1945-1989

Herinneringen aan Zuster Adilia

Het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt in Winschoten besteedde in het najaar van 2017 aandacht aan belangrijke vrouwen in de regio, met een tentoonstelling en een aantal lezingen. Marianne Kruijswijk, directeur van het CHC: 'Bij het voorbereiden van de expositie kreeg ik regelmatig te horen: 'Vergeet zuster Adilia niet!' We hebben de mensen die haar van nabij gekend hebben, gevraagd om hun herinneringen aan haar te delen tijdens een speciale bijeenkomst.' De middag 'Herinneringen aan zuster Adilia' vond plaats op 22 september.

Herinneringen aan Zuster Adilia

Nonnen en verpleegsters van het St. Lucasziekenhuis in Winschoten. - Foto: CHC Oldambt

Winschoten is niet bijzonder katholiek, maar de nonnen hebben er wel decennialang de dienst uitgemaakt in de ziekenzorg. In 1926 opende het Lucasziekenhuis, gefinancierd door de parochie en bemenst door de zusters Franciscanessen. Zuster Adilia arriveerde in 1931, samen met dertig andere nonnen. Ze bleef uiteindelijk alleen over, totdat ze als laatste zuster in 1974 met pensioen ging. In haar jaren in Winschoten deed ze van alles; ze was operatiezuster, assisteerde op de kraamafdeling en was jarenlang hoofd van de verpleegkundigenopleiding.

Carrière

Henk van der Zee (1937) was van 1978 tot 1991 pastoor in Winschoten. 'Als je als jonge vrouw iets wilde worden, had je vroeger maar weinig mogelijkheden. De nonnen boden je de kans om verpleegkundige te worden, of in sommige gevallen onderwijzeres. Adilia kon heel veel. Als ze vijftig jaar later was geboren, was ze misschien arts geworden. Zij was er ook zo een die iets wilde met haar leven.'

Henk: 'Toen ik hier in 1978 kwam, had mijn parochie een omtrek van 120 kilometer. Er waren niet veel katholieken hier en ze woonden verspreid; uit Zeeland waren flink wat katholieke boeren naar Groningen verhuisd. In de Vitusstraat hadden we een katholiek schooltje en alle kinderen uit de wijde omtrek werden daar elke dag met een busje naartoe gebracht. Dat vond ik maar niks. Niet alleen waren de busjes rijp voor de sloop, ik vond ook dat de kinderen geen vreemden moesten worden in hun eigen dorp. Samen met Zuster Adilia heb ik toen bedacht dat we buitenschoolse catechese zouden gaan verzorgen. Eén keer in de veertien dagen op woensdag hadden we de pastorie vol zitten met tot vijftig kinderen en Zuster Adilia onderwees hen. Zij heeft daar een heel grote verdienste in gehad.'

Lange dagen

'De zusters sliepen boven het ziekenhuis in chambrettes, kleine afgetimmerde hokjes. Meer hadden ze ook niet nodig, want ze waren altijd aan het werk of in de kapel. Ze maakten werkdagen van soms wel zestien uur. Toen het ziekenhuis gebouw werd, was de eis wel dat de zusters 'droog van werk naar kerk' moesten kunnen komen; zonder door de modder te moeten. Daarom staat het ziekenhuis ook zo dicht bij de kerk.'

'Zuster Adilia moest als hoofd van de opleiding vaak mensen ontvangen. Dat deed ze op den duur in een kamer boven garage Blaauw. Later is ze naar de Heemskerkflat verhuisd. De medezusters vonden dat wat moeilijk. 'Je kunt beter uittreden,' hebben ze wel tegen haar gezegd. Dat heeft haar heel veel pijn gedaan.'

Zuster Adilia werkte tot haar pensionering in 1974 in het Lucasziekenhuis. Daarna besteedde ze haar tijd aan allerlei activiteiten voor de parochie. Toen haar medezusters in 1981 vertrokken uit Winschoten, besloot Adilia om te blijven.

Dilemma

Henk: 'Toen ze ouder werd, kreeg ze de vraag of ze terugkwam naar Tilburg, naar het moederklooster. Ik heb zelf heel lang alleen gewoond en ik zou het niet doen, want die manier van wonen past dan niet meer bij je. Maar zuster Adilia heeft het wel gedaan en het is heel moeilijk voor haar geweest. Zij en haar medezusters werden verzorgd door mensen van buiten, die tegen haar zeiden wat ze moest doen. Dat was ze niet gewend.'

