75 jaar vrijheid

1940 tot 1945

Het gemeentehuis van Veendam als bergplaats voor onderduikers

Zonder dat de burgemeester en het personeel het wisten, diende het Veendammer gemeentehuis in de oorlog als een doorgangshuis voor onderduikers. Conciërge Berend Eenjes en zijn vrouw Jeltje woonden in het pand en hielden zich aanvankelijk bezig met het verspreiden van illegaal drukwerk en later met het vervalsen van persoonsbewijzen.

Het gemeentehuis werd een doorgangshuis waar onderduikers hooguit twee weken verbleven. De onderduikers sliepen op de zolder waar de sfeer ontspannen was. Er werd radio geluisterd, gelezen of een kaartje gelegd. Ook was er een ruimte gemaakt waarin men spoorloos kon verdwijnen als dat nodig mocht zijn. Na de slag om Arnhem werd het drukker in het gemeentehuis, iedere nacht sliepen er tussen de 30 en 40 onderduikers in de trouwzaal. Begin januari 1945 verbleef hier ook de Engelse piloot Arthur Digby Clayton, die bij de Duitse grens was neergeschoten. Hij zou hier tot het einde van de oorlog blijven en werd goed bevriend met Eenjes.
De Duitsers en de NSB’ers hebben nooit iets gemerkt van het verzetswerk van Eenjes. Zijn eigen verklaring hiervoor was eenvoudig: ‘Ik heb me altijd heel onnozel voorgedaan.’

Het gemeentehuis was niet alleen bergplaats voor onderduikers, maar tussen de dubbele plafonds waren ook verzetswapens, dertig radiotoestellen, twintig fietsen en vijf motorfietsen verstopt.

Het gemeentehuis van Veendam als bergplaats voor onderduikers

Het oude gemeentehuis van Veendam uit 1878. - Foto: gemeente Veendam