1914-1989

Brandend water in de kanalen van Pekela

Eind jaren ’60 van de vorige eeuw bevonden zich vijf Chinese handelsreizigers in een van de kantoren van de toenmalige kartonnagefabriek Britannia in Oude Pekela. Ze kwamen onderhandelen over meer en snellere zendingen van het bekende Pekelder product. Tijdens een pauze nam een van de directeuren de buitenlandse gasten mee voor een kijkje in het dorp en over het Pekelder Diep. Toen hij een voorbij varende schipper vroeg zijn sigarettenpeuk in het water te gooien, kregen de Chinezen bijkans een rolberoerte. Het water achter het schip vatte vlam en het lopende vuurtje tokkelde langzaam achter het bootje aan.

Brandend water in de kanalen van Pekela

Een aardappelschip in vervuild water, ca. 1910-1930. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (2138-5732)

Eenmaal terug in China werd het vijftal, dat hun bazen uitvoerig verhaalde over brandend water, niet geloofd. Ze kregen het verwijt in Pekela te diep in het glaasje te hebben gekeken. Ontslag dreigde. Foto’s vanuit Pekela en een begeleidende brief van de kartondirectie redden echter hun baan. De plaatjes en het schrijven toonden de werkelijke feiten. In Oude Pekela wilde het water van het kanaal dat door het dorp liep echt branden. 'Ik moet nog lachen als ik er aan terugdenk,' vertelt Andries Brans, destijds topverkoper bij Britannia. Hij reisde voor het bedrijf de hele wereld over en was getuige van het voorval.

Zwavel

Oorzaak van het brandende water was de zeer sterke vervuiling van het Diep. Door jarenlange lozingen van de strokarton- en aardappelmeelfabrieken was op de bodem een dikke, drabbige laag ontstaan. De uitstoot van de fabrieken bevatte namelijk nog veel restanten vermalen stro en bewerkte aardappels. Door rotting ontstonden zwavel en andere gassen. Die borrelden langzaam omhoog, met name als een zwaar geladen turf- of bietenschip door het Diep voer en soms met de schroef de bodem beroerde. De gassen waren explosief en konden fel branden, zelfs op water. Een brandende peuk van een schipper, die achteloos werd weggegooid, bewees dit. Overigens was het water van het kanaal nauwelijks te zien. Een dikke, vieze koek en schuim, die allemachtig stonken, bedekten de oppervlakte. Niet alleen in de Pekela’s stonk het vreselijk, maar ook in andere veenkoloniale dorpen waar soortgelijke fabrieken operationeel waren.

Dempen

Protesten van de Pekelder bevolking en ook van de schippers bleven vanzelfsprekend niet uit. De stank was ondraaglijk geworden en de schepen konden niet meer op eigen kracht door de smurrie varen. Zo moest de ‘klaaibolle’, het schip van steenfabriek Strating in Oude Pekela, op het toppunt van de vervuiling door een bulldozer naar zijn bestemming worden getrokken. Soms vloog een praam in brand doordat het opborrelende gas spontaan begon te vlammen. Met name vaartuigen die stro vervoerden gingen nogal eens in de hens. Tevens nam door de prut het ongedierte toe. In 1965 was in Oude Pekela zelfs sprake van een rattenplaag. Menigeen vond dan ook dat de kanalen maar moesten worden gedempt, omdat er toch niet meer kon worden gevaren en de stank niet meer beheersbaar was. Met name ondernemers, die graag meer asfalt en parkeerplaatsen wilden, zagen dit wel zitten en ook bij diverse gemeentebesturen kreeg dit idee steeds meer aanhang.

Politiek

Uiteindelijk waren het de provinciale en landelijke politiek die de problemen van stank en vervuiling oplosten. Wel waren hier veel vergaderingen en andere bijeenkomsten voor nodig. Terwijl de bevolking bleef protesteren, kwam de provincie Groningen in actie en werd besloten tot de aanleg van een industriële afvalpersleiding vanaf Hoogkerk, waar dezelfde problemen waren, naar de Waddenzee. Zoiets wilde men in Pekela ook, waarna de Veenkoloniale Afvalwaterleiding het levenslicht zag. Een bezoek van koningin Juliana aan Pekela, vergezeld door diverse Kamerleden en Gedeputeerden in 1969, was voor een definitieve oplossing waarschijnlijk doorslaggevend. Vlot nadat de vorstin het ‘Pekelder Parfum’ zelf had opgesnoven werd actie waargenomen in het parlement. Eind december van genoemd jaar maalden sterke pompen de ergste rotzooi uit het Pekelder Diep naar nieuwe waterzuiveringen.

<p>Koningin Juliana bekijkt in 1969 het vervuilde Pekelder Diep. &ndash; Foto: Collectie Veenkoloniaal Museum</p>

Koningin Juliana bekijkt in 1969 het vervuilde Pekelder Diep. – Foto: Collectie Veenkoloniaal Museum

Geld, nieuwe technieken, fusies en saneringen

Dat de stank, de vervuiling, de discussies en protesten uiteindelijk verdwenen had te maken met een aantal zaken. Nadat de koningin was geweest, kwam niet veel later uit Den Haag een zak met geld: ruim vier miljoen gulden. Bij de aardappelmeelfabrieken was men er bovendien na lang experimenteren in geslaagd de stank veroorzakende eiwitten uit het afvalwater te halen. De kartonindustrie werd langzamerhand gesaneerd en de aardappelverwerkende industrie fuseerde tot AVEBE. Tot slot besloten beide Pekelder gemeentebesturen, na veel geharrewar, tot het openhouden van het kanaal, dat in cultuurhistorische zin toch wel werd beschouwd als de levensader van de Pekela’s. Derhalve kon de opschoning beginnen. In 1978 kon de jeugd van Pekela na honderd jaar van troep en ergernis weer zwemmen in een schoon Pekelder Diep.

Bron: 400 jaar Pekela, J. Molema en J. van den Spek