Van Adorp tot Zuurdijk

1945-1989

De (w)arme jaren zestig van een kind op de basisschool

Het was 1960 toen ik als jongste van de club van zeven werd geboren onder de rook van de toenmalige strokartonfabriek “De Eendracht” in Appingedam. Voor de jongste in het gezin is het relatief gemakkelijk om mee te liften op de normen en waarden die al door de ouders en corrigerende broers en zussen waren ingesteld. 

De (w)arme jaren zestig van een kind op de basisschool
De wasstamper: een manier van voorwassen om het wasgoed en zeeppoeder goed te mengen. - Foto: Rinse Froma

Bij het brood eten - met negen persoonlijkheden aan tafel - waren er enkele gouden regels die niet overtreden mochten worden. Voeten onder je eigen stoel, geen ellebogen op tafel en zeker niet onder je hoofd, eerst je mond leegmaken voordat je een nieuwe boterham pakt, geen boter terugsmeren in het botervlootje, niet met volle mond praten en slechts een persoon mocht in het botervlootje. Dit laatste was natuurlijk om te voorkomen dat er “zwaardgevechten” zouden plaatsvinden tijdens het eten. Inmiddels ben ik zelf vader van drie kinderen, die vol ongeloof mijn relaas aanhoren, maar wel begrijpen dat er met zeven belhamels aan tafel er altijd wel één is die zin heeft om te keten.

Altijd zon

Op vierjarige leeftijd ging ik naar de kleuterschool “Altijd Zon” achter de Nicolaïkerk in Appingedam. Indrukwekkend was het houttransport door de Groeve richting de houtfabriek in Delfzijl. Twee jaar later ging ik naar de basisschool aan de Dijkhuizenweg in Appingedam. Het schijnt dat ik op de eerste schooldag aan juf Bond heb gevraagd of je ook snipperdagen had. 

Geen snipperdagen dus, maar het was inderdaad altijd zon op de scholen, ondanks dat er veel was van weinig. Op de school waren de meester en juf de baas. Vanaf klas 3 (nu groep 5) had je altijd een meester. Je liet wel achterwege om thuis je beklag te doen over vermeende misstanden, want destijds zaten ouders en onderwijzers altijd op één lijn. Ging je na schooltijd kattekwaad uithalen, dan was er ondanks het gebrek aan moderne communicatiemiddelen altijd wel iemand die je had gezien. Met kattekwaad bedoel ik deurtje bellen en - waar zie je dat nog tegenwoordig - of papieren pijltjes bij mensen door het open raam naar binnen schieten met een PVC buis. Het typische geluid van de destijds door de politie gebruikte donkerblauwe Volkswagenbusjes was dusdanig kenmerkend dat je direct wist wanneer het gezag naderde. Wegwezen dus!

Rinse Froma met op de achtergrond de strokartonfabriek. - Foto: Rinse Froma
Rinse Froma met op de achtergrond de strokartonfabriek. - Foto: Rinse Froma

Erg?

Inderdaad, geen telefoon, geen verwarmde slaapkamers, pas in 1967 een zwart-wit televisie met mijn held Floris en gewoon gewassen worden met water uit een teiltje, met een washandje bij het aanrecht in de keuken door mijn oudste zus. Erg? Nee, helemaal niet, want je wist gewoon niet beter. Je wereld beperkte zich tot de direct omliggende straten van je woonhuis want om met mijn groene step naar de andere kant van Appingedam te mogen gaan, bleek een illusie. Te gevaarlijk en veel te ver weg.

Damesfiets

De fiets - een opknappertje - kwam er pas op tienjarige leeftijd. Een mooie zwart-witte fiets zonder zijwieltjes (!) die mogelijk om veiligheidsreden als damesmodel was uitgevoerd. Immers, veel fietservaring had ik nog niet en dan is afstappen bij een damesmodel toch net iets eenvoudiger. Op het moment dat ik als twaalfjarige jongen naar het voortgezet onderwijs ging, kreeg ik een echte, maar wel gereviseerde mannenfiets.

De was

Zoals gemeld woonden we op een steenworpafstand van “De Eendracht” die nadrukkelijk aanwezig was in ons gezin omdat vader er zeseneenhalve dag per week zijn kost verdiende als lasser. Ook lag het wasgoed soms rustig te bleken op het grasveld, totdat de roetuitstoot van de strokartonfabriek moeder weer tot wanhoop dreef. Er bleef niets anders over dan opnieuw de was te doen, waarbij je als kind trots was dat je mocht meehelpen. Een heel machinepark om je kleren schoon te krijgen, stond toen in het schuurtje dat tegenwoordig als bijkeuken zou worden omschreven.

Als kind mocht ik de was stampen en omdat moeder het aantal keren aangaf hoe vaak je de stamper op en neer moest doen, leerde ik al spelenderwijs ook tot boven de tien te tellen. Dit stampen was een manier van voorwassen om het wasgoed en zeeppoeder goed te mengen. De wasmachine bevatte een soort van stalen driehoek die een halve slag heen en weer draaide, maar waar je zo in kon kijken. Vervolgens werd met een wringer het meeste water uit het wasgoed gewrongen. Als laatste stap werd het dan in de losstaande centrifuge gedaan, die je moest vasthouden totdat deze stabiel op volle toeren was. Bij het aanraken van dit draaiende apparaat - om deze uit te zetten moest je het deksel even op tillen terwijl de centrifuge nog op volle snelheid draaide - voelde je als kind een sensatie die gelijk moest staan aan hard autorijden danwel vliegen. Dat was prettig want een rijbewijs - laat staan een auto - hebben mijn ouders nooit gehad en vliegen was al helmaal een utopie in die tijd. De eerste man op de maan was in meer dan één opzicht nieuws van een andere planeet. 

Melkboer, bakker, dubbeltjesgas

Groenten verbouwen in de eigen tuin zoals prei, boontjes, rabarber en koolsoorten was voor een groot gezin een noodzakelijk kwaad. Als we stamppot aten en er bleef een beetje over werd dit aan de vogels gevoerd die werden gelokt door krachtig met een lepel in de pan te slaan. Het lukte altijd! De melkboer, de bakker en de man van het “dubbeltjesgas” lieten zich bijna dagelijks bij ons in de straat zien. De wintervoorraad aardappels rondbrengen bij de familie was voor mij een wereldreis op zich. Met een door mijn zwager geleende dikke Amerikaanse lichtblauwe Dodge zweefde ik over de N360 gelijk een vliegtuig.

Geneugten

Na de basisschool zijn we verhuisd naar de ander kant van Appingedam, met telefoon, douche, kleurentelevisie, verwarmde slaapkamers en andere duurzame artikelen die het leven van een aanstormende puber zo aangenaam maakten. Als ik nu weer door dezelfde straten fiets of loop - als destijds in mijn prille jeugd op het groene stepje - overvalt mij een aangename gemoedstoestand. Een heleboel 'files' op mijn eigen 'harde schijf' gaan spontaan open en ik constateer dat het goed was zoals het is geweest. We moeten verder.