Levend erfgoed

1648-1914

De legende van de schelpengrot op Nienoord

De legende van de schelpengrot op landgoed Nienoord in Leek lijkt wel een sprookje.

<p>De schelpengrot bij Nienoord. &ndash; Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed</p>

De schelpengrot bij Nienoord. – Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Hoewel veel Leeksters zijn opgegroeid met het volksverhaal over de schelpengrot, lijkt het een verzinsel. Museum Nienoord gebruikt het verhaal om bezoekers te amuseren, maar presenteert het niet als waargebeurd. De legende gaat over een dienstmeisje, Geeske, dat nieuwsgierig was naar de schatten die de graaf en zijn jonkvrouw in hun tuinhuisje bewaarden.

Toen beiden afwezig waren, ging zij op onderzoek uit. Zij trof kisten vol goud en juwelen aan en raakte niet uitgekeken op al die weelde. De graaf betrapte haar uiteindelijk in zijn schatkamer. Hij verplaatste zijn rijkdommen naar een verstopplek in de borg en strafte Geeske door haar op te sluiten in het tuinhuisje waar zij alle muren met schelpen moest versieren. Via een luikje kreeg het onfortuinlijke dienstmeisje eten, drinken en kaarsen.

Na twintig jaar was de klus geklaard. Geeske mocht het tuinhuisje verlaten en rende naar het Leekstermeer. In het spiegelende water zag zij haar grijze haren en oud geworden gezicht. Volgens de overlevering schrok zij daar zo van dat ‘zij neerviel en nooit weer opstond’. Dezelfde dag zou zij zijn begraven op het kerkhof van Midwolde.

Kapel, schatkamer en grot

De legende staat echter op gespannen voet met de feiten. Wat rondneuzen in de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut brengt aan het licht dat de ‘schatkamer’ in de borgtuin van oorsprong een kapel was (volgens sommige bronnen een ‘vrijmetselaarstempeltje’). Er werden geen kostbaarheden bewaard. De schelpengrot kwam rond 1700 tot stand toen graaf Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen heer van Nienoord was.

<p>De schelpengrot bij Nienoord. &ndash; Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed</p>

De schelpengrot bij Nienoord. – Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De van oorsprong Italiaanse schelpenkamers - versierd met exotische schelpen, koralen en marmer - waren in die tijd in heel Europa populair bij de elite. De rijken wilden hun gasten er mee imponeren. De schelpengrot van Nienoord is geïnspireerd op die van paleis Het Loo in Apeldoorn. Het is de enige van de drie in Nederland overgebleven schelpengrotten die nog in originele staat verkeert.

Het exemplaar in Leek is vermoedelijk gebouwd door twee Italiaanse stucwerkers die met zakken vol schelpen door het land trokken. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat deze fraaie kamer als ‘grot’ wordt aangeduid. In Italië worden dergelijke mozaïekkamers namelijk ‘grotto’ genoemd. Het ziet er al met al naar uit dat het enige dat klopt van de legende van de schelpengrot, de schelpengrot zelf is.

Verklaring

Sagenexpert Theo Meder van het Meertens Instituut stelde ooit dat de legende over de schelpengrot een ‘verklaringsverhaal’ is waarbij de fantasie van de mensen op hol is geslagen. Het was zijns inziens een poging antwoord te geven op de vraag hoe de schelpen in de ‘grot’ waren aangebracht. Kennelijk leek dat karwei velen een straf. De schelpengrot op Nienoord was in het verleden bovendien een stuk groter. Het gebouw had ooit een west- en een oostvleugel. De laatste heeft er tot 1962 gestaan.

Het tijdschrift Noorderbreedte publiceerde enkele jaren geleden een artikel waarin de legende van Leekster schelpengrot werd ontkracht. Opmerkelijk is echter dat bij het onderzoek naar dit verhaal een andere sage boven water kwam, die als geloofwaardiger wordt gezien.

Dit verhaal heeft te maken met de morenkoppen met beweegbare ogen en monden op de zijmuren van de schelpengrot. De hoofden stellen twee slaven voor die op het landgoed hebben gewerkt. Zij redden een kind van de graaf uit de gracht. Uit dankbaarheid wilde hij het duo de vrijheid teruggeven, maar de moren wilden liever blijven. Hun beeltenissen sieren nu als herinnering de schelpengrot.