1815-1989

NV Herenkledingfabriek v/h Gebr. Levie: voor elke naald een draad

Andries en Sander Levie, zoons van marktkoopman Alexander Levie, openden in 1888 een eigen winkel op de hoek van de Carolieweg-Gelkingestraat, een levendige joodse buurt. Hieruit ontstond de eerste herenkledingfabriek in Groningen, die in belangrijke mate bijdroeg aan de bloei van de confectie-industrie.

NV Herenkledingfabriek v/h Gebr. Levie: voor elke naald een draad
Kleermakers van de herenkledingfabriek Gebr. Levie aan het werk, ca. 1945-1950. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1327-1137-0024)

De zoons van Andries Levie, de gebroeders Levie, Sander en Theo, pionierden in de fabricage van confectiekleding. In 1907 begonnen ze in het pand van de winkel met het maken van regenjassen, die bekend zijn geworden onder de naam Santega (Sander-Theodoor-Groningen/Amsterdam). Het bedrijf groeide al snel uit zijn jasje, met als gevolg dat overal in de stad kleine fabriekjes ontstonden.

In 1925 liet de familie Levie een akte opstellen over de oprichting van het ‘Naamlooze Vennootschap Heerenkledingfabriek voorheen gebroeders Levie’. Om economische redenen voegden de Levie’s al die verschillende fabriekjes samen in het gebouw van de tabaksfabriek Theodorus Niemeijer aan het Nieuwe Kerkhof, dat zij in 1927 kochten. De joodse journalist Eduard Elias schreef in het jubileumboekje ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de fabriek: ‘Toen zij die lege fabriek gekocht hadden, kregen zij voor de eerste maal het trotse gevoel dat zij nu eindelijk werkelijk industriëlen geworden waren.’

Aan de top

De Levies voerden een verdere centralisatie van de productie door met de bouw van een grote fabriek aan de W.A. Scholtenstraat in 1929. Heel Groningen sprak erover. Volgens ‘Leviaan’ Herman Hindriks (werkzaam bij de herenkledingfabriek van 1924 tot 1968) waren alle ruimtes zodanig op elkaar aangesloten dat ‘men haast mag zeggen dat voor de bewerking der stoffen tot herenpakken geen minuut verloren behoeft te gaan.’

Er ging ook geen minuut verloren wat de ondernemende gebroeders betreft. Bij de centralisering paste ook een efficiënt productie- en administratiesysteem, opgezet door Joseph Cohen. Hij was ook de eerste met het opzetten van reclamecampagnes. In de etalages hingen barometers die standaard op regen en storm stonden, ter aanbeveling van regenjassen.

In de jaren 1930 verhevigde de concurrentie toen joodse kledingfabrikanten nazi-Duitsland ontvluchtten. Voor deze naald wisten de Levies wel een draad: ‘Er is altijd plaats aan de top’, het motto van de bevriende Engelse ondernemer Burnley van Hoffman-persmachines. De fabriek ging zich richten op maatconfectie: ‘council-kleding’. Stoffen kwamen uit Groot-Brittannië. Samen met de enorme toewijding van het personeel wisten de Levies boven de concurrentie uit te stijgen. Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was N.V. Herenkledingfabriek v/h Gebr. Levie een bloeiend bedrijf met landelijk afzetgebied.

De Levies hielden joodse tradities goed in stand. Alle werkzaamheden stopten op sabbat. Op joodse feestdagen was de fabriek gesloten. Hoewel directieleden, aandeelhouders en vertegenwoordigers van de fabriek allen joods waren, kwamen onder arbeiders zowel joden als niet-joden voor.

Machines op onderduikadressen

Toen op 10 mei 1940 de nazi-bezetting van Nederland begon, betekende dat een forse klap voor de herenkledingfabriek. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Theo Levie naar Palestina gevlucht en Sander Levie naar de VS. Ze hadden toen maatregelen genomen om de fabriek zoveel mogelijk draaiende te houden.

Een lading stoffen werd in de provincie op een veilige plek ondergebracht. Het pensioenfonds en het weduwen- en wezenfonds hadden de Levies uitgedeeld aan rechthebbenden, om te voorkomen dat het in nazi-handen viel. Ook hadden ze voor hun vertrek de leiding van het bedrijf overgedragen aan Gerrit Burrie, de boekhouder. Die wist verschillende belangrijke machines uit de fabriek veilig te stellen op onderduikadressen. Zelf werd hij verraden door een collaborateur van de vestiging in Amsterdam, die door de Levies voor de oorlog was afgestoten. Wegens ‘hulp aan joden’ belandde Burrie in Kamp Vught.

In het begin draaide de fabriek door onder bewind van Nederlanders. Gaandeweg werden zij vervangen door Duitse nazi-gezinden. Op 31 januari 1942 werd de herenkledingfabriek in Groningen eigendom van Deutsche Kleider-Werke AG uit Frankfurt. De nieuwe aandeelhouders besloten op 19 mei 1942 de naam te veranderen in ‘Heerenkledingfabrieken Santega N.V.’. In 1946, toen het bedrijf weer in handen was van Theo Levie, werd de vooroorlogse naam hersteld.

De draad oppakken

De herenkledingfabriek had een enorm vermogen voor de oorlog. Dat was volledig in handen gekomen van nazi-Duitsland. Maurits Levie schreef in zijn verzoek aan het Militair Commissariaat op 10 september 1945 dat ‘bij de bevrijding de N.V. voormeld dientengevolge financieel volkomen leeggepompt was.’

Van het personeel zijn 63 arbeiders in kampen omgekomen. Een plaquette in het voormalige fabrieksgebouw aan de W.A. Scholtenstraat herinnert daaraan. Vanwege dit verlies viel het Theo Levie na de oorlog zwaar om de draad op te pakken. Bij het 75-jarig jubileum bedankte hij zijn personeel: 

‘[…] moeten wij […] constateren, dat na een moeilijke korte periode, toen men nog ontworteld was door oorlogsjaren, de Groningse aard weer boven kwam, en men met energie werkte aan de opbouw van de zaak.’

Burrie trof voorbereidingen om de fabriek operationeel te krijgen. Maurits Levie en jurist David Simons waren bezig met terugvorderen. Dit was een moeizaam proces omdat Deutsche Kleider-Werke niet wilde meewerken. De zaken begonnen weer goed te draaien vanwege de grote kledingbehoefte. Binnen tien jaar had de herenkledingfabriek van Levie in de kledingsector weer haar positie ingenomen. In de jaren 1960 stond ze mede aan de basis van de Stijlgroep.

W.A. Scholtenstraat : directeur Theo Levie voor de confectiefabriek Gebroeders Levie, ca. 1955. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1785-18549)
W.A. Scholtenstraat : directeur Theo Levie voor de confectiefabriek Gebroeders Levie, ca. 1955. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1785-18549)

Dit verhaal is geschreven in het kader van het project WiGeDok, de poort tot de sociaal-economische geschiedenis van Groningen en Ostfriesland. WiGeDok biedt via zijn website een overzicht per bedrijfstak van archieven van bedrijven en aanverwante (vak)organisaties. Het archief van de Herenkledingfabriek v/h Gebr. Levie bevat naast een breed scala aan administratieve stukken een omvangrijke fotocollectie die gedigitaliseerd is.