1815-heden

Brons' 'bakjesknapper' bracht revolutie

De N.V. Appingedammer Bronsmotoren Fabriek is bijna honderd jaar een toonaangevend bedrijf geweest in Appingedam. Oprichter en directeur Jan Brons kwam oorspronkelijk uit Wagenborgen, maar zijn zakenpartner en rechterhand Dirk Bonthuis Tonkes regelde voor hem een fabrieksterrein aan het Damsterdiep. Brons liet woningen bouwen voor zijn arbeiders, was de eerste in Nederland die een ziekteverzekering afsloot voor zijn werknemers en het sociale leven rondom de fabriek bloeide. 'Als je bij Brons werkte, was je kostje gekocht!' was de heersende opvatting in de jaren vijftig. 

De wieg van Jan Brons staat in Wagenborgen, waar hij in 1865 als oudste zoon van timmerman-aannemer Tjako Brons en zijn vrouw Heiltje Diephuis wordt geboren. De jonge Jan gaat naar de dorpsschool, maar als hij twaalf is, blijft hij op een dag thuis van school en doet hij wat hij zijn vader al talloze keren heeft zien doen: met een zaag, beitel en schaaf maakt hij een deurkozijn.

Wanneer vader 's avonds thuiskomt, krijgt Jan eerst een uitbrander omdat hij niet naar school is geweest, maar als pa het werkstuk bekijkt, ziet hij dat het goed in elkaar zit. Jan mag voortaan mee 'op karwei'. Hij is leergierig, handig en ontwikkelt allerlei vaardigheden, van metselen tot houtbewerking. Op zijn zeventiende tekent hij het bestek voor de nieuwe kerk en toren van zijn geboortedorp. Zo is Jan Brons voor zijn achttiende al architect, timmerman, metselaar, voeger en stukadoor.

“De oude Brons was een heel intelligente man. Ko (Tjako) was de zoon van Jan en hij vertelde mij eens over zijn studententijd. Ko zat thuis al de hele dag te blokken op een som, maar het wilde maar niet lukken. 'Wat hestoe toch?' vroeg zijn pa. Ko liet hem de som zien en Jan loste deze zó voor hem op. Ko was directeur toen ik bij Brons werkte en hij was altijd vol bewondering voor zijn pa.”

Lourens Rollema (1926), monteur bij Brons (1950-1970)
Dorsen van de graanoogst met een stoommachine, ca. 1895. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (818-12505)
Dorsen van de graanoogst met een stoommachine, ca. 1895. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (818-12505)

Machines en motoren

In 1886 is Jan Brons eenentwintig als hij de boeren om zich heen geïnteresseerd ziet kijken naar de nieuw ontwikkelde dorsmachines, die de graanoogst een stuk gemakkelijker maken. Jan bedenkt een systeem dat wordt aangedreven door paarden en de firma T. Brons & Zn. verhuurt vanaf dat moment ook dorsmachines. Maar in Nieuw-Scheemda repareert Jan zijn eerste stoommachine. Dat machtige apparaat boeit hem zodanig, dat hij studieboeken aanschaft over stoomaandrijving en in 1891 bouwt hij zelf een stoomdorsmachine, terwijl hij zich intussen ook begint te verdiepen in brandstofmotoren. Het wil echter maar niet lukken om een werkende motor te ontwikkelen.

In oktober 1893 echter ontdekt Jan wat het probleem is geweest: tijdens de reparatie van een splinternieuwe motor in Winneweer ziet hij in, dat hij het woord petrol in de Engelse boeken steevast heeft vertaald met petroleum, terwijl er benzine bedoeld wordt. Met wat aanpassingen krijgt Jan het echter toch voor elkaar om zijn motor op petroleum te laten lopen. Een gouden tijd begint.

