1914-1989

Willem Valk: 'stadsbeeldhouwer' van Groningen

In 1921 begon Willem Valks carrière als officieuze ‘stadsbeeldhouwer’ van Groningen. De op 1 januari van dat jaar aan Academie Minerva begonnen docent maakte in opdracht van de gemeente twee wapenplaquettes voor de Natte Brug over het Helperdiepje. Vele gebouwen werden door hem versierd en Valk beëindigde zijn Groninger loopbaan in 1972 met de vervaardiging van het borstbeeld van Carl Rabenhaupt bij het stadhuis.

Willem Johannes Valk wordt in 1898 in Zoeterwoude geboren als jongste van vijf kinderen. Net als zijn vader en broer Hendrik blijkt Willem te beschikken over een artistiek talent. Op zijn zeventiende gaat hij naar de Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Omdat zijn vader beeldhouwen niet ziet zitten, wordt Willem ingeschreven voor de cursussen artistieke metaalbewerking en onderwijsbevoegdheid boetseren.

Valk vestigt zich op 1 januari 1921 op Schoolholm 14, omdat hij is aangesteld als docent boetseren bij Academie Minerva, als opvolger van Peddemors. Aan ‘hakken’ wordt niet gedaan, want boetseren wordt slechts gezien als ondersteunend vak voor de schilder- en tekenopleiding. Willem Valk heeft dan ook aanvankelijk een beperkte aanstelling, 6 uren in de dagopleiding en een aantal avondlessen. Het geeft hem volop tijd voor vrij werk.

De Ploeg

Willem Valk sluit zich vrijwel direct aan bij Kunstkring de Ploeg en krijgt in 1921 ook al een gemeentelijke opdracht: de vervaardiging van een wapenplaquette voor beide zijden van de Natte Brug, op de oude grens met de gemeente Haren. In 1922, als Valk penningmeester is geworden van De Ploeg, stelt hij voor een ‘Bouwkundig consultatiebureau’ op te richten, met als doel om ‘verschillende bouwwerken in stad en dorp meer architectonisch te verzorgen’. Het volgende jaar maakt hij, in opdracht van het personeel van de Dienst Gemeentewerken, de - helaas tegenwoordig spoorloze - portretbuste van directeur Mulock Houwer, maar andere opdrachten blijven voorlopig uit.

Het geeft Valk wel de gelegenheid om twee beelden te maken voor het huis dat in 1924 aan de Veenweg voor hem en zijn aanstaande echtgenote Ella wordt gebouwd, naar een ontwerp van haar broer architect Arjen Goodijk. Hoewel vlakbij de stad gelegen, behoort dat buurtschap Halfweg dan (tot 1969) tot de gemeente Haren.

Als zijn vriend Siebe Jan Bouma in 1925 een schoolgebouw aan de Jan Hissink Jansenstraat ontwerpt, krijgt Willem Valk voor het eerst weer een gemeentelijke opdracht. In de volgende jaren volgen onder andere beelden aan Bouma’s nieuwe vleugel voor het gebouw van de Dienst Gemeentewerken met aangrenzende politiepost en een schoolgebouw aan de Rabenhauptstraat. Tot Valks opvallendste werken behoren de versieringen aan het in 1935-’38 door architect Wittop Koning gebouwde ‘De Utrecht’ (later De Faun geheten).

Kunstenaarsverzet

In 1941 begint Willem Valk aan vier beelden voor een nieuw te maken Kijk in ’t Jatbrug, ter vervanging van een smalle houten draaibare brug. In ’43 heeft hij de vier granieten beelden praktisch klaar maar door de oorlog duurt het tot 1951 voor de brug gereed is en de beelden kunnen worden getoond.

In de oorlog is Willem Valk, die van jongs af aan pacifistische en linkse ideeën heeft, actief in het kunstenaarsverzet. Het levert hem na de bevrijding veel opdrachten op voor de vervaardiging van oorlogsmonumenten, waaronder in 1970 de herdenkingsplaquette op het Groninger stadhuis. Twee jaar later maakt hij zijn laatste Groninger beeld: Carl Rabenhaupt.

Na hersteld te zijn van een hartaanval besluiten Willem Valk en zijn vrouw het huis aan de Veenweg te verruilen voor een verzorgingsflat in Bennebroek, in de buurt van hun dochters. Daar overlijdt de officieuze Groninger ‘stadsbeeldhouwer’ op 6 november 1977.