Van Adorp tot Zuurdijk

1945-1989

Het Aduarder 'zwembad'

In de jaren vijftig had je vaak tropische temperaturen en wat is er mooier dan enige verkoeling te zoeken in het water?

 Ik ging samen met mijn vriendinnen na schooltijd op de fiets naar Hoogkerk om te zwemmen. We hadden een zwemabonnement in de zomermaanden. ’s Avonds en in het weekend gingen we naar het zogenaamde Aduarder ‘zwembad.’ Dat was een ondiep gedeelte aan het Van Starkenborghkanaal. Daar kwamen vele, voornamelijk jonge mensen om afkoeling te zoeken en te zwemmen. Het was er altijd gezellig. In die tijd had men nog een ouderwets badpak, of helemaal geen badpak en zwommen de meisjes in hun hemd en broekje met elastiek in de pijpjes. Mijn vader zwom ook in een badpak, een zwarte. Het was vroeger heel normaal als mannen een badpak droegen. Hij hield van zwemmen en kon het ook goed. Mijn vader zwom vaak het kanaal over. Hij zwom ook wel in het kanaal bij ‘de buning’, waar de schepen zand laadden voor vervoer.

Plagerij

Het Van Starkenborghkanaal bevond zich aan de noordkant van het dorp, dus we gingen er op de fiets naar toe. Je moest eerst een stukje dijk over, voordat je op de plaats van bestemming was. Dat was moeilijk fietsen. Bij het Van Starkenborghkanaal aangekomen, kleedden we ons uit achter de bomen en hingen onze kleren aan de boomtakken. "Ga er even voorstaan met de handdoek, want die jongen staat naar me te loeren," werd er dan gezegd. Dat gebeuren lokte vaak plagerijtjes uit en dat vonden we niet leuk. Ja, wat moest je anders, je had geen keus. Er waren immers geen kleedhokjes, zoals in het zwembad.

Stoer

Er was een klein stukje zand, waar je kon pootjebaden en wat ploeteren. Het ondiepe gedeelte was voor degenen die niet konden zwemmen. Grote jongens gooiden elkaar met klei uit de bodem en smeerden zich daarmee in, om vervolgens in het water te duiken. Er was ook een jongeman, kan ik me herinneren, die een fijn touwtje in zijn neus stak en het uit de keel er weer uittrok. Echt een bezienswaardigheid, maar ook wel eng. Velen zwommen het kanaal over en rustten uit aan de overkant, hoewel je daar niet zo gemakkelijk uit het water kon klimmen vanwege de hoge beschoeiing. Het was heel gevaarlijk om daar te zwemmen, vanwege de diepte middenin en aan die kant. Er stond ook een bord ‘LEVENSGEVAARLIJK’, maar daar trokken de meeste mensen zich niets van aan. Er waren heel wat stoere zwempraktijken te zien. De binnenbanden van auto’s werden gebruikt als zwembanden.

'Liften'

Er waren veel gevaren verbonden aan het zwemmen in het kanaal. Schippers voeren af en aan. Wat moest je uitkijken om niet in de schroef terecht te komen! De schippers riepen al van ver of bliezen op hun scheepshoorn om ons te waarschuwen dat ze eraan kwamen. De schepen veroorzaakten metershoge golven, dat was voor de zwemmers een grote vreugde. We zwaaiden allen naar de schipper en zijn vrouw. Het schippershondje blafte angstwekkend op de reling als hij ons zag en liet zijn scherpe tanden zien. Sommige schippers balden hun vuist als we niet snel genoeg naar de kant zwommen om ruimte te maken voor een snelle doorvaart. Enkele kwajongens probeerden op een schip te klimmen en een stuk mee te varen richting Zuidhorn. Als de schipper dat ontdekte, werden er korte metten mee gemaakt en sprongen de jongens snel weer in het water. De geoefenden onder hen zwommen terug naar de zwemplek, of probeerden ‘liftend’ op een andere boot terug te varen.

Snoeken, bloedzuigers en glas

Naast de schepen bracht het zwemmen in het kanaal een aantal andere ongemakken met zich mee. Zo was het belangrijk dat je uitkeek voor allerlei dieren. Je had geregeld een bloedzuiger aan je voeten hangen. Bovendien zwommen er snoeken en de tanden van een snoek waren erg scherp! Ook was het water vies, vooral als er een schip voorbij kwam. Je moest echt je mond dicht houden en zorgen dat je niet te veel water binnenkreeg, anders werd je misselijk. Bovendien dreef er van alles in het water. Nee, het was zeker geen zwembadwater. De bodem was tevens niet schoon en je had geen zwemschoentjes zoals tegenwoordig. Je trapte in een stuk glas en mis was het dan. Bloed, plassen bloed, gauw achterop naar huis of naar de dokter, of naar het ziekenhuis om te laten hechten. De lol was er dan snel af. Het was uitkijken geblazen.

Van de brug

Soms werden er streken uitgehaald. Dan werden je kleren bijvoorbeeld uit de boom gehaald en verstopt, of verhangen, zodat je ze moest zoeken. Het gebeurde ook wel dat er ondergoed werd verwisseld van plek en je het kwijt was. Je kon soms niet naar huis, tenzij je in je badpak ging. Politie van Ingen, later Spelbrink, kwam verschillende keren een oogje in het zeil houden. De grotere jongens die er kwamen, konden goed zwemmen en haalden allerlei capriolen uit, zoals op de kop staan in het water.

Wat de meeste pret gaf, was hetgeen streng verboden was, namelijk het springen vanaf de hoge brug. O wee, als de brugwachter dit zag, dan zwaaide er wat! Velen sprongen van de brug naar beneden en het liefst, als er een schip of plezierboot in de buurt was. Mijn vriendin Hilda, sprong ook menigmaal van de brug af het water in. Ze zei dan: "Zeg es dat k nait duur. Woar zel we om wedden? Da k dat duur? Denkst wel da k dat ken?"

Dan sprong ze met een sierlijke boog en een luide kreet het water in. Bovengekomen wilde ze liever nog duiken, maar dat was wel erg gevaarlijk. Er waren er, die er zo in doken. De brugwachter heeft ons vaak van de brug afgestuurd.

IJsje

Het was fijn dat ijscoman Jansen met zijn Frico ijs langskwam. Hij verkocht lekkere mocca-ijsjes, choco-ijsjes en van de rol met aan weerszijden een rond wafeltje. Je kon ze zo dik krijgen als je wilde, als je maar genoeg geld bij je had. Het was voor ons een ware traktatie. Na het zwemmen gingen wij, welvoldaan en met de zwemspullen in de tas weer huiswaarts.