt in 1889 uiteindelijk een begin gemaakt met een restauratie van de buitenzijde, waarbij veel van het zandsteen wordt vernieuwd.

1932: 'instorting van de toren moet niet denkbeeldig geacht worden'

Iets meer dan veertig jaar later, in 1932, wordt echter opnieuw geconstateerd dat er dringend restauratie nodig is. Metselwerk aan de voet van de toren is verbrokkeld, muren vertonen scheuren en verankeringen zijn doorgeroest. Kortom: 'instorting van de toren moet niet denkbeeldig geacht worden'.

Opnieuw duurt het enkele jaren voordat de gemeenteraad het eens is over een restauratieplan. Daarbij komt dat de financiering van de werkzaamheden moeizaam gaat, vooral vanwege de wereldwijde economische crisis. In 1937 wordt dan toch begonnen. De gebouwen van de VVV en de taxicentrale aan de voet van de toren moeten eerst worden afgebroken.

Het werk vordert niet bijzonder snel, maar de restauraties worden grondig aangepakt. Totdat in mei 1940 ook Nederland bij de Tweede Wereldoorlog wordt betrokken. De werkzaamheden gaan aanvankelijk zo veel mogelijk door, maar de bezetter richt al snel een barak in op de toren voor bewaking tegen dreigingen vanuit de lucht. Op de restauratiesteigers wordt afluisterapparatuur geplaatst. Verschillende keren komt het bevel tot het opschorten van de werkzaamheden, maar telkens weer weten de opzichters en verantwoordelijken de Duitsers ervan te overtuigen dat het werk niet kan wachten. Op die manier ontkomen ook de uitvoerende arbeiders aan de Arbeitseinsatz in Duitsland, omdat ze onmisbaar worden genoemd voor het werk aan de toren.

Enkele weken voor de bevrijding neemt de onrust toe bij de restaurateurs. Op de toren zijn een motor en een vat met tweehonderd liter brandstof aanwezig, die de nazi’s mogelijk tot ontploffing willen brengen als het tot strijd komt. In geval van explosie zou de brandstof door de waterspuwers over de steigers en de nabijgelegen panden stromen, met catastrofale gevolgen. Na veel diplomatiek gepraat weet opzichter Van Zwieteren de bevelvoerende Feldwebel ertoe te brengen de brandstoftank uit de toren te verwijderen.

Op vrijdagavond 13 april 1945 bereiken de eerste Canadese troepen het zuiden van Groningen en wordt de brandstoftank veilig uit de Martinitoren getakeld. Niet lang voordat de gevechten op de Grote Markt in alle hevigheid losbarsten, gooien vijf Duitse soldaten, tegen hun orders in, de motor naar beneden. Maar de toren blijft bedreigd tijdens de bevrijding: er liggen nog steeds explosieven in de toren en de Canadezen dreigen de toren te beschieten. Maar als alle rook is opgeklaard en Groningen is bevrijd, blijkt de schade mee te vallen.

In 1948 worden de restauratiewerkzaamheden afgerond en maakt de Olle Grieze haar bijnaam ‘een sieraad voor deze stad’ weer op en top waar.

<p>De Martinitoren, in de steigers maar vrijwel ongeschonden,&nbsp;vlak na de bevrijding in 1945. - Foto: P.B. Kramer, www.beeldbankgroningen.nl (2138-1670)</p>

De Martinitoren, in de steigers maar vrijwel ongeschonden, vlak na de bevrijding in 1945. - Foto: P.B. Kramer, www.beeldbankgroningen.nl (2138-1670)