Jaloezie?

'Toen ik in Winschoten kwam als pastoor, lag zuster Adilia in het ziekenhuis. Ze had haar pols gebroken.' Henk herinnert zich niet echt dat Adilia toen een grote naam of bijzondere reputatie had. Sina Scholte (1946), die door haar tot verpleegkundige opgeleid werd: 'De nonnen waren heel bescheiden en ze traden niet naar buiten met hun daden. De kracht van de zusters was, dat ze altijd aan het werk waren. Wij mochten om acht uur, soms tien uur, naar huis. Als zieke doet het je natuurlijk goed als zo'n belangrijke vrouw in imposant gewaad je hand komt vasthouden en voor je bidt. Zij konden dat doen, want ze gingen toch nergens anders heen.

Toen je jong was, begreep je het niet. Op zaterdagavond waren we om acht uur vrij en dan stonden de jongens buiten de poort te wachten op die jonge verpleegkundigen. Maar de zusters wisten vaak nog wel een klusje te verzinnen waardoor je pas rond negenen wegging. Dat werd nooit uitgesproken, maar het was een mengsel van misschien wel jaloezie en tegelijk de drang om die jonge meisjes te beschermen.'

Verpleegstersopleiding

Fenneke de Boer begon in september 1969 aan haar opleiding. 'Ik ben door zuster Adilia aangenomen. Van het gesprek herinner ik me niet zo veel, alleen dat ze na afloop zei: 'ik heb naar je nagels gekeken en die zijn goed verzorgd, dus het moet kunnen.' De meisjes van mijn jaar waren de eerste in de zusterflat. We kregen drie maanden lang les. Dat was de hele dag en dan hadden we tegen vieren een uurtje vrij om te eten. En daarna gingen de lessen gewoon door, tot acht uur, half negen. Als je er wat van zei, kreeg je als antwoord: 'Jullie willen toch zuster worden?''

Fenneke: 'De zusters waren streng. We moesten 's avonds op tijd naar bed en de nonnen keken naar de ramen van de zusterflat om te zien waar nog licht brandde. Daarom zaten we op de gang. Maar als je betrapt was, kreeg je dat wel te horen. Ze waren streng, maar duidelijk, en ze deden het omdat ze wilden dat we goede zusters werden. En als je eenmaal voor je examens zat, deden ze moeite om je te laten slagen.'

Ook Swanny Christians-Klooster (1950) volgde de opleiding bij zuster Adilia. 'De nonnen waren heel streng, maar ze leefden wel met je mee. Als je examens moest doen, dan gingen ze voor je bidden: 'Dat ze mogen weten wat ze moeten weten.''

Mensenzuster

Sina: 'Zuster Adilia had gevoel voor hoe iemand zich ontwikkelde als meisje. Op de opleiding was er een meisje dat het erg moeilijk had met leren. Als je haar zag, dan wist je al dat ze niet het type was dat snel een vriendje zou krijgen. Tijdens de opleiding overleden haar beide ouders. Zuster Adilia heeft maandenlang elke dag met haar geoefend om haar te helpen. En toen ze eindelijk slaagde en aan de slag kon als operatiezuster, zei zuster Adilia tegen haar: 'Nu heb jij een levensverzekering.' Ik vond dat zo mooi en zo ontroerend. Adilia wist dat dat meisje lang alleen zou blijven, en met haar diploma kon ze toch een leven opbouwen.'

'We kregen ook seksuele voorlichting. Zuster Adilia vertelde van alles, met hulpmiddelen en al. Veel gegiechel natuurlijk, maar ze deed het ook bij de jongens op de technische school en bij de meisjes van de huishoudschool.'

Swanny: 'Als zuster Adilia geprezen werd, reageerde ze altijd op dezelfde manier: 'Ik ben maar een eenvoudig nonneke,' zei ze dan.'

Henk: 'Ze was een mensenzuster.'

