Borgen: kastelen van het hoge noorden

1300-1648

De borg Ewsum in Middelstum

Even buiten Middelstum ligt op een eilandje het laatste stukje van wat eens een van de indrukwekkendste borgen van de ommelanden was. Over de ontstaansgeschiedenis van de borg Ewsum is weinig bekend. De naam Ewsum wordt voor het eerst met zekerheid in een oorkonde van 1371 genoemd. Maar in een oudere oorkonde uit 1353 wordt verteld van een jonker Ewe wiens kasteel "in den Oert" door Groningers was "omgeworpen', waarop Ewe een nieuwe burcht even westelijker heeft gebouwd. Dat zou in 1278 gebeurd zijn. Een probleem is, dat de oorkonde uit 1353 een vervalsing is. Waarschijnlijk is niet alles wat er in staat verzonnen, maar we kunnen niet meer vaststellen wat er precies van klopt en wat niet.

Toch lijkt het wel zeker dat Ewsum als een eenvoudig steenhuis is begonnen. Op een kopie van een schilderij dat omstreeks 1600 van Ewsum is gemaakt, zien we achter de slanke traptoren een gedeelte van het oude steenhuis. In de 15e eeuw kreeg de burcht een schildmuur die in het water was gebouwd. Deze muur had afgeschuinde hoeken. De burcht was toen circa 20 bij 25 meter groot. Later is de schildmuur verhoogd wat te zien is aan de nisachtige vorm waarin kennelijk een duiventil is opgesteld. De traptoren moet ongeveer 30 meter hoog zijn geweest en bood een schitterend uitzicht op de omgeving. Deze uitbreiding heeft Menneke van Ewsum uitgevoerd. Hij heeft in 1439 en 1442 steenhuizen in de omgeving gekocht en afgebroken. De stenen werden in de uitbreiding van de borg Ewsum gebruikt. Dat kwam veelvuldig voor. Tal van steenhuizen en later ook kloostergebouwen dienden als steengroeve voor andere bouwwerken.

Ridder

Mennekes zoon Onno van Ewsum schijnt op bedevaart naar het Heilige Land en Cyprus te zijn geweest, waar hij tot ridder is geslagen. Na zijn terugkeer in 1445 liet hij de kerk van Middelstum verbouwen en liet een jaar later een kapel in Toornwerd bouwen. In 1472 werd de zware ronde toren aan de zuidwesthoek van het kasteel gebouwd. Vanuit deze geschutstoren konden de verdedigers tijdens een belegering evenwijdig aan de zuid- en oostmuur schieten om aanvallen af te slaan. Misschien zijn er ooit plannen geweest om aan de noordwestelijke hoek en soortgelijke toren te bouwen, maar daarvan is het nooit gekomen. We zijn inmiddels al volop in de tijd van het buskruit en de kanonnen aangeland. De veranderingen in bewapening en tactiek gingen zo snel, dat daar eenvoudig niet tegen op te bouwen was. Toen de stad Groningen vernam dat de geschutstoren in aanbouw was dwongen zij Onno van Ewsum om de bouw aan te passen. Het onderste deel was al gereed en had een muurdikte van zes stenen, ongeveer 1,80 m. De bovenbouw mocht van de stadsbestuurders maar drie stenen dik zijn. Dat gedeelte is achthoekig uitgevoerd. De onderkant van de toren had een doorsnede van twaalf meter. 

Woonslot

In de 16e eeuw verloor Ewsum zijn militaire betekenis. Johan van Ewsum liet de burcht grondig opknappen. Van een burcht werd het een woonslot. Zo werden er in 1561 glas-in-loodramen aangebracht en een schouw met wapenschilden en het jaartal 1561. Tegen het oude steenhuis werd een traptoren gekroond door een barokke uivormige spits. De spits was gedekt met leisteen.

In 1648 kwam het slot in handen van Johan Lewe die er ging wonen. Hij liet Ewsum opnieuw grondig verbouwen. Het oude steenhuis liet hij afbreken tot op de fundamenten. De bovenbouw van de geschutstoren werd verwijderd en de toren werd met nieuwe stenen beklampt. Dat wil zeggen dat de muur met een dunne laag nieuwe stenen is bekleed. Een gedenksteen herinnert aan Onno van Ewsum die de toren liet bouwen. Voor de borg verrezen twee schathuizen of boerderijen die dienden voor het beheer van de uitgestrekte landerijen die de familie Ewsum en later Lewe bezaten. 

Duur wonen

In de achttiende eeuw werd het wonen op een borg als Ewsum niet eenvoudiger. De kosten van onderhoud waren aanzienlijk en toen in de Franse Tijd veel voorrechten van de adel werden afgeschaft, betekende dat dat veel borgen uiteindelijk werden afgebroken. Ewsum werd in 1863 voor afbraak verkocht. Dat afbreken ging voorzichtig, want er werd geprobeerd zoveel mogelijk bruikbaar materiaal over te houden dat verkocht kon worden. 

Resten

Wat er nu nog over is van de ooit prachtige borg is de onderbouw van de zware geschutstoren met daarin de gevelsteen die herinnert aan de bouw in 1472. Tot blikseminslag hem verwoestte stond er op het dak een leeuw die het wapenschild van de Ewsums droeg. Nu staat er een sierlijke pinakel met de wapenschilden van de families Ewsum en Lewe. De windvaan stelt ridder Onno van Ewsum voor. Verder is er nog altijd de dubbele gracht en het eiland waarop het huis ooit stond, nu omlijst door een statige rij lindebomen.

Alleen de oostelijke boerderij, waarvan de schuur is gebouwd in de Amsterdamse schoolstijl, staat nog. In de gevel het wapen van de familie Ewsum dat ooit in de traptoren heeft gezeten. Tegenover de boerderij, op de plaats waar het westelijke schathuis heeft gestaan, ligt nu een kruidentuin met de herbouwde fruitmuur waar druivenstokken tegenaan zijn geplant.

De oostelijke boerderij met schuur in de stijl van de Amsterdamse School (gebouwd 1932).
De oostelijke boerderij met schuur in de stijl van de Amsterdamse School (gebouwd 1932).