1648-1815

De Koning van Groningen: Jan Albert Sichterman (1692-1764)

Op 19 september 1692 kregen Galenus Sichterman en Margaretha Celosse hun vijfde kind, Jan Albert. Er zouden nog 6 nazaten volgen; een aantal overleed echter op jonge leeftijd.

De Koning van Groningen: Jan Albert Sichterman (1692-1764)
Jan Albert Sichterman met zijn zoon Jan Albert in 1745 - Schilderij: Philip van Dijk, collectie Groninger Museum

Evenals zijn vader nam Jan Albert Sichterman dienst in het leger, waar hij het tot luitenant bracht. Zijn onbekommerde jeugd in Groningen werd abrupt verstoord door een twist waarin hij verzeild raakte. Hij had het ongeluk dat hij daarbij - in een duel - zijn opponent doodstak. Hij was toen 23 jaar oud.

Om de gevolgen van zijn daad te ontlopen nam hij dienst bij de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Als onderkoopman vertrok hij in april 1716 - aan boord van de 'Generale Vrede' - naar Batavia, waar hij een half jaar later aankwam. Sichtermans vele en goede connecties aldaar zorgden ervoor dat het VOC-bestuur in Azië hem een jaar later als onderkoopman naar Bengalen (Hougly) stuurde. Twee jaar later werd hij bevorderd tot kassier en overgeplaatst naar de iets noordelijker gelegen factorij Cassimbazar, het centrum van de zijdeteelt in Bengalen.

Gunstig huwelijk

In Hougly, op 20 maart 1721, treedt Jan Albert in het huwelijk met Sibylla Volkera Sadelijn, dochter van Jacob Sadelijn, de latere directeur van Bengalen. Deze verbintenis met de niet onbemiddelde Sybilla, zou al gauw gunstig blijken te zijn voor zijn verdere carrière bij de VOC. Het echtpaar kreeg acht kinderen, die echter al op jonge leeftijd naar het vaderland werden gestuurd, waar zij onder de hoede kwamen van familieleden. De tweede zoon stierf op driejarige leeftijd. Jan Albert verhuisde weer naar de vestiging Hougly, waar hij toezichthouder werd over de pakhuizen (baanmeester).

Wegens onenigheden met de directeur van Bengalen, de beruchte Pieter Vuyst, werd Sichterman overgeplaatst naar Batavia. In 1725 werd hij echter aangesteld als koopman en fiscaal in Bengalen, waar Vuyst inmiddels was ontheven van zijn functie. De volgende jaren maakte Sichterman nog enkele malen promotie. In 1734 werd hij uiteindelijk door de Hoge Regering van de VOC in Azië benoemd tot directeur van Bengalen, als opvolger van Rogier Beerenaart, die eerder Sichtermans schoonvader Jacob Sadelijn was opgevolgd. De familie Sichterman vertrok daarop wederom naar Hougly.

Sichtermans had een neushoorn, Clara, als huisdier in Bengalen. - Schilderij: De Leidse Rhinoceros, Johann Dietrich Findorff © bpk Berlin / Staatliches Museum Schwerin
Sichtermans had een neushoorn, Clara, als huisdier in Bengalen. - Schilderij: De Leidse Rhinoceros, Johann Dietrich Findorff © bpk Berlin / Staatliches Museum Schwerin

Fortuin

De handelsactiviteiten van de VOC waren zeer lucratief. Daarnaast waren er talloze mogelijkheden voor particulieren om hiervan een graantje mee te pikken. Zo ook Jan Albert Sichterman, die een fortuin wist te vergaren met beleggingen en de handel in allerlei producten. Het verlangen naar vaderland en familie bleek steeds sterker te worden. Toen ook nog de binnenlandse politieke situatie in Bengalen verslechterde, deed hij een verzoek aan de heren van de Hoge Regering om terug te mogen keren naar het vaderland. Dit verzoek werd ingewilligd.

Na 28 jaren in de Oost te hebben gewerkt en gewoond, beëindigde Sichterman in 1744 zijn directeurschap van Bengalen. Bij aankomst in Batavia in juli 1744 kreeg hij te horen dat hij tot Raad van Indië was benoemd. Maar uiteindelijk vertrok Jan Albert Sichterman en zijn echtgenote met enkele Bengaalse bedienden op 24 oktober 1744 uit Batavia. De retourvloot, waarover Sichterman het admiraalschap voerde, zeilde in september 1745 de thuishavens binnen. Via Middelburg en Den Haag arriveerde Sichterman in Groningen, waar de familie hun nieuwe monumentale onderkomen aan de Ossenmarkt betrok.

De Ossenmarkt te Groningen, met geheel links (met de dubbele deur) het Sichtermanhuis - Foto: Kramer, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
De Ossenmarkt te Groningen, met geheel links (met de dubbele deur) het Sichtermanhuis - Foto: Kramer, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Dit stadspaleis had hij in de laatste jaren van zijn verblijf in Indië laten bouwen. De zeer grote collecties aan diverse kunstschatten uit alle windstreken (porseleinen serviezen, schilderijen, meubelen, munten, boeken, rariteiten en dergelijke) kregen daar hun plaats. Zoals meer gegoede Groninger families, bezat ook Sichterman een zomerverblijf buiten de stad, namelijk de buitenplaats 'Woellust' bij Wildervank. 

Een bestuurlijke functie heeft hij na zijn terugkomst in De Republiek niet meer uitgeoefend.
Op 15 januari 1764 kwam een plotseling einde aan het leven van deze markante Groninger, 71 jaar oud geworden. Hij werd zeer waarschijnlijk begraven in de Martinikerk. Enkele jaren later verkocht zijn weduwe het statige huis aan de Ossemarkt. In 1770 werd het in tweeën verdeeld. Ook de inboedel werd geveild. Sybilla Sadelijn verhuisde naar de Grote Markt, waar zij in 1781 overleed. De gehele nalatenschap werd verdeeld onder de vier nog levende kinderen en de erfgenamen van de overleden kinderen.