Fenneke: 'Ze had veel mensenkennis. Wij liepen in dikke jurken met schorten erover. Die schorten vonden we veel te lang, maar zuster Adilia verzekerde ons dat ze wel 'zouden krimpen in de was'. Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Soms, als het heel warm weer was, dan deden we alleen een kraagje om in plaats van de hele jurk, want dat zag je toch niet als je de schort droeg. Maar de zusters controleerden ons in de gang en trokken aan het kraagje. Dat kwam ons op een reprimande te staan.'

Swanny: 'We hadden een uniform waar mensen nu niet meer aan moeten denken. Altijd een kapje op, verplicht nylons aan en dichte schoenen. In de zomer was dat echt heel warm.'

Lessen in nederigheid

Sina: 'Ik herinner me, toen ik in 1963 begon aan mijn opleiding, een heel lange rij nonnen die door de gangen van het ziekenhuis liep. Het waren er veel! De zusters hadden in het ziekenhuis een hoge status, die ze hadden verworven door hun deskundigheid en hun inzet. Maar in het klooster, onder elkaar, moesten ze weer nederig zijn. Veel zusters stelden het moment van teruggaan elke dag dan ook zo lang mogelijk uit.'

Henk: 'Bij de nonnen had de hoofdzuster het voor het zeggen. De arts kon hoog of laag springen, maar als de hoofdzuster het er niet mee eens was, gebeurde het niet. Dokter Verbeek, de vader van de bekende politicus Herman Verbeek, was de enige die haar wel eens een weerwoord gaf.'

Joost: 'Dokter Kempees en dokter Staal, beiden van het UMCG, waren bang voor haar. Die hebben wel eens verteld dat ze een blokje om gingen als ze zuster Adilia aan zagen komen.'

Miny Berends begon in 1955 aan haar verpleegkunde-opleiding en heeft Zuster Adilia nooit als docente gehad, maar maakte haar wel mee toen ze tijdens een kraamopleiding stages liep. 'De arts had weinig in te brengen. Als de zuster zei dat je daar moest gaan staan, dan deed je dat.'

Levenslessen

Miny: 'Op zondagen gingen we om acht uur 's ochtends naar de kerk. Niet iedereen was katholiek of gelovig, maar we gingen wel allemaal, want dan had je een uurtje 'vrij'. In het begin ging ik braaf naar de Hervormde kerk op dat tijdstip, maar toen ik ontdekte dat er niet gecontroleerd werd, heb ik ook wel gesmokkeld.'

'Het geloof van zuster Adilia was groot, maar ze heeft ons nooit iets opgelegd. Je merkte er weinig van. Ze heeft wel eens verteld dat ze na een lange nachtdienst 's morgens om zes uur in de kapel werd verwacht en dat ze dan wel eens in de onverwarmde kerk ging lopen om maar wakker te blijven. In de verwarmde kapel sukkelde ze meteen in slaap na een hele nacht werken.'

Swanny: 'Ik kan me niet meer herinneren wat we allemaal van zuster Adilia hebben geleerd, maar wel dat de patiënt altijd 'meneer' of 'mevrouw' was. Het was een mens, ook als de patiënt onderuitgezakt in de rolstoel hing. En als je met twee mensen bezig was bij een patiënt, mocht je niet de gebeurtenissen van gisteren bespreken alsof je met z'n tweeën was.'

Fenneke: 'Je moest je altijd voorstellen dat je eigen vader daar lag.'

Sina: 'Ik heb ook een prachtige levensles van zuster Adilia meegekregen. Het was op een avond dat er een grote brand was geweest en er was een zwaargewonde man binnengebracht. Zuster Adilia vroeg me: 'Wil je koffie zetten, want er staat me een moeilijke taak te wachten.' Ze moest de man gaan vertellen dat zijn vrouw bij de brand was omgekomen. Ik was nog jong en wilde graag weten hoe ze dat ging doen, dus ik vroeg zuster Adilia of ze mij nadien wilde vertellen hoe het gegaan was. Toen ze terugkwam, zei ze: 'Ik heb niets gezegd.'
'Dat kan niet, dat liegt u,' zei ik, maar ze zei me: 'Later, als je een goede zuster bent, zul je begrijpen dat je niets hoeft te zeggen.'
En het is waar. Ik ben 25 jaar lang verpleegkundige geweest op de oncologie-afdeling en ik heb ervaren dat het in veel gevallen beter is om niet te veel te praten, om stil te zijn.'

