Groninger Vrouwengalerij

Sientje Mesdag van Houten: een wereldberoemde kunstschilderes

Op 23 maart 1909 stond rond het middaguur de tijd in Den Haag kortstondig stil. De eigenzinnige, onbaatzuchtige en alom geliefde kunstamazone Sientje van Houten werd onder enorme belangstelling begraven. Zo’n 30 jaar eerder had zij op dezelfde begraafplaats in Den Haag afscheid moeten nemen van haar eigen kind. Die buitengewoon droevige gebeurtenis vormde echter de directe aanleiding voor haar carrière in de kunst. Een carrière die veel schilderijen voortbracht waarvan tot op de dag van vandaag door heel Nederland en ook daarbuiten met volle teugen kan worden genoten.

Sientje van Houten (1834-1909)  werd geboren in een welvarend en doopsgezind gezin dat op dat moment woonachtig was in een verbouwde molen vlak buiten de stad Groningen aan het Damsterdiep. Haar vader was een succesvol zakenman die in korte tijd een internationaal opererende houthandel op poten had gezet. Sientje was de oudste dochter van het gezin en in verband met de kwakkelende gezondheid van haar moeder kreeg zij al op jonge leeftijd bepaalde huishoudelijke verantwoordelijkheden toebedeeld. Haar vader, die naast zakenman ook politiek actief was, had een kleinschalige kunstverzameling opgebouwd. Daardoor kwamen Sientje en haar broertje Samuel al op jonge leeftijd in aanraking met kunst en politiek. Samuel van Houten zou later vooral bekend worden door zijn kinderwetje uit 1874.

Kunstenaarschap

In 1856 trouwde Sientje van Houten met de eveneens uit Groningse doopsgezinde kring afkomstige effectenhandelaar, Hendrik Willem Mesdag. In veel opzichten kenden zij een gelukkig bestaan. Ze woonden op stand aan de Vismarkt, hadden tijd om zich naast het werk en het huishouden bezig te houden met kunst en werden in 1863 verblijd met de komst van zoon Nicolaas. De vader van Van Houten overleed in 1864. Daardoor kreeg het jonge gezin een financiële impuls die Mesdag in staat stelde om zijn werk als bankier op te geven voor een bestaan als kunstenaar. Als gevolg van de keuze voor de kunst verliet het gezin Groningen. Op zoek naar leermeesters en mooie landschappen woonden zij achtereenvolgens in Oosterbeek en Brussel om uiteindelijk definitief neer te strijken in Den Haag. Tijdens hun omzwervingen werd Van Houten steeds meer aangetrokken tot het kunstenaarschap, maar de opvoeding van haar zoon kwam in deze periode echter nog consequent op de eerste plaats. Dat veranderde nadat zoon Nicolaas in 1871 aan de gevolgen van difterie kwam te overlijden.

Faam

In eerste instantie schilderde Van Houten voornamelijk landschappen. Daarbij gebruikte ze allerlei donkere en in sommige gevallen sombere kleuren. Die kleurkeuze zou volgens kunstkenners te maken hebben gehad met het verlies van haar zoon. Later legde zij zich ook toe op het schilderen van stillevens en portretten. Ze had door de beslommeringen van haar inmiddels beroemde echtgenoot een brede kennissenkring in de kunstwereld opgebouwd hetgeen haar in staat stelde om haar werk overal ter wereld te laten exposeren. Van Houten ontving meerdere prijzen. Daarnaast was ze actief in het kunstenaarsleven en presidente van Onze Club, een ontmoetingsplek voor ontwikkelde vrouwen. Mesdag-van Houten zette zich in voor de ‘arme vrouwelijke artiest’. In de periode tussen maart en augustus 1881 schilderde zij daarnaast samen met haar man panorama Mesdag, een wereldberoemd doek van zo’n 1700 vierkante meter. Daarop is zij ook zelf afgebeeld door haar man.

Verzameling

Naast dat zij zelf vele werken heeft geproduceerd heeft zij in samenwerking met haar echtgenoot ook een vermaarde kunstverzameling aangelegd. In het huis van het echtpaar ontbrak het hen in eerste instantie helaas aan de ruimte om hun kunstverzameling te kunnen uitstallen. De aankoop van een kavel naast het woonhuis creëerde voor het echtpaar de mogelijkheid om een eigen kunstmuseum te laten bouwen. In 1903 hebben zij zowel het museum als de verzameling aan de Nederlandse staat geschonken. Die schenking kon in het hele land op veel waardering rekenen.

Vergetelheid

Na haar dood in 1909 werd haar werk steeds meer gezien als een soort verlengstuk van het werk van haar man. De eigenzinnige kunstamazone kwam daardoor een beetje in de vergetelheid terecht. Richting het eind van de twintigste eeuw kwam haar werk niettemin weer in allerlei galerijen bovendrijven. De steeds toenemende aandacht voor haar schilderwerk en haar positie als vrouw heeft er heden ten dage voor gezorgd dat schilderijen van Sientje Mesdag van Houten in verschillende kunstmusea onderdeel uitmaken van de vaste opstelling.