Oorlog in Stad en Ommeland

1914-1945

'In die tijd liep je elke dag risico op straat'

Joop Bitter was één van verzetsmannen van de Groninger verzetsgroep ‘De Groot’. Vijftien jaar na de Tweede Wereldoorlog emigreerde hij naar Nieuw-Zeeland.

Bitter oogt terneergeslagen op Eerste Kerstdag 2011. Zojuist is zijn huis in Oost-Christchurch opnieuw onder water gelopen als gevolg van zware aardbevingen van twee dagen ervoor. De vooruitzichten zijn slecht, zijn huis staat in een zogenaamd red zone, die in 2013 moet worden afgebroken. Tot zijn grote spijt, want hij heeft het met eigen handen gebouwd. De aardbevingen in Christchurch en de Tweede Wereldoorlog zijn daarmee de grootste crises in zijn leven.

Jeugd

Johannes Hendrikus (Joop) Bitter zag op 18 april 1920 het levenslicht. Geboren in een gezin van metaalwerkers en koperdraaiers groeide hij op in Amsterdam-West. Het socialistisch gedachtengoed werd hem met de paplepel ingegoten. Als overtuigd pacifist weigerde hij eind jaren dertig dienstplicht. Hij moest voor de krijgsraad komen die hem tot gevangenschap veroordeelde. Tijdens het uitbreken van de oorlog zat Bitter gevangen in Den Haag. Duitse vliegtuigen bombardeerden het gebouw. De cipier bedacht zich niet: hij opende de gevangenisdeuren en liet de gedetineerden vrij. In gevangeniskleren liep Bitter naar Amsterdam.

Bitter werkte als timmerman bij aannemersbedrijf Hessels in Amsterdam. Al in het begin van de oorlog was onderduiken de gewoonste zaak ter wereld. Bitter wilde geen risico lopen om door zijn bedrijf uitgezonden te worden naar Duitsland. "Ik ging elke avond ergens anders slapen, uit angst dat ze mij kwamen ophalen."

Groningen

Ondertussen leerde hij via de socialistische jeugdbeweging Jannie Scholtens kennen. Zij woonde aan de Bedumerweg in Groningen. Ze werden een stel. En ook maakte hij via de jeugdbeweging kennis met Henk Lommert, die werkte als tekenaar in de Noord-Nederlandse Clichéfabriek. Lommert bezorgde Bitter een baan als manusje-van-alles in de fabriek die onder leiding stond van bedrijfsleider Gerrit Boekhoven. Bitter kwam bijna vanzelf in het geweldloze verzet terecht. Het socialistische en pacifistische karakter van Groep de Groot - genoemd naar de schuilnaam 'Henk de Groot' van Boekhoven - waarmee Bitter begin 1943 in contact kwam, sloot aan bij zijn eigen overtuiging.

Verzet

Eén van zijn allereerste klussen was het maken van een koffer voor Boekhoven, waarin hij een kaartsysteem kon verbergen. Bitter kwam al snel op het Nassauplein, waar Boekhoven met zijn vriendin Dinie Aikema woonde. Hij maakte een schuilplaats in Boekhovens huis. “Het was een doorsnee huis en geen gemakkelijke opgave. De enige optie was onder de vloer. In een kast maakte ik een schuivend luik om onder de vloer te komen. Niets mocht in de weg komen van de schuif, anders kon je er niet meer uitkomen, heel gevaarlijk.”

Aikema schakelde Bitter ook in als koerier. Hij moest bij Niemeijers tabaksfabriek aan de Paterswoldseweg een pakket met geld halen. In datzelfde gebouw was ook een V1 opgeslagen, vele Duitsers liepen er rond. Bitter: “ik moest tussen hen door om bij de toonbank te komen en de vrouw erachter te vragen waarvoor ik kwam. Zij overhandigde mij een stapeltje bankbiljetten. Hoeveel het was weet ik niet precies meer, maar het moeten honderden guldens geweest zijn.”

“Het is makkelijker om te vergeten dan te liegen.”

Bang om gepakt te worden was Bitter niet. Zijn overlevingsstrategie was om zo min mogelijk te onthouden en veel te vergeten. Weinig sociale contacten onderhouden. Als hij dan ooit gearresteerd zou worden, kon hij zo min mogelijk informatie kwijt tijdens verhoren. “Het is makkelijker om te vergeten dan te liegen.”

Tot een arrestatie kwam het bijna. In de nacht van 4 op 5 januari 1945 fietsten Bitter en Lommert langs de diepenring om gestolen dekens en kleren te transporteren naar Edzes Boekwinkel aan de Nieuweweg. Vlakbij het Boterdiep gaven de twee politieagenten Walstra en Timmer, die beide te boek stonden als 'goede agenten' het bevel om te stoppen. Ze troffen in de bakfiets van Lommert kleren aan en dachten aan zwarthandel. Lommert moest meekomen naar het bureau. Bitter, die iets verderop fietste, keek het van het afstand aan. “Het was een afschuwelijke situatie, maar ik kon er niets aan veranderen.”

Het valse persoonsbewijs van Bitter, met de naam P.J. Boersma.
Het valse persoonsbewijs van Bitter, met de naam P.J. Boersma.

Op het bureau werden ook nog bonnen en persoonsbewijzen gevonden. Die volgende dag is Lommert overgedragen aan inspecteur Kraaijenga. Tot ongenoegen van de 'goede agenten' droeg Kraaijenga Lommert over aan zijn chef Van Keulen die Lommert doorstuurde naar het Scholtenhuis. Er is nog gepoogd hem gelegenheid te geven te ontsnappen tijdens die overbrenging. Lommert viel op ongelukkige wijze in de sneeuw, zodat de begeleidende agent niets anders kon doen dan ingrijpen. Lommert werd op 22 januari 1945 gefusilleerd in Dokkum. Bitter dook tot de bevrijding onder in het ouderlijk huis van zijn vriendin.

Herinnering

Toen de oorlog ten einde liep, realiseerde Bitter zich dat hij één van de weinige overlevenden was van verzetsgroep De Groot. Hij had het gevoel alsof hij alleen op de wereld was. Er waren zovelen, waaronder Boekhoven, Aikema en Kerkhoven, die het niet hadden gehaald, zo vlak voor de eindstreep. De teleurstelling liet een grote leegte bij hem achter.

Hij trouwde met Jannie Scholtens op 25 maart 1946 en samen kregen zij twee kinderen. Na de oorlog kwam Bitter moeilijk aan werk en besloot in 1960 met zijn gezin te emigreren naar Christchurch. Hij vond daar werk in de scheepsbouw en metaalhandel. Zijn vrouw overleed in 2003.

Over zijn oorlogservaringen wilde Bitter voorheen maar weinig kwijt. Totdat zijn kleindochter Marnie Whiteside, destijds studente fotografie aan de universiteit van Wellington, een fotoreportage over hem maakte, met een korte biografie van zijn leven. Daar is hij en de familie haar erg dankbaar voor.

Een klein halfjaar na onze ontmoeting krijgt Bitter een goed bericht: hij gaat verhuizen naar het Lady Diana Isaacs Retirement village in Christchurch. Momenteel wordt het huis gebouwd en vlak voor kerst 2012 kan hij intrek nemen. Bitter hoopt op een kerst zonder aardbevingen.

Dit artikel verscheen eerder in het cultuur- en geschiedenismagazine FEITH. Joop Bitter overleed op 7 februari 2013 op de leeftijd van 92 jaar in Christchurch, Nieuw-Zeeland.