Van Adorp tot Zuurdijk

1914-1945

Dr. Oortwijn Botjes, fytopatholoog

Jan Gerhardus Botjes werd geboren in 1878 te Oostwold. De jonge Botjes wilde landbouwer worden, net als zijn vader. Hij ging vervolgens studeren aan de Hogere Landbouwschool te Wageningen.

Dr. Oortwijn Botjes, fytopatholoog
Oostwolde (Oldambt), boerderij van den Heer Dr. J. Oortwijn-Botjes - Ansicht: Z.J. Koning Gz., www.beeldbankgroningen.nl (1986-14530)

In het begin van de negentiende eeuw was de aardappel een van de belangrijkste voedselbronnen. Regelmatig mislukten echter oogsten omdat de aardappelplanten ziek werden en niemand wist hoe deze ziekten bestreden konden worden. Dr. Botjes ontdekte echter de oorzaak van een aantal van deze gevreesde plantenziekten en ontwikkelde manieren om deze ziekten te bestrijden. Hij gold tot aan zijn dood in 1964 als een expert op het gebied van de landbouw en fytopathologie.

Zijn dubbele achternaam dankte Botjes aan zijn kinderloze oom en een tante, die hem een boerderij en de achternaam Oortwijn achterlieten. Nadat de boerderij van Oortwijn Botjes was afgebroken, kwamen er een park en nieuwe huizen. Als herinnering werd de straat naar dr. Oortwijn Botjes genoemd.

Anekdotes

Over dr. Oortwijn Botjes bestaan een paar anekdotes:

Meneer Botjes had al snel een auto. Een rijbewijs was nog niet nodig. De auto  kon alleen maar vooruit rijden. Daarom heeft de garage bij de villa grote voor- en achterdeuren, zodat hij via de achterkant naar de overkant reed, om de boerderij en zo weer terug. Vaak werd Botjes aangereden en er zaten behoorlijk wat deuken in de auto.

Op een gegeven moment werd er geld gestolen bij Botjes uit de studeerkamer. De dief trakteerde vervolgens iedereen op het voetbalveld onder het motto: ‘Botjes en ik hebben veel centen’. Bij de tweede poging liep hij echter tegen de lamp omdat de politie fluorescerend poeder op het geld had gedaan. In het voormalige café Brouwer moesten vervolgens alle jongemannen hun handen onder een lamp houden en zo werd de dief gegrepen.

De uitdrukking: ‘Kreiters vreugd is Botjes verdrait’ heeft te maken met het feit dat Botjes aardappelen en tarwe verbouwde op de Bouwte. Meneer Kreiter woonde op de plek van het gemeentehuis van Midwolda en had daar een hout opslag. Hij verkocht zijn land op de Bouwte aan mensen die daar (bij de  Schortinghuislaan) een huisje bouwden. Het gebied was kinderrijk en er werden veel dieren gehouden. Al die kinderen en dieren brachten veel schade toe aan de gewassen van Botjes. Dus Kreiter verdiende veel geld aan de grondverkoop maar Botjes leed verlies. Vandaar: ‘Kreiters vreugd is Botjes verdrait’.