1815-1945

Een mateloos leven: De passies van Ekke Fransema

Terwijl zijn familie achter de slordige stapels boeken op zolder de laatste lege drankflessen bij elkaar scharrelde, ging na zijn overlijden op 11 januari 1928 bij Café Kooi de vlag halfstok. Boeken en alcohol - niet noodzakelijk in deze volgorde - dat was het leven van Ekke Fransema, bibliofiel en collectionneur te Godlinze. Deze rentenierende intellectueel bracht, bij ontstentenis van enige maatschappelijke ambitie, gedurende zijn leven een indrukwekkende verzameling boeken bij elkaar, die op het gebied van Oudnederlands recht, geschiedenis en theologie nog altijd uniek mag heten. In Noord-Nederland blijft Ekke Fransema in de collectieve herinnering als de meest belezen alcoholverslaafde van het tweede millennium. Voor de inwoners van Godlinze was hij 'Den Frans': een merkwaardig, maar goedhartig - tenminste vrijgevig - man. Zijn vrouw Hillegonda Venhuis vond hem eerder verkwistend en onhandelbaar, maar zij moest dan ook met hem samenleven. Wat hiervan zij, van Ekke Fransema gingen er geen dertien in een dozijn.

Ekke Fransema werd in 1864 geboren te Huzaarekkum, een gehucht bij Adorp, als kind van zeer welgestelde ouders. Hij had een zorgeloze jeugd en een liefdevolle band met zijn moeder, die haar enig kind behoorlijk verwende. Zo gaat het verhaal dat Ekke eens op het dak van zijn ouderlijk huis klom en dreigde eraf te springen als zij hem niet gauw tien gulden gaf (een fortuin in die tijd). Op die manier zat Ekke nooit zonder geld.

Naar de huzaren

In 1873 kocht Ekkes vader, die met hard werken een behoorlijk vermogen had opgebouwd, een herenhuis met grond in Godlinze. Hier heeft Ekke een groot deel van zijn leven gewoond en hij is er ook gestorven. Hij bezocht in Godlinze de lagere school van meester Venhuis, wiens dochter, Hillegonda ook een van de leerlingen was. Later is hij met Hillegonda getrouwd. Op 13-jarige leeftijd ging hij een jaar naar Kostschool en kon na een toelatingsexamen op het Stedelijk Gymnasium in Groningen zijn opleiding vervolgen. Na een aantal jaren gymnasium diende Fransema een jaar bij de huzaren. Hij had vrijwillig getekend voor vijf jaar, maar het leven was er minder gemakkelijk dan bij zijn moeder in Godlinze, die haar zoon vreselijk miste. Een en ander leidde ertoe dat Ekkes vader al spoedig het Nederlandse leger moest schadeloosstellen met een - door hem te bekostigen - plaatsvervangend huzaar.

Vrouw, kind, eindexamen

Na de huzarentijd genoot Ekke een tijdje christelijk voortgezet onderwijs op de school Ruimzicht van de befaamde Ds. Jan van Dijk te Doetinchem. Terug in Godlinze trouwde hij in 1886 met Hillegonda Venhuis. Ekke was nog steeds zonder beroep en nog hetzelfde jaar werd hun eerste zoon Jan geboren. De familie, financieel gesteund door Ekke's ouders, verhuisde hierop van het platteland naar het westen van het land, zodat Ekke in Leiden een begin kon maken met zijn rechtenstudie. Dit nadat hij als 28-jarige nog eerst zijn gymnasiumdiploma behaald had.

Verzamelwoede

In Leiden begint Ekke aan zijn collectie boeken op het gebied van Oudnederlands recht. En in Leiden ontwaakt ook zijn bovengemiddelde belangstelling voor de alcohol. Al snel haalt hij zijn kandidaatsexamen, maar door de drank komt hij niet tot nader resultaat. In 1893 wordt zijn tweede zoon Toon geboren. Na het overlijden van Ekkes vader in 1895, breidt Ekke zijn bibliotheek enorm uit. Hij verzamelt documenten en boeken op het gebied van recht, theologie en geschiedenis van de drie noordelijke provincies. Hij verzamelt precies wat hij nodig heeft voor verdere studie en wat zijn interesse heeft. De bibliotheek is Fransema's levenswerk geworden: hij blijft voor de rest van zijn leven bezig met zijn collectie.

