1914-1989

Kunstminnende griffier Jacob Jan Hangelbroek

Wie door de gangen van het monumentale provinciehuis loopt, ziet er een prachtige collectie van prominente Ploeg-schilders aan de wanden hangen. Dit heeft de provincie voor een groot deel te danken aan griffier J. J. Hangelbroek.

Jacob Jan Hangelbroek had al ruim twintig, veelbewogen "tropenjaren" in Nederlands Oost-Indië achter de rug toen hij op 1 mei 1951 werd benoemd tot griffier der Staten van de provincie Groningen. Na zijn studie Indologie aan de Universiteit van Leiden ging hij in 1929 naar Nederlands Oost-Indië. Volgens eigen zeggen lagen aan zijn studiekeuze en werk een zekere zin voor avontuur ten grondslag. Hij begon zijn ambtelijke loopbaan als controleur in West-Sumatra. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij drie en een half jaar gevangen in een Japans krijgsgevangenkamp.

Na de ontberingen van de oorlog werd Hangelbroek ondermeer secretaris-generaal voor algemene zaken van de minister-president in Oost-Indonesië en later ambassadeur. Hij maakte de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië mee. In 1949 was hij de laatste ambtenaar die in Indonesië in de rang van resident werd benoemd. In 1950 ging hij met verlof naar Nederland en bleef er de rest van zijn leven wonen en werken.

Noorderling

"Ik ben me altijd toch wel noorderling blijven voelen en ook als woonstad trok Groningen me erg", zei Hangelbroek later. Als griffier der Staten heeft hij bijna twintig jaar leiding gegeven aan de provinciale organisatie. Hij had een groot aandeel in de beleidsvorming. Hij werd toen wel de "zevende gedeputeerde" genoemd. Hangelbroek kreeg grote bekendheid door zijn activiteiten op het culturele vlak. Hij was ondermeer bestuurslid van de Raad voor de Kunst in Groningen en van het Groninger Museum voor Stad en Lande. Ook was hij secretaris-penningmeester van het Kammingafonds, het Scholtenfonds en de Stichting Museum Menkemaborg. Daarnaast schilderde en tekende hij ook zelf.

De Ploeg en de provincie Groningen

Als hoogste ambtenaar binnen de provinciale organisatie vervulde Hangelbroek een centrale rol bij de aankoop van werken van leden van de Groninger Kunstkring De Ploeg. Hij was een onmisbare schakel tussen de provincie en het Groninger kunstleven. Daarnaast was hij zelf kunstlievend lid van De Ploeg en had hij goede contacten met Ploeg-leden. Hij wilde de eigentijdse kunst in de provincie stimuleren. In 1953 nam de provincie het initiatief om samen met het Groninger Museum een overzichtstentoonstelling te organiseren over hedendaagse beeldende kunst in Groningen. In 1958 nodigde hij Ploeg-schilders uit voor een tentoonstelling in het provinciehuis. Voorwaarde was dat het werk betrekking had op de provincie (Stad en Ommelanden).

Provincie als mecenas

In 1956 nodigde het provinciaal bestuur 12 Groninger kunstenaars uit, om de aanleg van de nieuwe zeesluizen in Farmsum en de verbetering van het Eemskanaal bij Delfzijl te vereeuwigen. Uiteindelijk waren er 32 schilderijen, aquarellen en tekeningen te zien op de tentoonstelling "Schilders zien Delfzijl". De provincie heeft toen 8 werken aangekocht, waaronder één van de oudste inzender Jan Gerrit Jordens. Mede door zijn liefde voor de kunst was Hangelbroek in staat de banden tussen De Ploeg en de provincie aan te halen.