Levend erfgoed

1815-heden

Hooghoudt: 'Het geluk van een borrel'

Midden op de Grote Markt, bovenop de gevel van Vindicatsociëteit Mutua Fides, prijkt met grote letters de naam Hooghoudt. De distilleerderij en jeneverstokerij is sinds 1888 onlosmakelijk verbonden met Groningen. Hero Jan Hooghoudt (1928), naamgenoot van de oprichter van de fabriek en de derde generatie die aan het roer stond van het familiebedrijf, vertelt over jonge en oude jenever, zijn katapult, slimme reclametechnieken en de Groningse nuchterheid, ook als het gaat om drank.

Hooghoudt: 'Het geluk van een borrel'
Hero Jan Hooghoudt (1928) met meesterdistilleerder Frank Leystra bij de distilleerketel Grietje, genoemd naar de oprichtster van het bedrijf. - Foto: Hooghoudt

Van medicijn tot genotmiddel

Jenever ontstond in de vijftiende eeuw in Nederland als medicinaal drankje: de jeneverbes bezat geneeskrachtig eigenschappen en jenever was niet alleen gezond, maar verdoofde de pijn ook nog door de grote hoeveelheid alcohol. In de zestiende eeuw werd het jeneverrecept vastgelegd en werd het een drankje voor rijke fijnproevers: het gebruik van specerijen was een teken van weelde en de elite liet graag zien dat ze zich jenever kon veroorloven. Toen de Nederlandse stadhouder Willem III ook koning van Engeland werd, maakte jenever de oversteek. De Britten kregen de receptuur echter niet onder de knie en de Engelse gin ontstond als een afgeleide van jenever.

Klassieke oude jenever wordt gemaakt op basis van granen, die gedistilleerd worden tot moutwijn, waar een distillateur door enkele toevoegingen karakter geeft aan de jenever. Jonge jenever ontstond toen het rond 1890 mogelijk werd om bijna zuivere alcohol (96%) te distilleren met een neutrale smaak. De aanduidingen jong en oud gaan dus over het productieproces, maar ook over de smaak: jonge jenever is veel neutraler van smaak en volgens sommigen levert dat minder snel een kater op. Hero Jan Hooghoudt: “Hoe meer smaak, hoe meer koppijn.” 

Hooghoudt in Groningen

In 1888 richtten Hero Jan en zijn vrouw Grietje in een kelder in de Oosterstraat een likeurstokerij in. Ze experimenteren met vruchten, schillen en specerijen en al snel worden hun dranken een succes. In 1893 laten ze affiches drukken die trots melden: 'Hier worden uitsluitend de dranken geschonken van de Fa H.J. Hooghoudt Groningen'. Hero Jan: “Oma Grietje heeft altijd hard gewerkt aan kwaliteit. Ze zei: 'Er is in de wereld niets, wat je niet een beetje slechter kunt maken en een beetje goedkoper kunt verkopen.' Reclame mocht mensen opmerkzaam maken, maar het product moest de rest doen. En als je product slecht is, kun je het maar één keer verkopen.”

“Oma Grietje heeft het bedrijf gered. Tien jaar na de start van de distilleerderij overleed haar man, aan zoiets simpels als een longontsteking. Hij was 36 jaar en liet oma Grietje achter met twee kleine jongens: Syne Barend van zes en Ludolf Wietse van twee jaar oud. Maar ze zette door en breidde het bedrijf zelfs uit. Ze kreeg de bijnaam 'de timmerman', omdat ze bijna alles zelf deed.”

Wanneer in 1918 de Spaanse griep rondwaart, grijpt Grietje terug op het gebruik van jenever als medicijn. “Veel mensen dachten dat het misschien wel kon helpen, en in elk geval was het een verzachtend drankje. Oma gaf haar beide jongens voor het eten ook elk een borrel. Maar die moesten ze wel staande opdrinken, want het was niet voor de gezelligheid!”

Hero Jan is de zoon van Ludolf en groeit op in en om het bedrijf, dat in 1920 is verhuisd naar de Nieuwe Ebbingestraat. “Ik was dan wel het zoontje van de baas, maar ik werd door die status niet beschermd. Ik weet nog hoe kwaad ik was dat de fabriekschef mij mijn katapult had afgepakt.” Als hij vier jaar is, overlijdt Oma Grietje. Vader Ludolf en oom Syne hebben de taken verdeeld: Ludolf houdt zich voornamelijk bezig met de productie, Syne trekt de 'buitendienst'.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog heeft Hooghoudt het moeilijk. Vanwege beperkingen en rantsoeneringen is het haast onmogelijk om gedistilleerd te produceren. “Gelukkig waren we een gemengd bedrijf en we hebben overleefd op de vruchtenwijnen. Je hebt er geen idee van hoe graag de mensen een verzetje willen, juist in moeilijke tijden. Klanten moesten hun suikerrantsoenen meenemen naar de fabriek, en op het laatst ook zelf fruit inleveren. Maar op die manier hadden ze toch nog iets om het glas op te heffen.”