Progressief

Jan R. Vos (1946): 'Ik heb zuster Adilia voor het eerst ontmoet in 1968. Ik solliciteerde als verpleegkundige en stond binnen tien minuten weer buiten. Ik kwam uit de psychiatrische verpleegkunde en dat vonden ze hier prima.
Het was voor mij een enorme overgang. De psychiatrische verpleging die ik gewend was, deed je op basis van je eigen kwaliteiten. Ik ervoer het Lucasziekenhuis in 1968 als heel hiërarchisch en autoritair. In mijn beleving was het geen verpleging, maar 'klusjes doen rondom patiënten.' En naarmate je verder kwam in je opleiding, mocht je wel eens een wond verbinden of een injectie geven.
Nadat ik mijn opleiding had afgerond, heb ik enkele jaren op de operatiekamer gewerkt. De nonnen konden in principe alles: gynaecologische ingrepen, maar ook oogoperaties. Ze konden alles en waren er altijd. Dat nam voor het verplegende personeel wel veel verantwoordelijkheid weg.
In 1972 ben ik docent geworden aan de verpleegkundeopleiding, toen zuster Adilia directrice was. Ik was niet gemakkelijk in die tijd, ik was behoorlijk zoekend, maar zij gaf me het vertrouwen dat ik nodig had.
Haar opvattingen over het leven vond ik heel bijzonder, voor een non. Mijn mond viel open: een non die voorlichting gaf over anticonceptie...! En ze demonstreerde zonder blikken of blozen een condoom en legde uit hoe de pil werkte. Die was volgens de kerk in die tijd alleen toegestaan om de menstruatie te reguleren, maar zij vertelde de meisjes precies hoe het zat. Sommige leerling-verpleegkundigen zaten met wijd open ogen te luisteren. Een opleiding begon vaak met wel vijftien meisjes, maar aan het einde waren er vaak nog maar een stuk of drie over; de rest was zwanger en dan moesten ze stoppen met de opleiding.
Ze vertelde niet alleen over anticonceptie, maar gaf ook voorlichting over alcohol, drugs, sigaretten, acids, hasj... Ze wist er alles van, maar dat was geen praktijkervaring! Ik vond het heel bijzonder dat zij zo midden in de maatschappij stond.'

Fenneke: 'Ze was heel betrokken. Adilia kwam elke ochtend bij de wachten van de nachtdienst langs om te vragen hoe het gegaan was.'

Jan: 'Die nachtdiensten herinner ik me ook nog wel. Denk maar niet dat je dan rustig kon zitten. Nietsdoen was uit den boze. Er was altijd wel wat te doen; kasten opruimen, schoonmaken. En als er niets te doen was, dan kon je altijd nog gaasjes vouwen van repen verband. Er werd niets weggegooid.'

Op reis

Jan: 'Haar pensionering was een groot probleem. Ze moest weg, want in 1974 werd er een CAO voor ziekenhuispersoneel ingevoerd. De religieuzen waren geen werknemers en dat paste niet binnen de regels. Ze werden vanaf die tijd dan wel betaald, maar hun loon ging naar de congregatie. Zelf hadden de zusters een gelofte van armoede afgelegd.

Toen ze na haar pensionering in de Heemskerkflat woonde, zocht ik haar op en ik merkte op dat ze een mooi rood vest aan had. Adilia vertelde dat ze als kind al een rood vest had willen hebben, maar dat nooit had gehad. Als non droeg ze altijd haar habijt, maar nu ze dan eindelijk burgerkleren droeg, was dit haar eerste aankoop geweest.'

Joost Valeton: 'Adilia was gek op reisjes en uitstapjes. Ze was ook met veel plezier gecommitteerde bij examens. Ze ging met de stoomtrein naar Arnhem en had dan een tasje bij zich met wat broodjes, maar geld had ze niet. Ze kon nog niet eens een kopje koffie kopen onderweg.'

Luci: 'Als ze met de trein ging, nam ze Anton ook wel eens mee. Anton was verstandelijk beperkt, maar met heel veel geduld heeft ze hem leren lezen en schrijven. Samen met Anton was ze dan dagen bezig om de reis zo goedkoop mogelijk te plannen.

