75 jaar vrijheid

1940 tot 1945

De schuilkelder in Muntendam

Hendrik Kroeze had in Muntendam een handel in bouwmaterialen. Al in 1941 kwam hij in contact met het verzet en het bleek al gauw dat in de kelder onder zijn bedrijf onderduikers zouden kunnen verblijven. Enige tijd later kwam Kroeze in gesprek met Comprecht Eckstein, onderwijzer in Tripscompagnie en joods. Kroeze bood hem de schuilkelder aan. Op 4 oktober 1942 stonden Eckstein en zijn vrouw op de stoep, klaar om onder te duiken. De kelder werd klaargemaakt terwijl Comprecht en Rosetta zich tijdelijk in een loods verstopten: er kwam een toilet in, bedden, ventilatie. Tot de bevrijding op 14 april 1945 woonden het kinderloze echtpaar in de schuilkelder, alleen 's nachts konden ze af en toe een luchtje scheppen op het bedrijfsterrein. Zoon Piet bracht het eten en leegde het toilet. Bij de familie in huis verbleven ook nog onderduikers, op een bepaald moment zelfs zeventien. 

In de kelder bij de Ecksteins werden illegale krantjes gedrukt en werd het vlees van een clandestien geslacht varken bewaard. Na de bevrijding overleed Comprecht al in oktober 1945, maar Rosetta bereikte een hoge leeftijd. In een joods bejaardentehuis in Amsterdam verzuchtte ze: 'We zijn drie jaar lang met heel veel liefde verzorgd zonder dat we een cent konden of hoefden te betalen, en nu in dit joodse tehuis, onder geloofsgenoten, betaal ik dubbel!'

<p>De schuilkelder in Muntendam. Foto uit collectie Stichting Archief Muntendam.&nbsp;</p>

De schuilkelder in Muntendam. Foto uit collectie Stichting Archief Muntendam.