Spring naar inhoud

De Kabelwacht

Tot het leed dat de Duitse bezetter Nederland aanbracht, behoorde ook de zogeheten Kabelwacht. De Duitsers hadden een systeem bedacht, waarbij de notabelen van een dorp in weer en wind en op de meest ongunstige tijden de telefoonkabel moesten bewaken tegen saboteurs. 

Zo stonden tussen 1940 en 1945 in heel Nederland de plaatselijke dominee, dokter en notaris op wacht. Ze moesten wel, want als de kabel brak, werden de notabelen neergeschoten. Het was een perfect systeem. De Duitse bezetter koos bewust de notabelen als kabelwachters, om hen uit te putten, zodat verzet organiseren zwaarder werd. Ook stelden de Duitsers mogelijke saboteurs een dorp zonder notabelen in het vooruitzicht.

Het werkte: in heel Oost-Groningen is de kabel niet gebroken. Ook notabelen die actief waren in het verzet moesten op wachtlopen, zoals dominee Ader, en de fameuze schoolmeester Roze uit Nieuw-Beerta, die naam had erg streng te zijn.

De bevolking kon er de humor wel van inzien: er werden vele liederen over geschreven. Die werden natuurlijk alleen gezongen, als er geen ‘foute mensen' of Duitsers in de buurt waren, zo weet een betrouwbare getuige ons te vertellen. Dit kabellied is in een schoenendoos bewaard is gebleven:

De burgers moesten posten ja, ’t is heus geen grap ‘t kan hun de kop wel kosten als de kabel knapt. In regen, wind en barre kou de posten blijven Oranje trouw, al op de kabelwacht, al op de kabelwacht. Finsterwolde, Beerta, tezamen met Nieuweschans, staan nu te posten, voelen zich wat mans, en zonder mankeren vinden ze het fijn, om te bewaken de Oranjelijn, al op de kabelwacht, al op de kabelwacht. Ze zijn uitverkoren, om op wacht te staan. Het kaf onder het koren, behoeft er niet te staan. Dus NSB’ers, slaap maar zacht, de goeien staan op kabelwacht, aan de Oranjelijn, aan de Oranjelijn.

Tekening van kabelwachters in weer en wind. - Maker onbekend