Verhalen uit de regio

1815-1989

Cornelis Jetses: 'Tekenmeester!'

'Jetses keek met eerbied en liefde naar al wat leefde.' Met deze woorden karakteriseerde Jetses' goede vriend Isings hem in 1973. Van deze eerbied en liefde getuigen Cornelis Jetses' vele illustraties die hij ons naliet. Het bekende leeplankje en zijn afbeeldingen van Ot en Sien spreken meer dan honderd jaar later nog steeds tot de verbeelding. De vele ongedwongen taferelen die Jetses tekende, spraken talloze kinderen aan en maakte de leerstof aanschouwelijk. Via de lagere scholen kregen de prenten uiteindelijk een miljoenenpubliek. En dat terwijl de kansen tot beroepstekenaar bij Jetses' geboorte zo goed als uitgesloten leken. Hij werd geboren als zoon van een pakhuisarbeider in Groningen.

In 1873 werd Cornelis Jetses geboren en al tijdens zijn kinderjaren kwam zijn liefde voor tekenen naar voren. Zijn schetsboeken waren zijn meest kostbare bezit en hij verliet zelden het huis zonder er eentje mee te nemen. Zijn meester van de Volksschool ontwaarde ook al gauw Jetses' talent en liet hem iedere zaterdag zo lang tekenen als hij wilde. Met zijn vriendjes richtte Jetses een tekenclubje op; samen schaften ze houtskool en schetspapier aan. Ze trokken erop uit om tekeningen te maken langs de oevers van het Reitdiep. Jetses zou de rest van zijn leven zijn inspiratie uit zijn directe omgeving halen. Voor specifieke opdrachten trok hij er vaak op uit om taferelen te bekijken en na te tekenen.

Een buitengewone kans

In 1885 deed zich voor Jetses de kans van zijn leven voor. Hij kwam in aanmerking voor financiële steun van het Fonds ter ondersteuning van Jongelieden. In de Korenbeurs moest hij tegenover vijf heren van het Fonds duidelijk maken hoe graag hij tekenaar van beroep wilde worden. Het verhaal gaat dat zijn goede vriend Harm Ellens hem de raad had gegeven om alle vragen enthousiast te beantwoorden met 'tekenmeester!'. De opzet slaagde en Jetses werd op twaalfjarige leeftijd toegelaten tot de avondschool van de Kunstacademie Minerva voor een periode van negen jaar. Een buitengewone kans in die tijd voor een jongen uit een arbeidersgezin. Jetses zou zijn kans ten volle benutten.

Aanschouwelijk onderwijs

Na zijn opleiding vertrok Jetses in 1894 naar Duitsland, waar hij aan de slag ging als decoratieschilder. Maar zowel in Duitsland als later tijdens zijn vervolgstudie aan de Rijksacademie in Amsterdam bleef hij contact houden met Uitgeversbedrijf Wolters in Groningen. Wolters was onder meer uitgever van lesmethoden en speelde in 1901 in op de grote vraag naar nieuw lesmateriaal. Dankzij de Leerplichtwet van 1901 waren kinderen tot twaalf jaar verplicht naar school te gaan. Nieuwe educatieve lesmethoden waren erop gericht het onderwijs aanschouwelijk te maken en aan te laten sluiten bij de wereld van het kind. Vanaf 1902 begon Jetses met het illustreren van vier schoolboekjes waarin de kinderen Ot en Sien figureerden. Een aantal jaren later kreeg Jetses de opdracht afbeeldingen te maken bij het leesplankje aap-noot-mies. De allesomvattende vertelselplaat erbij werd bij veel kinderen geliefd.

Groninger zelfportret

Dat kinderen genoten van de platen van Jetses kwam waarschijnlijk doordat Jetses zijn jeugdherinneringen met veel liefde verbeeldde. Zo stonden zijn vrouw Albertina Holkamp en zijn dochtertje Everdina model in het schoolboekje Dicht bij huis. Zijn dochtertje en haar Duitse vriendje stonden samen model voor Ot en Sien. Naast zijn gezin gebruikte Jetses herinneringen aan de stad Groningen voor zijn platen. Voor een schoolplaat over het hooiland putte hij uit herinneringen aan bezoekjes aan zijn oom en tante die in Harendermolen woonden. Op een plaat waarop 'Piet en Mientje' op een pleintje spelen zijn op de achtergrond de contouren van de A-kerk zichtbaar. Ook het Noorderplantsoen is terug te vinden op één van zijn platen. Maar de meest duidelijke verwijzing naar Jetses' band met Groningen is het zelfportret dat hij in 1935 schilderde: staande voor een oude stadsplattegrond van Groningen.

Schilder

Weinig mensen realiseren zich dat Jetses ook kunstschilder was. Zijn meesterproef schilderde hij rond 1920. Dat schilderij van ca. 2 bij 3 meter hangt tegenwoordig in de kooromgang van de Martinikerk te Groningen en stelt de kruisafname van Christus voor, geschilderd in 'oude stijl'. Het is in permanente bruikleen van de Gerrit van Houten Stichting.

Jetses overleed in 1955 en was één van de meest geliefde illustratoren van Nederland.

 

Bronnen:
Jan A. Niemeijer, De wereld van Cornelis Jetses (2004).
Bob Verschoor, Dicht bij huis (2014).