Kastelen van het Noorden

500-1648

Een steenhuis in Appingedam?

Het lijkt een ongelooflijk verhaal: een steenhuis in Appingedam. Natuurlijk was al veel langer bekend dat er veel prachtige oude huizen in de hoofdstad van Fivelingo te vinden zijn, maar dat er nog werkelijk iets van een middeleeuws steenhuis over was, is toch een enorme verrassing. Bovendien zijn de oude huizen in Appingedam particulier bezit en daarmee niet toegankelijk voor het publiek. Verder zijn er in de loop van de eeuwen veel verbouwingen geweest en veranderingen aangebracht. Er zijn maar weinig huizenbezitters die er op enig moment een bouwhistorisch en archeologisch onderzoek laten uitvoeren. Tegen deze achtergrond is de restauratie van het pand Dijkstraat 30 in de jaren negentig van de vorige eeuw een buitenkans geweest.

In 1995 verwierf de Stichting Woonhuismonument een pand aan de Dijkstraat in Appingedam. Het betrof een winkelpand waar lange tijd een apotheek was gevestigd. Het gebouw had een 18e eeuwse lijstgevel, maar de ligging in het centrum, vlakbij de Nicolaikerk, deed vermoeden dat het veel ouder was. Dat vermoeden werd bevestigd toen een ingrijpende verbouwing werd begonnen. Daarbij werd duidelijk dat het oudste deel van het huis oorspronkelijk een steenhuis is geweest. Daarop is een archeologisch onderzoek verricht, waarbij tal van interessante zaken aan het licht kwamen. Na de restauratie werd het pand overgedragen aan de Stichting Hendrik de Keijser, die het vervolgens verhuurt aan het Museum Stad Appingedam. Daardoor is het huis nu te bekijken en kunnen de bezoekers werkelijk ín een stukje steenhuis rondlopen!

Dijk

Het huis ligt aan de zuidzijde van de Dijkstraat. De Dijkstraat is genoemd naar de Dijk die de omgeving van de Delf, tegenwoordig Damsterdiep genoemd, tegen overstroming moest beschermen. De Delf stond namelijk tot in de 13e eeuw in open verbinding met de Eems en was dus getijdenwater. Pas nadat er sluizen in Delfzijl waren gebouwd kon de noordzijde van de Dijkstraat bebouwd worden, zodat het huis nu niet meer direct aan het water ligt.

Warners pupillenbehuizing

Over de geschiedenis van het huis is weinig bekend. De oudste vermelding dateert uit 1647 en noemt het huis als Warner Warners pupillenbehuizing. Over Warner en de pupillen is verder niets bekend. Was het een school? Of een opleiding voor stadswachten? We weten het niet. Een volgende snipper informatie vertelt dat in de 18e eeuw het huis werd bewoond door de familie Verkade. Zij waren apothekers en tabakshandelaren. Verder is bekend dat ze rooms-katholiek waren. Begin 19e eeuw was het huis in het bezit van Regnerus Tjaarda Mees, die rechter in Appingedam was. Hij liet het huis moderniseren. In de tweede helft van de 19e eeuw werd het huis opnieuw als apotheek gebruikt.

Spoorzoeken in het gebouw

In het oudste deel van het pand, het oude steenhuis, vinden we nu de kelder met de vloer van op hun plat gelegde stenen en daarboven een opkamer. Het oude kruisgewelf is vervangen door een veel lager tongewelf waarvan nog delen in de kelder zichtbaar zijn. Die restanten van het tongewelf beginnen direct boven de stenen vloer. Het is duidelijk dat de ruimte onder het tongewelf veel dieper geweest moet zijn. Bij de restauratie is de vloer uitgebroken en de ruimte eronder uitgegraven. Uiteindelijk troffen de gravers op ruim vijf meter onder het straatniveau van de Dijkstraat een aangestampte lemen vloer aan. In die vloer de restanten van twee waterputten en veel potscherven. Vooral die potscherven maken een grove datering mogelijk. De oudste scherven zijn van kogelpotten uit de periode 1000 - 1300. Verder zijn enkele scherven van Pingsdorfaardewerk gevonden die uit de 12e eeuw stammen. Ook was er een vuurplaats gevonden.

De lemen vloer moet destijds ongeveer gelijk met het straatniveau hebben gelegen. Hij is door opvolgende dijkverhogingen steeds dieper komen te liggen. In de hoeken van de kelder zijn aanzetten gevonden van een stenen gewelf, mogelijk was dat een kruisgewelf. De resten van dit gewelf zijn nog terug te zien als een gemetselde boog in de zijmuren van de opkamer. Het kruis van dit gewelf moet ongeveer vier meter boven de lemen vloer hebben gezeten. De ingang was aan de voorzijde. In de muren van de oorspronkelijke ruimte waren twaalf kaarsnissen aangebracht.

