Verhalen uit de regio

1945-heden

Herinrichting Veenkoloniën: grote klus met groot effect

Eind 2017 werd de herinrichting van de Drentse en Groninger Veenkoloniën officieel afgerond. In totaal ging in het oosten van beide provincies 130-duizend hectare op de schop. Door de megaklus, die een kleine 40 jaar in beslag nam en ruim 2 miljard euro kostte, werd de bruikbaarheid van het gebied sterk verbeterd.

Herinrichting Veenkoloniën: grote klus met groot effect

Herinrichting van de Heemtuin bij Muntendam, ca. 2006. Langzamerhand ontstond er een compleet nieuw natuurpark, aangelegd door Staatsbosbeheer en Dienst Landelijk gebied. – Foto: collectie Veenkoloniaal Museum Veendam

Na de Tweede Wereldoorlog probeerde ook Nederland de draad van voor de Duitse bezetting weer op te pakken. Al gauw bleek dat het herstel veel sneller ging dan verwacht. Marshallhulp en de snelle groei van de bevolking zorgden ervoor dat steden niet alleen van de oorlogsschade herstelden, maar tevens moesten uitbreiden. Verkeer en vervoer namen zienderogen toe en ook de ontwikkelingen in het onderwijs, de gezondheidszorg en bijvoorbeeld de interesse in het culturele leven met theaters, leeszalen en sportcomplexen kregen steeds meer vat op het leven. Industrie en landbouw liepen in grote delen van Nederland met genoemde zaken in de pas. De modernisering van het vaderlandse leven drong echter niet overal door. Betrokken bestuurders merkten en zagen dat onder anderen delen van de provincies Groningen en Drenthe achterbleven.

Structuur

In deze gebieden gingen tot aan de het begin van de twintigste eeuw de meeste transporten nog over het water. Een erfenis uit de tijd van de vervening. Destijds modern en een goede voorwaarde om zich er als ondernemer te vestigen, maar later, zo bleek, een hinderpaal voor het alsmaar toenemende wegtransport. Een ander minpunt was de stilstand in de ontwikkeling van de landbouw. De gebruiksoppervlakte voor de bedrijven van voor de oorlog bleef te versnipperd en daardoor te klein. Verder verdween in de Veenkoloniën rond 1960 steeds meer de agrarische industrie met zijn eerdere bekende aardappelmeel- en strokartonfabrieken. Daardoor nam de werkloosheid toe. Stinkende kanalen door afvalwater en het uitblijven van de modernisering van de woonomgeving die door de bevolking werd gevraagd, zorgden verder voor een negatief imago van het gebied. Kortom, de structuur van Oost-Groningen en het oosten van Drenthe moest nodig op de schop.

Ruilverkavelingen

De landbouw pakte als eerste de handschoen op. In 1970 vroegen de organisaties in deze bedrijfstak een ruilverkaveling aan. In de Drentse en Groninger Veenkoloniën ging het om maar liefst zeventigduizend hectare. Onderzoek toonde aan dat alleen ruilverkavelingen de problemen onvoldoende konden oplossen. In de nota Noorden des Lands van 1972 werd een totale aanpak van het gebied voorgesteld. Uiteindelijk leidde dit tot de in 1983 vastgestelde Wet Herinrichting Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën. Dat betekende dat naast de twee veengebieden ook het Oldambt en Westerwolde in aanmerking kwamen voor een upgrade.

Deelgebieden

Van de zeven deelgebieden die werden aangepakt, lagen er vier in Drenthe. Oude Veenkoloniën, Kanaalstreek, Emmen en Nieuwlande. Eerstgenoemde omvatte twintigduizend hectare, Kanaalstreek en Emmen beide negentienduizend. In Groningen ging het om de gebieden Pekela, Oldambt en Westerwolde. Drie cultuurmaatschappijen namen de klussen ter hand. Heidemij Nederland BV pakte Drenthe aan. Grondmij NV ging in Emmen, Pekela en in het Oldambt aan de slag. Ingenieursbureau voor Cultuurtechniek was verantwoordelijk voor Westerwolde. Alle kosten werden naar rato gedragen door respectievelijk het Rijk, de provincies Drenthe en Groningen en de betrokken gemeentes.

Positief

De herinrichting van Oost-Drenthe en Oost-Groningen had op zaken als wonen, werken en recreëren veel positieve effecten. Wegen werden verbeterd en het openbaar vervoer werd bevorderd. Door het opschonen van honderden wijken en kanalen ging de waterbeheersing er enorm op vooruit. De agrarische sector kreeg te maken met herverkaveling van de percelen en verbetering van het bodemgebruik. Boerderijen werden verbeterd en meerdere werden zelfs verplaatst. Verder werden bosbouw, tuinbouw en alternatieve landbouw geïntroduceerd. Natuurgebieden werd ontwikkeld of juist veilig gesteld. Dit laatste was ook het geval met cultuurhistorische elementen. Op diverse locaties werd openluchtrecreatie ondersteund of opnieuw vorm gegeven. Met behulp van dorps- en stadsvernieuwing verbeterde de woonomgeving. Kleine kernen kregen dorpshuizen, veelal met bibliotheken en betere busverbindingen. Verder werden stinkende kanalen opgeschoond. In 2012 waren de meeste klussen klaar. Eind vorig jaar werd met de afronding van het werk in de Oude Veenkoloniën de gehele herinrichting afgesloten. Het voltooide project was het grootste in Nederland in zijn soort.

Voorbeelden

Met name Pekela was een streek in het gebied waar het niet goed ging en het leven met stank, stakingen, bedrijfssluitingen en werkloosheid zo goed als stilstond. In de drie dorpen werd de herstructurering stevig aangepakt: sanering van de strokarton- en aardappelmeelindustrie, afschaffing van het stadsmeierrecht, opschoning en demping van diverse wijken waardoor vergroting van landbouwpercelen mogelijk werd, de aanleg van het Emergo- en het Pekelder bos, realisatie van de nieuwbouwwijken Zuid 1 en 2 en Oud Alteveer, verbetering van de woonomgeving in veel Pekelder buurten, opschoning van het Pekelder Hoofddiep en het klaar maken voor de recreatievaart, de verwijdering van dammen en de bouw van nieuwe bruggen over Pekelder Diep, de aanleg van het recreatiegebied Heeresveld, de aanleg/verbetering N366 en N367, de bouw van twee dorpshuizen met podia en bibliotheken en de aanleg van het A.G. Wildervankkanaal in Boven Pekela.

Twee voorbeelden in andere gebieden: de inrichting van een groot tuinbouwcentrum in Klazienaveen en de reconstructie van de vroegere militaire vesting Bourtange. Het geheel van verbeteringen in het gebied tussen pakweg Hoogezand en Barger-Compascuum leidde uiteindelijk overal tot meer bedrijvigheid, meer werkgelegenheid en meer welzijn.

<p>Spades staan klaar voor het handwerk. - Foto: Streekhistorisch Centrum Stadskanaal</p>

Spades staan klaar voor het handwerk. - Foto: Streekhistorisch Centrum Stadskanaal

Met dank aan:
Provincie Groningen
400 jaar Pekela