Borgen: kastelen van het hoge noorden

1815-1914

Een berg bij een borg

In het achterste deel van het park van de Fraeylemaborg, op flinke afstand van het huis, ligt een heuse berg. In het vlakke Groningse land wordt een molshoop al gauw een berg genoemd, maar dit is een echte: ruim 10 (!) meter hoog. Hoe is deze berg hier gekomen?

Een berg bij een borg
'Brug bij den berg Slochteren', 1907 - Ansicht: K. Jongbloed, www.beeldbankgroningen.nl (1986-15826)

Toen Hendrik de Sandra Veldtman (1756-1816) in 1781 het landgoed Fraeylemaborg kocht trof hij een verwaarloosde toestand aan. Dankzij een slepend erfenisconflict tussen nazaten van de familie Piccardt was “het huis in een reddeloozen toestand en de heerlijke bosschen grootendeels gekapt”. De nieuwe borgheer pakte de zaken grondig aan. Hij liet borg en bijgebouwen renoveren en nam daarna het park onder handen.

De Engelse Landschapsstijl was inmiddels in Nederland de nieuwe tuintrend. De Sandra Veldtman liet in die stijl in 1802 een ontwerp maken voor het middendeel van zijn langgerekte park, waarschijnlijk door de bekende tuinarchitect J.D. Zocher sr. (1763-1817). Hij handhaafde daarbij de centrale zichtas en de twee diagonale assen vanuit het midden van de borg.

Blum

Het achterste deel van het park vertrouwde hij toe aan een in Groningen nog onbekende ontwerper: Georg Anton Blum (overleden 1827). Deze hovenier/ tuinarchitect was vooral in Overijssel bezig geweest met het ontwerpen van tuinen, bijvoorbeeld die bij Windesheim en Vilsteren. In Groningen tekende Blum (hij schreef zijn naam ook als Bloem) twee fraaie ontwerpen voor de Fraeylemaborg met alle populaire elementen van een Engelse aanleg. Hij ontwierp een slangenvijver, vier niervormige perken, vele slingerpaden, en ook een heuse berg!

Uitzicht

De berg was in zijn vlakke omgeving een indrukwekkend onderdeel. Voor de aanleg werd de uitgegraven grond van de waterpartijen benut. De langgerekte slingerende Slangenvijver (ook wel Rivier genoemd) leverde heel wat kubieke meters grond op. Vanaf de zo opgeworpen heuvel waren er uitzichten naar alle kanten: de zogenaamde vistalijnen. Deze gaven onder meer uitzicht op open velden midden in het bos, bedoeld voor het verbouwen van goudgeel graan. In hun fraaie contrast met de donkergroene boomgroepen kon de borgheer zo even snuiven aan het boerenleven. De werkende boer was als het ware levende aankleding van de natuur, een gedachte die goed paste in de Romantische aanleg van het park. Bovenop de berg werd in de 19de eeuw een huisje gebouwd waar de familie heerlijk kon zitten, theedrinken en uitkijken. Een tekening uit 1835 laat dit huisje, dat nu niet meer bestaat, zien.

IJs

Bij veel buitenplaatsen was de hoge berg ook de plek waarin een ijskelder werd gebouwd. Het tuinpersoneel hakte in de winter blokken ijs uit de nabijgelegen vijver, sloeg ze op in de ijskelder en haalde het ijs ‘s zomers weer tevoorschijn voor gebruik. Dit ijs werd dan gebruikt voor het bewaren en bereiden van levenmiddelen en dranken. In de hoge berg van de Fraeylemaborg heeft zo’n ijskelder nooit gezeten. Gezien de afstand tussen de berg en de borg (ruim een kilometer) zou het ijs ook bijna gesmolten zijn tijdens het transport.