Thuis in Groningen

1815-heden

Liefde voor de huizen van Oeds de Leeuw Wieland

De naam Oeds de Leeuw Wieland (1839-1919) is een begrip in Loppersum en omstreken. Door het grote aantal luxueuze villa's en woningen dat de architect ontwierp, heeft hij in grote bijgedragen aan de voorname en deftige uitstraling die het dorp Loppersum nu nog geniet. Maar er was meer: van zijn tekentafel kwamen ook boerderijen, scholen en bruggen. De Stichting Berlagehuis Usquert wijdt in juni 2018 de vierde in de serie Noordelijke Architectenportretten aan Wieland. Op 22 mei was er alvast een bijeenkomst voor de huidige bewoners van 'Oedsen', in het Dorpshuis van Loppersum.

Liefde voor de huizen van Oeds de Leeuw Wieland

Een van de boerderijen die Oeds de Leeuw Wieland ontwierp. - Foto: Janna Bathoorn

Architect René Wubs opende de avond met een korte inleiding over het werk van Oeds de Leeuw Wieland. 'Hij leefde in een tijd dat het architectenvak opkwam, ook op het platteland. Maar scholen of opleidingen voor het vak waren er nog niet. Hoe heeft hij ervaring opgedaan en hoe heeft hij alles geleerd? Hij had talent, hij kon improviseren en combineren en stijlen uit andere tijden opnemen in een modern ontwerp. In zijn huizen zie je stijlelementen uit allerlei periodes terug, die moet hij bestudeerd hebben. Hij heeft dat waarschijnlijk allemaal een beetje in zijn eentje uit zitten vinden.'

Agnes Huzeling-Zandt groeide op op de prachtige boerderij Oezingaweer, even buiten Loppersum. 'Ik ging rond mijn achttiende weg van huis, voor de studie. Maar toen mijn ouders gingen verhuizen, was het wel een klap, vooral voor mijn moeder. Ze was daar ook geboren. Mijn broer nam het bedrijf dan wel over, maar ze vond het toch moeilijk. Haar ouders hadden het gebouwd. Mijn vader wilde wel naar een bungalow, maar mijn moeder niet.'
'Vroeger had ik geen besef van het bijzondere van ons huis. We groeiden er in op, het was gewoon. Maar als we in de zomer gingen spelen bij andere kinderen, was het wel bij iedereen kleiner!'

'Op stand'

Siebrand en Margreet Dijkema wonen aan de rand van Stedum in een 'Oeds'. Margreet: 'Ik heb er van mijn achtste tot mijn achttiende gewoond. Het stond bekend als het burgemeestershuis, maar mijn vader was geen burgemeester. Dat doet als kind wel iets met je, dat je huis zo wordt genoemd. Ik vond het wel wat. Toen mijn vader was overleden, heeft mijn moeder het verkocht, maar mijn man en ik hebben het een aantal jaren daarna weer teruggekocht. We hebben de gordijnen nog van de burgemeester naar wie het huis werd genoemd. Mijn moeder vond dat maar niks: 'Als je zo'n huis kunt kopen, dan kun je ook wel nieuwe gordijnen betalen!''
Siebrand: 'Toen ik als jongeman daar kwam, had ik al iets met dat huis. Het is een Oeds in Jugendstil. De details zijn zo mooi. Waar vind je nog gietijzeren dakgoothouders?'

Monumentaal

De mensen die opgroeiden in een 'Oeds', zoals de panden die door de architect ontworpen zijn ook wel worden genoemd, realiseerden zich vaak pas later dat hun huis bijzonder was. Cees Kraak: 'Pas op latere leeftijd komt dat wat boven. Eer je geïnteresseerd raakt in geschiedenis en dit soort dingen, ben je wel een jaar of dertig.'
Zijn zoon Wiard en diens vrouw Margreet beheren Wester Enzelens, een boerderij bij Garrelsweer die al zes generaties in de familie is en is bestempeld tot rijksmonument. Cees Kraak: 'Ik kon zonder moeite afscheid nemen van het huis, omdat ik het doorgaf aan de volgende generatie.'
Wiard Kraak: 'We hebben er altijd heel veel aan gedaan, qua onderhoud. Maar de aardbevingen pakken ons huis nu af. We wonen sinds 2016 in containers. Het huis zit vol schimmels en scheuren. Het verwordt nu tot een hoop stenen, een blok aan je been.'
Margreet Kadijk: 'Het is zo jammer, doodzonde. Maar je moet verder.'

Geen plek voor schilderijen

Tobias Harm Albronda en zijn vrouw wonen in de voormalige pastorie van Oosterwijtwerd, ook een 'Oeds'. 'Toen we er kwamen wonen, wisten we niet dat ene Wieland er wat mee te maken had gehad. We vonden het groot, overal was ruimte, zowel binnen als buiten. En het ligt naast het kerkje uit 1170. Er is op deze plaats meer geschiedenis dan gemiddeld.'
Hij omschrijft zijn huis: 'Er zijn niet zo veel versieringen, het is bij ons vrij sober. Maar misschien is dat wel omdat het de pastorie was. Veel hebben we behouden of zo gelaten. De opkamer heeft bijvoorbeeld nog steeds behang op jute. Dat is lastig om een schilderij aan op te hangen. Maar ook in de kamer kunnen we weinig ophangen: er zijn veel ramen en aan de muurkant zijn deuren.' Overal wordt instemmend gelachen, want de weinige 'muurruimte' in de huizen van Wieland is een bekend aspect. Misschien hield de architect niet van schilderijen?

