Verhalen uit de regio

1815-1989

Steenfabrieken en 'Lipskers' in het Oldambt

In het roerige jaar 1968 krijgt de werkgelegenheid in het Oldambt klap na klap. Steenfabriek De Concurrent in Heiligerlee legt in april het loodje en vier maanden later gaat de steenfabriek van Strating in Winschoten tegen de vlakte. Twee beeldbepalende fabrieken blazen hun schoorsteen op. Aan een ooit florerende bedrijfstak komt een einde.

Steenfabrieken en 'Lipskers' in het Oldambt

De schoorsteen van steenfabriek Strating in Winschoten werd op 7 september 1968 opgeblazen. – Foto: Collectie Cultuurhistorisch Centrum Oldambt

Lang is de zin in het dorp een gevleugeld woord: 'As ik piepe moar zai'. Voor menig Heiligerleester die elders werk vindt, is de schoorsteen van steenfabriek De Concurrent een baken van herkenning. De 76 meter hoge pijp, de hoogste in de wijde omgeving, domineert al van verre de skyline. Een vertrouwd beeld. Heiligerlee koestert ’zijn pijp’.

Ook al sluit de steenfabriek in april 1968, de pijp blijft nog jaren trots overeind staan. Pas op 16 januari 1975 gaat het gevaarte met een sierlijke boog tegen de vlakte. Sloopbedrijf Steenhuis boort twaalf gaten in de pijp en stopt in elk gat 400 gram springstof.

Steenhuis is een expert in de sloop van schoorstenen. Steen voor steen breekt hij voordien pijpen af, maar De Concurrent is andere koek. Met de hand kappen is te gevaarlijk voor de omgeving, oordeelt de Arbeidsinspectie. Hij moet in Amsterdam een cursus van 18 weken volgen voor hij zich springmeester mag noemen. Of hij na deze klus vaker een schoorsteen opblaast is nog de vraag. Tegenover de Winschoter Courant zegt hij: 'Pas na tien pijpen krijg je een werkvergunning.' De 'reus' valt precies op de plek die Steenhuis berekend heeft.

Gastarbeiders

Steenfabrieken, in de volksmond tichelwerken genoemd, kleuren het Oldambtster landschap al vroeg in. De eerste verrijst in Ulsda (ca 1554), waarna in Finsterwolde in de buurt van Goldhoorn maar liefst vier fabriekjes sierstenen gaan bakken voor steden aan de Oostzee. In het Oldambt ontstaat een levendige bedrijfstak. Omstreeks het begin van de 20e eeuw telt de regio dertien steenfabrieken. Ze liggen veelal aan het water en gebruiken voor de productie van stenen, dakpannen en draineerbuizen eerst leem en later klei, gedolven aan de randen van ooit de Dollard.

Werken op de steenfabriek is lang in handen van Duitse gastarbeiders, Lipskers genoemd, afkomstig uit het vorstendom Lippe, ten zuidwesten van de stad Hannover. Zij werken veertien uur per dag, langer dan normaal en krijgen hun loon als zij in de herfst huiswaarts keren. Des winters wordt vanwege de vorst niet gebakken.

De Lipskers slapen in de fabriek, in de tichelkamer, een weinig gerieflijke plek, zo schrijft de Inspecteur van den Arbeid in 1900: 'De woonvertrekken maken een onaangenamen indruk, laag, meestal niet hoger dan 2 vierkante meter en niet geventileerd. Aan de wanden steenen bedsteden met verre van zindelijk beddengoed.'

'In onderbroek'

Toch klagen de Lipskers niet, getuige een artikel van Geert Teis Pzn, pseudoniem van schrijver Gerhard Willem Spitzen, in 1928 in het Nieuwsblad van het Noorden: 'De Lipskers waren gemoedelyke menschen. Over het algemeen hadden ze geen verdriet, ze hielden van muziek en zang en waren zondagsmorgens al vroeg op de harmonica aan ’t spelen en dansen, soms al in onderbroek.'

Als het Ruhrgebied meer werk biedt, verdwijnen de Lipskers en komen de Drenten. De bedrijfstak groeit en bloeit. Omstreeks 1900 telt het Oldambt dertien steenfabrieken, maar na WO I wordt de concurrentie moordend. Alleen die fabrieken die overschakelen op een ringoven met hoge schoorsteen houden het hoofd boven water. In zo’n ringoven, een vinding van een Duitse metselaar, gaat het bakproces ononderbroken door. Rond 1925 zijn er nog zes over. Eén van hen is de fabriek van Strating aan het Omsnijdingskanaal in Winschoten. De Stratings zijn al vanaf 1883 actief in die industrietak.

<p>Steenfabriek De Concurrent in Heiligerlee met links boven de hervormde kerk. - Foto: Oldambtster tichelwerken</p>

Steenfabriek De Concurrent in Heiligerlee met links boven de hervormde kerk. - Foto: Oldambtster tichelwerken

Getouwtrek

Geert Hendriks, scheepsbouwer in Nieuwe Pekela, is in 1883 eigenaar geworden van de steenfabriek in Oude Pekela. En vijf jaar later neemt hij de fabriek van Klaas de Grooth in Winschoten over.

Zoon Hinderikus Geerts die na de dood van zijn vader in 1901 aan het roer komt, investeert flink. De fabriek breidt uit met een brandschuur, een bakoven en droogschuren. Aan de gemeente vraagt hij toestemming het terrein te omrasteren want 'de lieve straatjeugd gebruikt het vaak als speelplaats en de vensterruiten moeten het zoo nu en dan ontgelden.'

In 1915 krijgt hij een zakelijk conflict met zijn 23- jarige zoon Geert Jan André en verkoopt aan hem de fabriek in Winschoten voor 28.000 gulden. De plek daar is voor Strating niet zo’n gunstige locatie, zo blijkt als hij later wil uitbreiden. Dichtbij toen de provinciale weg en dichtbij een nieuw te bouwen woonwijk. Keer op keer moeten vader en zoon met de gemeente om tafel. Als senior in december 1960 overlijdt, moet junior, dan 31 jaar oud, het geschil zien op te lossen. De gemeente keurt zijn nieuwbouwplannen echter af. Henk Strating, het getouwtrek beu, besluit tot sluiting van de fabriek en concentreert zich helemaal op Oude Pekela.

Val

De pijp valt 7 september 1968. Die van Oude Pekela staat 135 jaar na aankoop nog fier overeind, met opnieuw een Strating aan het bewind, de vijfde generatie.

Enige troost voor Winschoten: op die plek verrijst een cultureel centrum, met de toepasselijke naam De Klinker, in 1971 gebouwd met stenen van… Strating, maar gesloopt in 2008.

Bronnen:
Gevormd door de tijd, Joke Mooij en Henk Strating
Oldambtster tichelwerken, K.B. Haan
Krantenarchief Streekhistorisch Centrum Stadskanaal