Van Adorp tot Zuurdijk

1914-1945

De onzedelijkheid van dansen

Er is tegenwoordig regelmatig het een en ander te doen over de zogenaamde houseparty’s, massale dansfeesten waar jongeren in groten getale op af komen en waar, ter vermeerdering van de feestvreugde, allerlei door criminelen gefabriceerde stimulerende pilletjes worden geconsumeerd. Burgemeesters van gemeenten waar dit soort evenementen plaatsvinden staan hier over het algemeen niet bij te juichen. Als verantwoordelijke voor de openbare veiligheid heeft hij de bevoegdheid het feest te verbieden.

De onzedelijkheid van dansen
Dansende koppels op een feestje, 1917. - Foto: P. Kramer, www.beeldbankgroningen.nl (818-08572)

Dat burgemeesters zich met dansfeesten bemoeien is niet iets van de laatste jaren maar is geworteld in een lange traditie, zoals blijkt uit een tussen de burgemeesters van de gemeenten Appingedam, Slochteren en Delfzijl gevoerde correspondentie uit de jaren twintig en dertig van de afgelopen eeuw. De burgemeesters van de gemeenten Delfzijl en Appingedam, de heren Buiskool en Klaucke, waren in 1929 met elkaar overeengekomen dat alleen elke tweede zondag van iedere maand in openbare gelegenheden tot 11 uur gedanst zou mogen worden. Deze dansavonden waren niet toegankelijk voor personen beneden de 18 jaar. 

Door de samenwerking tussen de buurgemeenten waren de dagen waarop het dansen toegestaan zou worden, goed op elkaar afgestemd om te voorkomen dat danslustigen van de éne gemeente naar de andere zouden reizen en op die manier twee, of misschien wel drie maal per maand gelegenheid hadden hun verderfelijke hobby uit te oefenen. 

'Absoluut ongewenscht'

In 1936 wordt de regeling verruimd. Door caféhouders in de gemeente Delfzijl was er bij de burgemeester op aangedrongen meer gelegenheid tot dansen te geven. Deze schrijft daarop een brief aan zijn collega te Appingedam waarin hij hem uitnodigt eens over deze aangelegenheid te komen praten. Ook de burgemeester van Slochteren zou bij dit gesprek aanwezig moeten zijn omdat te Steendam, gelegen aan het Schildmeer, een dansgelegenheid bestaat waarvan ook inwoners van Appingedam en Delfzijl gebruik maken. Doel van de bespreking is te komen tot een uniforme regeling voor de drie betrokken gemeenten. “Zal een regelend optreden van de overheid ter beteugeling van dit kwaad eenig effect sorteeren, dan is het noodig dat één regeling bestaat in aangrenzende gemeenten”, aldus de burgermeester van de havenstad, die daarbij alvast laat weten dat uitbreiding van het aantal dansavonden hem in het belang van de openbare orde en zedelijkheid “absoluut ongewenscht” voorkomt. Die regeling tussen de gemeenten Appingedam, Delfzijl en Slochteren komt er. De burgemeesters spreken af dat op 26 zondagen per jaar, dus om de 14 dagen, gedanst mag worden, een verdubbeling in vergelijking met de periode daarvoor, ondanks het “absoluut ongewenscht” van burgemeester Buiskool.

Elke zondag

In 1940 blijkt dat de burgemeester van Slochteren zich niet aan de regeling houdt. Veldwachter Van der Laan van Appingedam laat in een brief aan burgemeester Klaucke weten dat in Steendam gedurende het badseizoen iedere zondag gelegenheid tot dansen gegeven wordt. De caféhouders daar ter plaatse mogen, tegen de gemaakte afspraken in, de 26 zondagen naar eigen inzicht over het jaar verdelen. Van der Laan adviseert zijn burgemeester de regeling voor 1940 niet opnieuw te bestendigen. 

Klaucke laat zijn collega te Delfzijl weten dat Slochteren zich niet aan de afspraak houdt en dat hij op deze manier niets voelt voor voortzetting van de regeling, maar voordat er een antwoord komt breekt de oorlog uit. Voorlopig wordt naar andermans pijpen gedanst.