Ze is ook vaak op vakantie geweest met mensen van Mozaïek, de gehandicaptenzorg. Ze gingen bijvoorbeeld naar Vlieland, met meneer Kloostra. Het is een keer gebeurd dat ze het strand op liep, maar dat ze het bordje 'naaktstrand' had gemist. Grote hilariteit, natuurlijk!'

Fenneke: 'Adilia ging overal mee naartoe. Je deed haar een groot plezier door haar uit te nodigen voor een reünie of ander uitje. Ik herinner me een keer dat één van de meisjes in hotpants verscheen. Die moest van zuster Adilia vlug iets anders aan gaan trekken!'

De oorlog

Joost: 'Adilia heeft in het ziekenhuis in Winschoten de oorlog meegemaakt, maar ze heeft er nooit veel over verteld. Ze werkte samen met dokter Hommes, een bekend verzetsman. Hij liet joden en onderduikers opnemen in het ziekenhuis om hen zo te beschermen. Adilia reed vaak mee met meneer Wessels in de ambulance. Daar vertelde ze wel over. Ze vroeg dan aan de autoriteiten om toestemming: 'Deze patiënt kan écht niet alleen reizen,' zei ze dan en zo kreeg ze het voor elkaar dat zij en Wessels in de ambulance op pad gingen. Wessels heeft later wel eens verteld dat soms geen patiënten, maar geweren vervoerd werden.' Toen Wessels werd opgeroepen voor tewerkstelling in Duitsland, hebben Adilia en Hommes daar met succes een stokje voor gestoken: Wessels was de enige ambulancechauffeur die ze hadden.'

Twijfels

Joost Valeton, de voormalige huisarts van zuster Adilia, kent haar sinds 1981. 'Zij had toen meer zorg om ons gezin met kleine kinderen dan ik om haar gezondheid. En ze klaagde niet. Met verjaardagen en met Sinterklaas en Kerst kwam ze bij ons langs met cadeautjes. Als ik haar bezocht in haar flatje aan de Heemskerkstraat, twee hoog, was ze zelden alleen. Vaak mensen uit de parochie of kinderen van de buitenschoolse opvang. Er heerste altijd een bepaalde rust.'

'Eens per jaar werd Adilia bezocht door de overste van haar orde. Dan was ze nerveus omdat ze zich moest verantwoorden voor wat ze nog voor de parochie deed en of dat voldoende was om te mogen blijven. Ze was immers op zichzelf gaan wonen toen de laatste nonnen het ziekenhuis verlieten. Was ze wel voldoende dienstbaar? Uiteindelijk werd ze toch naar het tehuis van haar orde geroepen, in Tilburg. Dat scheelde huurkosten en in het tehuis was genoeg plaats.
Dat laatste jaar in Winschoten was heel moeilijk. Elke keer dat ik haar opzocht, was ze in tranen. Ze wilde zo graag blijven, maar ongehoorzaam zijn en uittreden wilde ze ook niet.'
Henk: 'Ze was die laatste jaren vaak verdrietig, inderdaad. Maar uittreden durfde ze niet.'
Joost: 'Ze durfde dat wel, ze was sterk genoeg. Maar daar had ze niet haar hele leven voor gediend. Haar geloof speelde een belangrijke rol in haar leven. Ze had de gelofte van gehoorzaamheid afgelegd en nu moest ze zich daaraan houden.'

Luci van Keulen – Kuiper (1944) leerde zuster Adilia kennen na diens pensionering als verpleegkundige, toen ze zich inzette voor de parochie. Samen bereidden ze onder andere diensten voor en Luci kreeg catechesatielessen van haar. Luci is zuster Adilia regelmatig gaan opzoeken in Tilburg: 'De zusters in Tilburg waren helemaal niet aardig. Die zaten elkaar de hele dag af te snauwen en gunden elkaar niks.'

Henk: 'Maar de zusters hebben door hun werk ook nooit echt sociale contacten kunnen opbouwen. Dan waren ze misschien wel aardiger voor elkaar geweest. Ze werkten alleen maar en waren gewend om zelfstandig te zijn.'

Vertrek

Hoe zwaar het haar ook viel, in 1995 moest Adilia vertrekken uit Winschoten. Het moederklooster in Tilburg werd haar nieuwe tehuis. Daar leefde ze nog tot 2006, opgebeurd door bezoekjes van vrienden en bekenden uit Winschoten en door vele ansichtkaarten die ze ontving.