Stolpersteine

1914-1945

Communistisch verzet in Groningen

De Communistische Partij Nederland (CPN) heeft vóór de oorlog een relatief grote aanhang in Groningen, met name in het oosten van de provincie. Al in de jaren dertig zetten Groningse communisten zich in voor hun kameraden in Duitsland, die zwaar lijden onder het naziregime. Nog geen drie maanden na de bezetting van Nederland, wordt de CPN verboden. De Duitsers treden ongemeen fel op tegen de communisten. Alleen al in de omgeving van Drieborg worden 10 communisten in kampen vermoord.

Als Hitler in 1933 aan de macht komt, wordt de Kommunistische Partei Deutschland (KPD) al gauw verboden. Politieke tegenstanders van de dictator komen massaal in werkkampen terecht, bijvoorbeeld in de Emslandlager, vlakbij de Gronings-Duitse grens. Uit angst voor de groeiende naziterreur vluchten veel  Duitse communisten de grens over. Ze worden daarbij geholpen door communisten uit Groningen.  De Groningers zetten vluchtroutes op en starten met het Solidariteitsfonds: een fonds dat geld ophaalt voor de gevluchte KPD-ers.

Illegaal

In 1940 trekken Duitse troepen de Nederlandse grens over. Na de capitulatie van het Nederlandse leger wordt de CPN door de bezetter verboden. Als reactie hierop treden de Groninger communisten in de illegaliteit. Zij richten een eigen blad op, Het Noorderlicht, dat ze illegaal verspreiden. Lang kunnen ze daar niet mee doorgaan. In 1941 organiseren communisten in Amsterdam en omstreken de Februaristaking. Vanaf dat moment is de Duitse bezetter vastbesloten het communistische verzet systematisch uit te roeien. In Groningen worden  tientallen communisten opgepakt.

Anticommunisme tijdens en na de oorlog

De meeste communisten uit Groningen komen in Duitse werkkampen terecht, waar veel kampbewaarders een diepe haat koesteren tegen het communisme. Door pesterijen, wreedheden en ziekten overlijden veel van de Groninger communisten. En na de bevrijding is de ellende nog niet voorbij.  Tijdens de Koude Oorlog die zich dan ontwikkelt, worden communistische verzetsacties lange tijd niet als zodanig erkend. Weduwen/weduwnaars van omgekomen communisten krijgen geen uitkering, met armoede en wrok tot gevolg. Voor veel nabestaanden is het leggen van Stolpersteine  een late erkenning voor de offers die hun dierbaren en zijzelf gebracht hebben.

Portret: Luppo Stek

Geboren: 30 november 1884, Beerta

Vermoord: 28 oktober 1942, Buchenwald

Al in 1933 hielp landarbeider Luppo Stek om vluchtende leden van de Kommunistische Partei Deutschland (KPD) per boot naar Nederland te krijgen...

Gebrek aan erkenning

Ruud Weijdeveld is schrijver van een boek over het communistisch verzet in Groningen. Hij vertelt in het beeldfragment dat hieronder te bekijken is, over het gebrek aan erkenning voor de omgekomen communisten en de weigering om pensioenen uit te keren aan de nabestaanden. 

Ruud Weijdeveld over het communistisch verzet in Groningen