Liefde

Trees en Gert, die ook in Oosterwijtwerd wonen, kochten hun huis in 1987. Ze zijn al sinds ze er wonen bezig met het onderhoud van hun pand: 'Als je een Oeds in goede conditie moet houden, dan moet je soms goed aan de bak.' Veel van de aanwezigen herkennen en erkennen dat.
De plafonds in de rentenierswoning in Oosterwijtwerd zijn voorzien van ornamenten van papier maché en van plafondschilderingen. Vooral die laatste zijn bijzonder en ze hebben ze met veel zorg laten restaureren. Gert: 'Het vakmanschap moet niet onderbelicht blijven. Niet alleen de architect, maar ook de ambachtslieden hebben prachtig werk geleverd. Dat zie je nu wel als je iets wilt vervangen of laten herstellen: waar vind je nog iemand die dat kan?'
Wiard Kraak reageert vervolgens meteen als er even later wordt gevraagd naar een speciaal soort dakpannen: 'Ik ken in Friesland iemand die ze namaakt.' Zo worden er wel meer adressen uitgewisseld. Voor de eigenaars van Oedspanden is het bijna een sport om alles zo precies mogelijk te herstellen en er blijken verschillende adresjes bekend van echte ambachtslieden die hen verder kunnen helpen.

René Wubs: 'Veel van de woningen die Oeds ontwierp, waren wel voor mensen van stand.'
Cor Haak: 'Wieland maakte niet alleen maar rijkversierde woningen. In de Middenstraat in Loppersum staan nog drie arbeiderswoningen, waarvan er één nog bijna helemaal authentiek is. Die zijn vrij sober van aanzicht.'

Trees: 'Als je goed kijkt, zie je steeds meer. Gietijzeren roostertjes voor de ventilatie, houtsnijwerk in bijvoorbeeld de vensterbanken en de schouw, tegels met een bijzonder motiefje. In Italië en Portugal hebben we dit soort tegels ook gezien, maar niet in Nederland.'
Gert: 'Het waren Italianen die ons plafond erin hebben gezet. Er waren rondreizende schilders, kunstenaars eigenlijk, die plafondschilderingen maakten. We weten van twee andere adressen waar de plafonds erg op die van ons lijken. Dat is waarschijnlijk dezelfde schilder geweest.'

Overgebleven

Oeds de Leeuw Wieland stierf op 8 mei 1919 aan de Spaanse griep en zijn vrouw een dag later. Zes van hun elf kinderen overleefden hen. Van de tekeningen en ontwerpen van de architect is weinig meer over. Bij opruimingen in de gemeentearchieven zijn bouwtekeningen en bestekken weggegooid en ook in particuliere archieven is weinig meer te vinden. Hier en daar nog een koopakte met de naam van Wieland, want de architect kocht en verkocht zelf ook panden en percelen.
Tobias Albronda: 'Er zijn maar weinig mensen die weten dat Oeds de Leeuw Wieland ook een spoorlijn heeft aangelegd. Toen de wierde van Leermens werd afgegraven, heeft hij daar smalspoor aangelegd. De mensen gingen lopend naar hun werk, maar de grond werd per trein vervoerd!'

Gemene deler

Wat kenmerkt de huizen die Oeds de Leeuw Wieland ontwierp? Is er een gemene deler te vinden?
René Wubs: 'Wieland was een soort architectonische kok, die allerlei stijlen met elkaar mengde.'
Trees: 'De aandacht voor details. Je blijft kijken.'
Een andere aanwezige: 'Ja, maar zonder dat elk afzonderlijk detail om aandacht schreeuwt. Alles past bij elkaar.'
Agnes Huzeling-Zandt: 'De grote ramen, veel zicht op de landerijen.'
Mevrouw Geuze: 'De buitenkant van het huis, het totaalplaatje.'
Margreet Dijkema: 'We hebben allemaal stoepjes om het huis. Als je wat krijgt, dan heb je wel een probleem. Maar we gaan niet weg!'
René Wubs: 'Daar stond Wieland inderdaad ook wel om bekend: om de niveauverschillen in zijn huizen. Trapjes, kelders, opkamers, stoepjes...'

Alle aanwezige bewoners van Oedspanden zijn volgens architect René Wubs gezegend met cultureel besef. Gelukkig maar, want anders was er een heleboel verloren gegaan. Gert: 'De makelaar zei tegen ons: die schuifdeuren kunnen er wel uit, en die plafonds ook, dan heb je een grote woonkamer.' Hij wijst naar zijn voorhoofd.
Remco Geuze (25) is de jongste aanwezige op de avond over Oeds. 'Op school leer je over de geschiedenis van Nederland in het algemeen, heel soms iets over het noorden. Maar je komt zo weinig tegen over je eigen buurt, of zelfs je eigen huis! Ik vind het heel interessant.'