Groninger kerken

1300-1648

Moderne tijdsaanduiding, het torenuurwerk van Tinallinge

In de kerk van Tinallinge bevindt zich een eeuwenoud uurwerk, gebouwd in 1545. Dit uurwerk is het oudste uurwerk van de provincie Groningen en één van de oudste van Nederland.

Moderne tijdsaanduiding, het torenuurwerk van Tinallinge
De kerk van Tinallinge. - Foto: Hardscarf via Wikimedia Commons

Lang werd tijd gemeten door zonnewijzers, zand- of waterlopers. Op het platteland werd het leven voor het grootste gedeelte bepaald door de stand van de zon. In de stad werd vanaf de 14de eeuw het leven steeds meer geregeld via openbare tijdsaanduiding. In deze periode werden de eerste mechanische uurwerken uitgevonden. Waarschijnlijke werden dergelijke uurwerken voor het eerst gebruikt in cisterciënzer kloosters. Kloosterlingen bezaten de kennis en grondstoffen om de uurwerken te kunnen maken. Bovendien was tijdsmeting belangrijk in kloosters voor het ritme van werken en bidden. Bij de opkomst van de steden in de 14de eeuw werden uurwerken ook in het stedelijk leven geïntroduceerd.

Tijd voor iedereen

De invloed van de torenuurwerken was groot. De tijd was nu immers voor iedereen zichtbaar. In alle lagen van de bevolking ging tijd een rol spelen. Zo werden in deze periode textielarbeiders voor het eerst per uur betaald. De eerste uurwerken waren zogenaamde ‘waaguurwerken’ met maar één wijzer. Soms werden er naast de hoofdklok, kleinere wijzerplaatjes geplaatst die de minuten of dagen aangaven.

Tot 1912 had ieder dorp of stad nog een eigen lokale tijd, afhankelijk van het moment waarop de zon op haar hoogste punt stond. Tussen Oost en West Nederland bestond zo een tijdsverschil van zo’n 10 minuten. Pas na de Tweede Wereldoorlog ging men over tot het gebruik van tijdszones.

Het slingeruurwerk van Huygens

De tijdsmeting werd pas echt accuraat na de uitvinding van het slingeruurwerk. De werking van de slinger was al langer bekend. Natuuronderzoeker en wiskundig genie Christiaan Huygens (1629-1695) was in 1657 de eerste die de slingerbeweging wist toe te passen in tijdmeting. Het voordeel van dit soort uurwerk is dat slingeruurwerken heel betrouwbaar zijn. Omdat de slingerbeweging heel constant is, loopt de klok ook zeer regelmatig. In de zeventiende eeuw werden torenuurwerken vaak verbouwd tot een slingeruurwerk, dat veel preciezer was.

Dit is ook met het uurwerk van Tinallinge gebeurd. Rond 1660 is hier het torenuurwerk omgebouwd, de sporen van het oude waaguurwerk zijn nog te zien in de toren. De basis van het oude waaguurwerk werd bewaard. De verbouwing werd bekostigd door de collator van de kerk, de familie Tjarda van Starkenborgh, die in de kerk veel zeggenschap had. De familie woonde op de borg Ter Weer in het dorp. In 1573 kwam de familie in het bezit van de rechten van de kerk. Dit betekende dat ze de predikant mochten benoemen en een erebank in de kerk hadden. Bij beslissingen over kerkzaken hadden ze dus een belangrijke stem.

Detail van het uurwerk van Tinallinge
Detail van het uurwerk van Tinallinge

De familie Tjarda van Starkenborgh was bevriend met de familie Huygens en was regelmatig te gast in Den Haag. De vrouw van de borgheer, Alijt Junius, was bovendien de dochter van de ambtsgenoot van Constantijn Huygens, stadhouderlijk secretaris Jacob Junius. Zijn zoon, Christiaan Huygens, was betrokken bij veel uurwerken die omgebouwd werden. Soms bouwde hij ze ook zelf om. Christi­aan Huygens heeft mogelijk, als vriend van de familie, ook in de kerk van Tinallinge zelf het uurwerk omgebouwd of hierover geadviseerd. Met zekerheid is dit niet te zeggen, maar het is op zijn minst opvallend dat een paar jaar na zijn uitvinding van het slingeruurwerk, een dorpskerk in het noorden van Groningen een modern uurwerk krijgt.

Het uurwerk van Tinallinge bleef tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw in gebruik. Toen werd het vervangen door een elektronisch exemplaar die achter het orgel werd geplaatst. Het oude uurwerk was teveel versleten, maar zijn wijzerplaat is in de kerk nog steeds te zien.