75 jaar vrijheid

1940 tot 1945

Rotterdamse evacués

Eind 1944 kwam er een grote stroom mensen naar de noordelijke provincies. Na Dolle Dinsdag (5 september) vluchtten veel NSB'ers naar Groningen om daar nog een hele winter lang huis te houden. Tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland, in september '44, werden complete Limburgse steden en dorpen al dan niet verplicht geëvacueerd. Met treinen en soms lopend kwamen de vluchtelingen in Groningen aan en vonden onderdak bij gastgezinnen. In december kwam daar nog een derde stroom bij. Vanwege voedseltekorten in de Randstad werden kinderen 'uitgezonden' naar het platteland, om daar aan te sterken. In Stadskanaal herinneren ze zich de Rotterdamse kinderen: ondervoed en mager, maar brutaal en met lef.
Via het ‘Interkerkelijk Bureau voor Noodvoedselvoorziening en Kinderuitzending’ (IKB) worden opvangplekken voor de kinderen uit het westen gezocht, waarbij er goed wordt opgelet dat de kinderen bij gelijkgezinde gezinnen (katholiek, hervormd, gereformeerd) worden ondergebracht.

Enkele citaten:

 

'Ze kwamen per trein. Dat was wel bijzonder, want er reden destijds al helemaal geen treinen meer. Mijn vader werkte bij het Oranje Kruis en hielp mee. Ik herinner me er niet veel meer van, alleen dat er in de trein alleen kinderen zaten. En de lucht van luizenzwavel! Het meisje dat bij ons kwam moest eerst in de keuken in de tobbe en werd kaalgeschoren, vanwege de luizen.' 

 

'De Rotterdammertjes, die kwamen echt 'bij de boertjes', zo voelden ze dat. Ze wisten alles beter, hadden alles al lang meegemaakt.'

 

'Ze praatten heel snel, dat weet ik nog. En alles in het ABN.'
'Ach nee hoor, wat was Rotterdams. Ze hadden het over krootjes!'
 

'Die Rotterdammers waren wel heel direct.'
 

'Wij hebben anders een prachtige tijd met ze gehad. Een hele kluit is zelfs familie geworden!'

Rotterdamse evacués

Evacués uit een grote stad worden naar het ruim van een boot begeleid om op het platteland te kunnen aansterken. - Foto: Drentheindeoorlog.nl