Van Adorp tot Zuurdijk

1815-1914

Wie vermoordde de schout van ‘t Zandt?

In het archief van de gemeente Stedum ligt een publicatie van de procureur-generaal van het hooggerechtshof in Den Haag, waarin hij 300 gulden uitlooft aan degene die de dader kan aanwijzen van de moord op burgemeester Kimm van de gemeente ’t Zandt op 13 april 1820.

Wie vermoordde de schout van ‘t Zandt?
De sabel van Kimm, die hij op de noodlottige avond niet bij zich droeg...

In de diverse archieven is over deze dramatische gebeurtenis weinig te vinden. De schaarse archiefstukken van de gemeente ‘t Zandt uit deze periode geven geen uitsluitsel over de toedracht. Alleen in het overlijdensregister zijn sporen van de gebeurtenis terug te vinden. Op 15 april wordt Kimm ingeschreven in het overlijdensregister. De aangifte wordt gedaan door Elibertus Warmolts, de plaatselijke predikant, en Jan Albertus Cleveringa, landbouwer te Leermens en tevens gemeenteraadslid. De overlijdensakte vermeldt dat Kimm is overleden in het land bij het huis nummer 86 op ‘t Zandt.

Hindrik Helperi Kimm

In ‘t Zandt is het verhaal, zoals dat rond 1930 werd verteld door enige oude inwoners, bij enkelen nog bekend. Dat gaat als volgt. Hindrik Helperi Kimm (zijn naam wordt in sommige bronnen ook met één m geschreven) was landbouwer van beroep en woonde op ‘t Zandt. Kimms landbouwbedrijf, van ongeveer 30 hectare groot, stond aan de Omtadaweg. (tegenwoordig nr. 4) Ruim de helft van zijn bedrijf lag ten noorden van het Zandstermaar en om daar te komen beschikte hij over een particuliere til (brug) tegenover zijn huis.

Op donderdag 13 april 1820 kreeg Kimm een heftige ruzie met een groep werklieden die bezig was met het hergraven van het maar. Waar de ruzie over ging is niet bekend. Of het een particuliere aangelegenheid was of dat hij er in zijn hoedanigheid als schout bij betrokken was, het is niet meer te achterhalen. Die avond was Kimm aanwezig bij een raadsvergadering. Het verslag van deze vergadering is in het archief van de gemeente bewaard gebleven. Er stond slechts één punt op de agenda: de benoeming van de uit Appingedam afkomstige H.J. van der Werf tot gemeenteontvanger.

Na afloop van de vergadering bood de veldwachter aan Kimm naar huis te begeleiden. Deze had kennelijk vernomen van het conflict met de maargravers en wilde het zekere voor het onzekere nemen. Kimm sloeg het aanbod af. Hij had een best mes bij zich om zich eventueel te kunnen verdedigen en vond politiebegeleiding niet nodig. 

"...eene premie van drie honderd guldens, te betalen uit 's Rijks kas, is uitgeloofd aan den genen, die de dader of den daders van den moord [...] zal aanwijzen..."
"...eene premie van drie honderd guldens, te betalen uit 's Rijks kas, is uitgeloofd aan den genen, die de dader of den daders van den moord [...] zal aanwijzen..."

Met de benen omhoog

Kimm liep door de Oosterstraat en over het pad naar het balkje over het maar. Bebouwing was hier in die tijd nog schaars. In het land achter zijn huis werd hij opgewacht door de maargravers. De ruzie werd voortgezet en burgemeester Kimm is met het hoofd naar beneden in de moddersloot terechtgekomen. Deze val heeft hij niet overleefd. De volgende ochtend werd hij gevonden met de benen omhoog.

De dader of daders zijn nooit gevonden. Bij het hergraven van het maar was waarschijnlijk een groot aantal werklieden betrokken en kennelijk was het niet mogelijk uit deze groep de schuldigen aan te wijzen. Veel vragen rond deze moord blijven daardoor onbeantwoord: wat was de oorzaak van het conflict? Hebben de maargravers Kimm bewust opgewacht of kwamen ze hem toevallig tegen? Was het moord met voorbedachte rade of belandde Kimm min of meer per ongeluk in de moddersloot? 

In het gemeentehuis van Loppersum wordt nog steeds de sabel van burgemeester Kimm bewaard, een sabel die hij op die noodlottige avond niet bij zich droeg. Wellicht was het dan anders gelopen.

(Dit artikel kwam tot stand met behulp van gegevens van de heer J. Huizenga te ’t Zandt en mevrouw A.J. Evers-Kalk te Eenrum.)