1815-1914

De ontmanteling van de vesting Delfzijl

Sinds het einde van de 16de eeuw was Delfzijl een vesting en werd ingesloten door zware vestingwerken. Wie de havenstad wilde veroveren, moest van goeden huize komen. In de loop van de negentiende eeuw was de manier van oorlogvoeren echter zodanig veranderd dat wallen en grachten hun verdedigende waarde verloren hadden, zodat ze eigenlijk alleen nog maar in de weg lagen. In 1874 werd daarom de Vestingwet aangenomen, die bepaalde dat alle vestingwerken in Nederland geslecht mochten worden.

De ontmanteling van de vesting Delfzijl

De vesting van 'Delfsiil', kopergravure uit 1600-1700. - www.beeldbankgroningen.nl (1536-5207)

De vestingwerken van Delfzijl waren eigendom van het Rijk en de ontmanteling daarvan was een taak voor het Ministerie van Financiën. In 1877 wordt begonnen met het verwijderen van courtine 3-4 met de Landpoort, de brug over de gracht en het ravelijn. Over de gracht werd een dam gelegd met een klinkerbestrating en een duiker. Voor het eerst konden de inwoners Delfzijl vanuit de Landstraat over de landerijen naar de horizon kijken.

Grote werken

Er was trouwens meer aan de hand in die periode in Delfzijl. In 1876 was het Eemskanaal gereedgekomen en er was juist een nieuwe weg aangelegd, de rijksweg langs het Damsterdiep naar Groningen. De spoorlijn naar Groningen was nog niet klaar, maar daar werd hard aan gewerkt. Deze zal in 1884 in gebruik worden genomen. Delfzijl wordt dus op alle mogelijke manieren met de buitenwereld verbonden, natuurlijk vooral met de bedoeling de handel te bevorderen en de welvaart te vergroten. Het plan is de vestinggronden na slechting van de wallen over te dragen aan de gemeente. De voormalige vestinggracht zal dan als binnenhaven gebruikt kunnen worden.

De ontmantelingswerkzaamheden gaan echter volgens het gemeentebestuur lang niet snel genoeg. Op 26 maart 1880 schrijven burgemeester en wethouders een brief aan de Minister van Financiën waarin zijne excellentie...

“...vrijmoedig in overweging wordt gegeven..." [een beetje vaart achter de zaak te zetten. Verdere vertraging zou nadelig zijn voor een vlotte aanleg van de spoorlijn en het zou een rem zetten op de ontwikkeling van] "...onze gemeente, onze zeehaven, het eenige groote aan- en afvoerpunt voor den zeehandel in deze provincie."

Niet zo snel

Het antwoord komt op 8 april: helaas kan de minister geen gevolg geven aan het verzoek van de gemeente om reeds nu over te gaan tot slechting van het resterende deel van de vesting. Eerst moeten de voorwaarden worden vastgesteld, waaronder de overdracht van de gronden aan de gemeente zal plaatsvinden, en daarvoor is het in de eerste plaats nodig dat de plaatsing van het nieuw te bouwen station en de ligging van de toegangswegen duidelijk zijn.

In 1883 is er nog steeds niets gebeurd. De minister laat per brief weten dat de staat zich niet tegenover de gemeente verbonden heeft de ontmanteling van de vesting binnen een bepaalde termijn te voltooien en dat hij geen belang heeft bij bespoediging van dit werk zolang de spoorlijn niet gereed is. Het zou echter kunnen helpen als de door de gemeente te bouwen brug over de binnenhaven in de nieuwe weg naar Groningen spoedig voltooid zou zijn en de daarbij liggende stenen beer opgeruimd zou worden. Het afvoeren van de grond van de wallen zou dan per schuit kunnen geschieden, wat de kosten aanzienlijk zou drukken.

Geen vesting meer

Of de gemeente deze brug nu snel heeft aangelegd is niet duidelijk; de aanbesteding voor de ontmanteling heeft in elk geval plaatsgevonden in december 1883. Volgens het bestek moest het werk voltooid zijn op 1 mei 1886, zodat we kunnen stellen dat Delfzijl vanaf die datum geen vesting meer is.