Boven dit overwelfde vertrek heeft het woonvertrek van het steenhuis gelegen. Dat was bereikbaar door een trap die aan de buitenkant van het gebouw aan de linkerkant naar de ingang leidde. Gaten en slijtsporen laten zien dat die trap kon worden opgehaald. Aan de voor en achterzijde van de woonruimte bevonden zich drie smalle vensters. In de borstwering van de huidige zolder zijn nog de onderdorpels van drie kloostervensters te vinden. Hieraan is te zien dat het gebouw in latere tijd verlaagd is. Het woonvertrek is overspannen door vier houten balken van zijgevel tot zijgevel. Het lijkt erop dat deze verbouwing nodig werd nadat het tongewelf instortte. De kelder werd dichtgestort en daarboven werd de opkamer gebouwd. De restanten van een spiltrap, houten scheidingswand, de plavuizen vloer en bedsteden waren de uitgangspunten van de reconstructie. Daarbij zijn allerlei bouwdelen gebruikt die elders in het gebouw zijn gevonden.

Bij de verbouwing tot langhuis verdween het bovenste woonvertrek en werd de balklaag van de eerste verdieping van voorgevel naar achtergevel gelegd, in overeenstemming met de nieuwe dwarskap. Deze balkenlaag is door dendrochronologisch onderzoek (jaarringonderzoek) gedateerd op 1558. 

Het steenhuis vergroot

De bijbouw bestaat uit een souterrain, een begane grond en een zolder met borstwering. De aanbouw is zonder zijmuren direct tegen het oude steenhuis en het buurhuis aangebouwd. De muren die we zien zijn dus oorspronkelijk de buitenmuren van beide percelen. In het souterrain zitten vensters in de voorgevel en een stookplaats met een in de muurdikte uitgespaard rookkanaal. Het plafond bestaat uit een zware balk die in de zijgevels is geplaatst. Daarbovenop liggen haaks lichtere ingekeepte balken die de vloer van de begane grond dragen. Op de begane grond vinden we de 'zaal'. Het plafond bestaat hier uit een normale balkenlaag die van voor- naar achtergevel lopen. Onder twee balken bevinden zich zogenaamde peerkraagsleutelstukken. Deze zijn uit 1483 volgens dendrochronologische meting net als één balk. In de achtergevel van de zaal bevinden zich vier smalle, zogenaamde kloostervensters. Aan de oostkant van de zaal vinden we een grote stookplaats die deels in de zijmuur van het buurpand is ingehakt. Deze haard is gerestaureerd op basis van de bouwsporen die tijdens de restauratie zijn gevonden.

Maar het interessantst is wel de westelijke muur. Hier zien we de oorspronkelijke zijmuur van het steenhuis. Er is een kleine vensteropening zichtbaar waarin de onderkant van de zoldertrap is te zien en links daarvan de ingang van de eerste verdieping van het steenhuis. Duidelijk zijn de slijtsporen te zien waarlangs de ladder naar binnen getrokken werd. De zolder wordt gedekt door een over beide bouwdelen aangebrachte sporenkap met haanhouten. Deze kap wordt gesteund door een reeks kromstijlgebinten. Boven de aanbouw is de 16e eeuwse kap beter bewaard gebleven dan boven het steenhuis. De sporen en gebinten zijn los van elkaar genummerd en zijn in sommige gevallen hergebruikt. De overige zijn origineel.

Toen en nu

Samenvattend kan gesteld worden dat het oorspronkelijke steenhuis omstreeks 1200 is gebouwd. Het had een overwelfde begane grond die vanaf de straat was te bereiken. Daarboven twee verdiepingen met elk een woonvertrek. De eerste verdieping was te bereiken door een buitentrap die in tijden van gevaar opgetrokken kon worden. Omstreeks 1483 werd de aanbouw gerealiseerd. Waarschijnlijk is toen ook de bovenverdieping van het steenhuis afgebroken. Rond 1558 kreeg het huis een nieuwe kap waarvan de constructie voor een groot deel bewaard is.

Het Museum Stad Appingedam is nu gevestigd in het pand en het daarachter gelegen 19e eeuwse woonhuis. In het museum is uitgebreide informatie over het huis aanwezig. Hierdoor krijgt de bezoeker een unieke kans om in de provincie Groningen de resten van een steenhuis en van een laatmiddeleeuws woonhuis te bezoeken.