Verhalen uit de regio

1648-1989

Het leven van een Westerwoldse dienstmeid

Haar wieg staat in een eenvoudige arbeiderswoning in het veen, ergens bij Bourtange. Maria Mouke wordt geboren op 24 of 25 april 1887, daar zijn de verschillende handmatig bijgehouden registers het niet over eens. Haar moeder werkt als meid bij een rijke boer en als vader op 42-jarige leeftijd aan kanker overlijdt, staat zij alleen voor de zorg van haar zeven kinderen. De oudste zoon van 16 moet de mannentaken overnemen en ook voor de kleintjes geldt: wie werken kan, draagt zijn steentje bij.

Het leven van een Westerwoldse dienstmeid

Het melken van koeien in de schuur bij het licht van een lantaarn. – Foto: maker onbekend, collectie Streekhistorisch Centrum Stadskanaal

Vanaf haar achtste jaar gaat Maria bij de boer aan het werk. Voor spelen is geen tijd. Ze helpt in de zomermaanden bij het in klokringen stapelen van turf en ondertussen hoedt ze de koeien van de boer, die los lopen in het veen. Ze mag pas thuiskomen met de koeien als moeder een wit laken op het dak legt. Ook bij dreigend onweer moet ze wachten op dat teken. Soms is het onweer al zo dichtbij dat ze angstig en alleen, hurkend in de sloot, de bui uit moet zitten.
Leerplicht is er niet. In de winter mag ze een paar maanden naar school. Maria is leergierig en doet erg haar best. Maar op school zitten ook de kinderen van de rijke boeren. Pestkoppen zijn het. Als ‘slobbertje’ is ze een makkelijk mikpunt met haar opgelapte kleding, haar klompen en haar door moeder aangemeten kapsel. Als het getreiter haar op een dag te veel wordt, krabt ze de krentenbaard van zo´n rijkeluiswicht open, rent de school uit en grist een hele ris schoenen en klompen mee uit de gang. Dat is meteen haar laatste schooldag.

Voor en achter...

Als Maria 12 jaar oud is, gaat moeder langs bij de bodenbesteder. Deze man bemiddelt tussen rijke boerinnen en meisjes of meiden die op zoek zijn naar werk. Ook voor Maria vindt hij een baantje als ‘kleine meid’ en vanaf dat moment woont ze nooit meer thuis.
Bij de boer worden de verschillen tussen arm en rijk nog duidelijker. Als Maria met ijskoud water de gang moet dweilen en snel een beetje kokend water uit de ketel toe wil voegen, wordt ze betrapt door de dochter van de boer. Maria laat haar rode vingers zien. 'Ze moeten je erbij afvallen,' snauwt de boerendochter haar toe.
Ook de maaltijden verschillen voor ‘voor’ en ‘achter’. De dienstmeid krijgt opdracht een heerlijke ham te koken, gewikkeld in spekzwoerd. Uiteraard is de ham voor de boer en het zwoerd voor het personeel. Na het afruimen ziet Maria kans een overgebleven plak ham in de buutse onder haar schort te laten glijden, die ze in de keuken verstopt in de la van de tafel. Als de plak wat later verdwenen blijkt te zijn, vreest ze voor ontslag. Tot ze de kat de la ziet inspecteren, hopend op nog een lekker hapje...

Rechtvaardigheid

Maria trouwt, krijgt kinderen en treft een man met astma, waardoor de taken noodgedwongen zo verdeeld worden dat hij huisman wordt en zij de kost verdient. Met maar een paar jaar onderwijs heeft ze toch netjes leren schrijven en leest ze elke dag de krant, vooral de feuilletons. Ze heeft grote belangstelling voor politiek, een groot gevoel voor rechtvaardigheid en komt op voor mensen die hulp nodig hebben. Ze heeft niets met Colijn, die niet staat voor de arbeiders en leert haar kinderen de Internationale.
Ze dient de boer van repliek, die haar met zijn vestzakhorloge in de hand staat op te wachten als ze vijf minuten te laat is. 'Je had advocaat moeten worden,' is alles wat hij nog zeggen kan.
Het enige dat ze ooit op afbetaling koopt, is een naaimachine voor nog geen honderd gulden. Ze leert zichzelf het naaien aan. Tornt oude kleding uit elkaar en legt de onderdelen op een nieuwe lap stof om na te knippen. Haar lapjes koopt ze van Abraham Goudsmid uit Pekela, die met een ‘bontpak’ vol lappen en garnituren langs de deuren komt.

Levenslessen

Goedkoop is duurkoop, leert ze haar kinderen. Zoals ook het verbod om uit elkaars kopje te drinken voortkomt uit een levensles. Nadat de kinderen van een rijke boerin stierven aan tbc, gaf de boerin de kleren van de kinderen aan haar arbeiders. Maar de kleren hadden eerst goed gewassen moeten worden. Ook de arbeiderskinderen stierven…*
Nooit voelt ze zich minderwaardig en dat houdt ze haar kinderen ook voor: niemand heeft zijn eigen geboorte in de hand.
Ze sterft in 1975. Wat zou ze trots zijn als ze kon zien dat er onder haar nazaten directeuren en managers zijn. Weliswaar geboren in een tijd met meer kansen, maar met haar genen en vechtlust om te overleven.

Maria Mouke is een fictieve naam. Haar echte naam is bij de redactie bekend.

* Als er arme kinderen stierven aan tbc, kwam dat niet door afdankertjes van een rijke boerin. Via kleding kun je geen tbc krijgen, dat kan alleen door direct aanhoesten. Er was vroeger veel onwetendheid.

<p>Het melken van koeien in de schuur bij het licht van een lantaarn. &ndash; Foto: maker onbekend, collectie Streekhistorisch Centrum Stadskanaal</p>

Het melken van koeien in de schuur bij het licht van een lantaarn. – Foto: maker onbekend, collectie Streekhistorisch Centrum Stadskanaal