1945-1989

Groninger popgeschiedenis begon in ’t Krotje

De doorbraak van Elvis Presley midden jaren vijftig, met hits als That’s All Right, Mama en Heartbreak Hotel, wordt wel gezien als het begin van de popgeschiedenis. Hij maakt rock-‘n-roll populair en daarmee is de term popmuziek verklaard. Het wordt vooral de muziek van de jeugd, terwijl veel ouderen de voorkeur blijven geven aan de jazz.

Groninger popgeschiedenis begon in ’t Krotje
't Krotje, ca. 1963

De basis voor het eerste Groninger poppodium wordt onbewust gelegd in het Prinsenhof. Hier is in de jaren vijftig het Natuurhistorisch Museum gevestigd. Tonnie Veuger werkt er als ‘conservator’. Hij haalt ‘hangjeugd’ uit de omgeving van de schouwburg binnen. De club die zij vormen - De Pelikaan - trekt zoveel jongeren dat schoolbioloog De Jonge in april 1958 aan het gemeentebestuur om een ander ruimte voor de ‘jeugdclub’ vraagt.

Moderne Jeugd- en Jongeren Sociëteit

Pas in het najaar van ’59 komt makelaardij De Gids met iets: Helperwestsingel 92-94. Deze oude boerderij, die gedeeltelijk nog wordt bewoond door de familie Jager, staat op de nominatie te worden gesloopt in verband met de aanleg van de Hora Siccamasingel en de bouw van flatwoningen (uiteindelijk in 68-’71 gerealiseerd door aannemer Jansen).

Hoewel de officiële naam ‘Moderne Jeugd- en Jongeren Sociëteit’ wordt, spreken de jongeren vanwege de slechte staat van het onderkomen spoedig over ‘t Krotje. De leiding is in handen van Tonnie Veuger en zijn broers Bé en Krijn. De activiteiten die de MJJS/’t Krotje organiseert zijn zeer divers, van discussiebijeenkomsten en een autoknutselclub tot boks- en danslessen. Dat het Groningens eerste poppodium wordt, is voor een belangrijk deel te danken aan Bé Veuger. Hij wordt in de winter van ‘59-’60 manager van Little Ritz (Maurits Hitiahubessy) & The Rocking Butterflies en zet in het voorjaar van 1960 voor circa 15 groepen de Rocking NV op, het eerste Groninger ‘popburo’.

Het nieuwe 't Krotje

Veel ouderen bekijken ‘t Krotje met argusogen, ondanks het feit dat de sociëteit alcoholvrij is. Het succes is echter zo groot dat de Veugers al na een jaar bij de gemeente om een grotere ruimte vragen. Gelukkig komt begin 1961 een naastgelegen fabrieksruimte beschikbaar door de verhuizing van N.V. LAMAF Kunststoffen. Het nieuwe Krotje is ongeveer vijf keer zo groot, waardoor er voortaan officieel 300 maar soms nog enkele honderden jongeren meer naar binnen kunnen.

Verzet tegen gevestigde orde

Midden jaren zestig vinden belangrijke veranderingen plaats. In de samenleving neemt het verzet tegen de gevestigde orde toe. Het is de tijd van provo’s en hippies, met als belangrijkste uiterlijke kenmerken de langere haren en de opkomst van drugs. De veranderingen hebben ook invloed op de Groninger popgeschiedenis. ‘t Krotje wordt een stichting en jongeren vinden ook andere plekken om bij elkaar te komen.

't Krotje bloedt dood

De veranderingen worden geïllustreerd door de opkomst en ondergang van Tour ‘66 in Gelkingestraat 52. Het wordt opgezet door de Stichting Centrum, met Krotje-mensen als Tonnie en Bé Veuger. Het zaaltje op de 1e verdieping is bedoeld voor ‘vertoningen, voorstellingen, uitvoeringen, spel of enige andere vermakelijkheid’, maar met het optreden van Cuby & the Blizzards bij de opening op 5 mei ‘66 wordt direct duidelijk dat het vooral een poppodium zal zijn. Gebrek aan geluidswerende voorzieningen en financiële problemen betekenen binnen het jaar het einde van Tour ‘66. Met het doodbloeden van ‘t Krotje, niet lang daarna, wordt in feite de eerste fase van de Groninger popgeschiedenis afgesloten.