Twee jaar na het overlijden van Ekkes moeder (in 1904) verhuizen Ekke en Hillegonda naar Godlinze om het familiebezit te beheren. Terug in het dorp van zijn jeugd heeft Ekke het voornamelijk druk met zijn boekenverzameling en de dagelijkse bezoeken aan het stamcafé van Lub Kooi. Al snel raakt hij dusdanig verslaafd, dat het gezinsleven eronder begint te lijden. Zoon Jan, inmiddels ingenieur, emigreert naar de Verenigde Staten. Ekke en Hillegonda groeien uit elkaar. De drank maakte meer kapot dan hen lief was, ook in hun relatie.

Grappen

In café Kooi bleef 'Den Frans' een graag geziene gast. Hij gaf vaak rondjes en was altijd in voor een goeie grap. Eens kocht hij van een varkenshouder al zijn biggen. Ekke liet de laadklep van de veewagen openmaken, waardoor de biggen door de dorpsstraat renden, hetgeen grote consternatie veroorzaakte. In 1914 werden deze en vele soortgelijke dwaasheden zijn vrouw teveel en liet ze Fransema onder curatele stellen. Zijn boekenverzameldrift en drankzucht kostten hem meer dan hij zich als rentenier kon veroorloven.

Uiteindelijk hervatte Ekke, 47 jaar oud, zijn rechtenstudie en behaalde hij op 61-jarige leeftijd alsnog zijn doctoraalexamen. Lang kon hij niet meer van zijn titel genieten: mr. Ekke Fransema overleed op 63-jarige leeftijd te Godlinze.

De collectie Fransema

Na Fransema's dood lukt het ternauwernood om zijn verzameling te redden uit handen van meerdere opkopers. Uiteindelijk komt de collectie terecht bij de Openbare Bibliotheek te Appingedam, alwaar inmiddels een aparte ruimte is ingericht voor Fransema's boeken. Geordend en gecatalogiseerd is de Fransemacollectie ook nu nog te raadplegen in een aparte ruimte van deze bibliotheek: 'het Fransema kabinet'.

De collectie bevat veel zeldzame werken (sommige zijn zelfs niet meer in de Koninklijke Bibliotheek aanwezig!), veel eerste drukken en bijzondere edities of uitgaven over specialistische onderwerpen in het Nederlands Recht. Zo is er een boek over rechtspraak: De Grietman Rudolph de Mepsche. In het voorwoord van dit boek wordt Fransema nog bedankt door de auteur, omdat deze voor het schrijven van het boek enkele zeer zeldzame werken uit Fransema's bibliotheek heeft mogen lenen. Het boek dateert uit 1921 en handelt over criminele processen, gevoerd in 1731 in het dorpje Faan. Er werden toen 22 mensen berecht die van homoseksuele activiteiten werden beschuldigd (strafbaar in die tijd) en hun executie vond plaats in Zuidhorn. Nadat ze gewurgd waren en sommige eerst in het gezicht geblakerd, werden hun lichamen verbrand. Eén en ander staat nog bekend als het Faansche Monsterproces.

Gevarieerde inhoud

Fransema heeft veel aandacht besteed aan de verzameling en alleen uitgaven aangeschaft over onderwerpen die zijn interesse hadden. Het ging hem niet alleen om de mooie banden, maar meer om de inhoud van het boek.

De collectie bevat prachtig geïllustreerde, in leer gebonden oude Bijbels, zelfs uit 1657. Naast werken van Abraham Kuyper en Herman Bavinck kun je er veel boeken vinden over de geschiedenis van Nederland, zoals De geschiedenis van de Noordzeekusten en Verhaal van Groningen uit 1748 door C.H.W. Friso, Prins van Orange en Nassauw, met als ondertitel: Groningens rust, geboren uit onrust, zijnde een verhaal.

Er zijn Groninger studentenalmanakken van 1830 tot 1975 en boeken over de geschiedenis van de RUG. Daarnaast vind je er reisgidsen van provincie en stad Groningen en de Geïllustreerde gids voor Franeker uit 1906. Grappig alleen al om de advertenties die erin staan! Snuffelend in de bibliotheek kom je ook boeken tegen als: De hedendaagsche moraal uit 1902 en, ook leuk: Over oude en latere Drinkplegtigheden, vooral der Scandinaviërs, Germanen en Nederlanders uit 1842.

Lenen

Destijds stelde Fransema zijn bibliotheek op de zaterdagen beschikbaar voor dorpsgenoten in Godlinze. Zij mochten zijn boeken lenen, zolang het geen zeldzame werken waren. Voor zover we kunnen nagaan, heeft hij hier nooit notities van gemaakt. Ook nu nog wordt het Fransema-Kabinet in Appingedam bijna dagelijks bezocht door een vaste groep geïnteresseerde lezers. Lenen is niet meer mogelijk, raadplegen gelukkig nog wel.