Wadden en water

500-1300

Verdronken dorpen

Oosterreide, Westerreide, Fletum en Torum. Namen van dorpen die op huidige kaarten van het gebied rondom de Dollard onvindbaar zijn. Slechts een enkele eeuwenoude kaart herinnert nog aan het bestaan van deze dorpen. Zoals de kaart die Ubbo Emmius – de eerste rector magnificus van de Groningse universiteit -  in 1630 maakte. Hij baseerde zich op het eerdere werk van Jacob van der Meersch uit 1574. Wat blijkt? Het gebied dat tegenwoordig bestaat uit een zeearm van 100 vierkante kilometer, bestond honderden jaar geleden uit gele korenakkers en groene weiden. Een ingrijpende verandering in het landschap met grote consequenties voor de bewoners van het gebied. Naar schatting zijn ruim 30 dorpen van de kaart verdwenen. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Kaart van het Dollardgebied met de verdronken dorpen bij de vloed van 1277. - H.W. Folckers (1722) www.beeldbankgroningen.nl (1785-14766)
Kaart van het Dollardgebied met de verdronken dorpen bij de vloed van 1277. - H.W. Folckers (1722) www.beeldbankgroningen.nl (1785-14766)

Waar nu het water van de Dollard blinkt lag ooit een welvarend gebied, het Reiderland. De enorme welvaart was geen garantie voor stabiliteit. Integendeel, de verschillende dorpen stonden elkaar naar het leven. Waar ze de mogelijkheid zagen, probeerden ze elkaar te benadelen. Het resulteerde in de vernieling van sluizen, waarna het vruchtbare land ten prooi viel aan de zee. De gedupeerde boeren deden een beroep op de zeer rijke hoveling Tidde Winnengha om de dijken en sluizen te herstellen. Hij toonde zich weinig bereidwillig om de boeren te helpen. Pas als het water een ‘speer hoog over zijn hand zou lopen’ wilde hij het herstel van de waterwerken in overweging nemen. Tot teleurstelling van de boerenbevolking bleef het herstel van de waterwerken volgens de overlevering uit. Het was een kwestie van tijd totdat een vloedgolf het gesteggel tussen de verschillende dorpen zou afstraffen.

Cosmas en Damaniusvloed

Sinds de middeleeuwen wordt er in de kronieken geregeld melding gemaakt van stormvloeden in het huidige Dollardgebied. In de zestiende eeuw beschouwde het stadsbestuur van Groningen de naam Dollard als afgeleide van de ‘dolle aard’ van de zee. De karakterisering bleek terecht. Verschillende vloedgolven hebben in de loop der eeuwen  geleid tot het onderlopen van het welvarende Reiderland. Wanneer dat precies is gebeurd is onduidelijk. In de zeventiende eeuw dacht men dat de Dollard als gevolg van een vloedgolf in 1277 was ondergelopen, maar archeologische vondsten tonen aan dat dorpen als Bad Nieuweschans en Scheemda tot in de vijftiende eeuw beschermd waren tegen de oprukkende zee. Delen van het Reiderland liepen bij vloedgolven geregeld onder water, maar de genadeklap viel pas in 1509. In de nacht van 25 september maakte de Cosmas en Damaniusvloed een einde aan de bewoning van het Dollardgebied; honderden mensen en duizenden koeien lieten het leven.

Schuldvraag

De schade die de vloedgolf in 1509 aanrichtte was met geen mogelijkheid te herstellen. Dijken waren weggevaagd en de oevers van de Eems waren vernietigd. De overlevende bevolking restte geen andere optie dan naar hoger gelegen gebieden te trekken. Het duurde enige tijd voordat het gebied weer werd aangepakt. In eerste instantie wees de stad Groningen verwijtend naar de boeren. Zij waren volgens het stadsbestuur verantwoordelijk voor het onderhoud van de dijken en hadden gefaald in het beschermen van het land. Het geruzie over de schuldvraag verhinderende een snelle aanpak van de problemen. In de loop van de zestiende eeuw is een begin gemaakt met de herwinning van de land. Uiteindelijk leverde het indijken van polders honderdvijftig vierkante kilometer vruchtbare grond op. De overige honderd vierkante kilometer is nog altijd het domein van het water. Zowel het Duitse als het Nederlandse deel van de Dollard is aangemerkt als beschermd natuurgebied.  

Over de verdronken dorpen is weinig informatie beschikbaar. Sporen van bewoning zijn in de loop der jaren verdwenen onder een pakket klei, dat de zee afzette. De geschiedenis van het gebied spreekt nog altijd tot de verbeelding: ‘ Menig schipper die bij stil weer over de Dollard vaart, heeft op de bodem van de zee huizen en torens duidelijk gezien, en anderen weer hebben op een rustige avond gehoord, dat in de diepte nog klokken luiden.’