Kurken peuteren

Hero Jan is van jongs af aan voorbestemd om ook bij Hooghoudt terecht te komen. “Als je geboren wordt in een familiebedrijf, dan weet je dat dat geen baan is van negen tot vijf.” Na de oorlog studeert Hero Jan aan de Weinbau Hochschule en studeert hij een aantal jaren farmacie. “Zodat ik iets van de chemische achtergronden zou weten.” In 1951 begint hij in het bedrijf. “Ik was met een vriend op bromfietsvakantie in Normandië en ik had het zo naar mijn zin, dat ik wel een weekje langer wilde blijven. Maar mijn vader hield voet bij stuk: ik zou beginnen in het bedrijf en 'afspraak was afspraak'. Dus op maandagochtend begon ik aan mijn eerste baantje: kurken uit oude flessen peuteren, want gedistilleerd zat toen nog in statiegeldflessen.” Via de spoelmachine en het lab kwam Hero Jan terecht in de verkoop. “Ik nam de rol over van mijn oom, die in 1958 was overleden.”

De distilleerderij van Hooghoudt aan de Nieuwe Ebbingestraat, 1987. - Foto: K.A. Gaasendam, www.beeldbankgroningen.nl (1785-23350)
De distilleerderij van Hooghoudt aan de Nieuwe Ebbingestraat, 1987. - Foto: K.A. Gaasendam, www.beeldbankgroningen.nl (1785-23350)

Reclame

Begin jaren '60 is Hero Jan verantwoordelijk voor de (her)introductie van graanjenever in Nederland. Er zijn al wel concurrenten die jonge en oude jenever aanbieden. “Maar de jenevers werden in die tijd gestookt uit melasse en daar hing altijd een muffe suikerbietenlucht over. De smaak van graanjenever is veel zachter en puurder.” De Hooghoudt-spot voor dubbele graanjenever is in 1968 de eerste Nederlandse televisiereclame ooit voor alcoholhoudende drank. “Toen we voor het eerst adverteerden met onze dubbele graanjenever, kregen we kritiek: graan was voor brood, zo was de heersende gedachte na de Tweede Wereldoorlog. Maar we hebben onze kop d'r veur gehouden en de dubbele graanjenever sloeg uiteindelijk wel aan.”

“Iedereen was verbaasd dat die kleine firma uit Groningen zoveel lef had. Dat wij op deze manier reclame maakten,” herinnert Hero Jan zich. “Maar je moet wat bijzonders doen. Mensen moeten je product leren kennen. Daarna doet de kwaliteit de rest.” De oude Hooghoudt vertelt ook over een andere manier van reclame maken. “Hooghoudt werkte met gemerkte flessen, zodat er altijd voldoende in zat. Toen de resultaten van een test van de Consumentenbond bekend werden, waren we dan ook heel trots dat onze flessen de enige waren waar daadwerkelijk 1000 cc in was aangetroffen. Alle werknemers zaten op de avond van de uitzending voor de televisie, maar daar werd een ander merk genoemd! Wat hebben we toen gedaan? We hebben grote advertenties laten maken met de boodschap: 'Per ongeluk is de uitslag van het onderzoek verkeerd gepresenteerd. Dit is de juiste uitslag.' We kregen boze brieven van collega's, die het not done vonden dat wij de naam noemden van een concurrent. Maar we hebben ons recht gepakt!”

Het geluk van een borrel

Hero Jan bleef tot 1993 actief in het familiebedrijf en gaf het stokje toen door aan zijn zoon Bert. “Oma Grietje is begonnen met vruchten op brandewijn en likeuren en mijn vader introduceerde de limonadesiropen.” Hero Jan zelf was verantwoordelijk voor de succesvolle graanjenevers. Zelf houdt hij veel van kalmoes, een kruidenbitter dat hij in 1973 introduceerde. “Het geluk van een borrel wordt te weinig onderkend. Van de afsluiting van de veemarkt tot het slot van een internationale top in Brussel: aan het einde wordt altijd het glas geheven.”  

Dit artikel kwam tot stand dankzij de avond 'Hero Jan vertelt' op 17 maart 2016, gepresenteerd door Laurens Speek in het proeflokaal van de Hooghoudt-distilleerderij in Groningen. Ook op 19 april en 18 mei 2016 zal Hero Jan zijn verhalen vertellen  aan bezoekers. U kunt zich opgeven voor deze avonden via de site van Hooghoudt.

Hero Jan Hooghoudt (1928): 'Het geluk van een borrel wordt te weinig onderkend.' - Foto: Hooghoudt
Hero Jan Hooghoudt (1928): 'Het geluk van een borrel wordt te weinig onderkend.' - Foto: Hooghoudt