Van 'bakjesknapper' tot wereldmerk

De motoren van Brons blijken veelzijdig, maar niet elk experiment slaagt. De motoromnibus die Brons in 1899 ontwikkelt voor een lijndienst tussen Assen en Beilen wordt een mislukking, hoewel de proefritten niet slecht verlopen. Jan Dopper, een van Brons' werknemers, bouwt in 1903 een motorfiets met een Bronsmotor. Het blijft bij dat ene exemplaar.

Ondertussen experimenteert Jan Brons verder, zich baserend op de door Rudolf Diesel ontwikkelde verbrandingsmotor. Hij wil diens dieselmotor verbeteren en in 1904 ontwikkelt hij een zogenaamde verstuiverbak of 'bakjesknapper'. Nadat een Duitse patentcommissie de revolutionaire vinding met eigen ogen is komen bekijken, krijgt Jan op 20 januari 1906, op zijn verjaardag, te horen dat er patent is verleend.

De Bronsmotor is eenvoudiger van constructie dan de dieselmotor en bovendien betrouwbaarder in gebruik. Al snel wordt het systeem wereldwijd toegepast en Brons wordt een belangrijke merknaam in de machine- en motorenwereld. Nog in datzelfde jaar begint de bouw van de grote Bronsmotorenfabriek. De locatie wordt geregeld door Brons' rechterhand, de Damster Dirk Bonthuis Tonkes, wiens familie een stuk grond heeft aan het Damsterdiep.

“Kwaliteit was altijd erg belangrijk bij Brons. Ik was veel op pad om nieuwe motoren te installeren op schepen. De eerste reis voer je dan mee, als garantie. Een Bronsmotor was onverwoestbaar. Daarom zijn er nu ook allemaal verzamelaars: die motoren zijn antiek. De bakjesknapper kun je herkennen aan zijn geluid: omdat er een voorverbranding plaatsvindt, hoor je steeds 'ta-bak, ta-bak.'”

Lourens Rollema (1926), monteur bij Brons (1950-1970)

De N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek

In april 1907 opent de motorenfabriek van Brons haar deuren. Appingedam is een tak van industrie rijker en Brons begint voortvarend. Al in 1908 blijkt de 'oude fabriek' te klein en wordt er een gieterij en tweede fabriekshal bijgebouwd.

De Eerste Wereldoorlog is een zware periode voor de Brons Motorenfabriek. Grondstoffen kunnen niet geleverd worden, werknemers moeten in militaire dienst en een deel van de inventaris wordt geconfisqueerd door de overheid. Het duurt tot ruim een jaar na afloop van de oorlog voordat de fabriek weer op stoom is en gouden tijden beleeft.

Maar in 1930 slaat de economische crisis ook bij Brons toe. Er komen geen orders meer binnen en de bestelde machines en motoren worden niet betaald. Brons zakt weg in de rode cijfers en komt met een drastisch voorstel: of de helft van het personeel wordt ontslagen, of het personeel levert een kwart van hun loon in. De werknemers gaan akkoord met het laatste en redden zo hun fabriek.

“In Appingedam had je drie klassen arbeiders. De laagste klasse werkte bij strokartonfabriek De Eendracht. Dan had je de werknemers van machinefabriek Ter Borg & Mensinga, en helemaal bovenaan stonden die van Brons, dat was de superklasse. Er was eens sprake van een staking om meer sociale voorzieningen, maar de mensen van Brons wilden niet meedoen. Die hadden het al goed. Als je bij Brons zat, dan was je kostje gekocht. Dat was misschien niet helemaal zo, maar het unieke van Brons was zeker dat de sociale voorzieningen heel goed waren.”

Ep Roggeveld (1945), draaibank-korteraar bij Brons, 1968-2007

'Onverzettelijk en onuitputtelijk'

In zijn jaren als directeur blijft Jan Brons onverminderd werken aan nieuwe ontwerpen voor verschillende typen motoren. Hij experimenteert met een tractormotor en verdiept zich nogmaals in de automotor, maar zonder veel succes. Maar de scheepsmotoren van Brons genieten wereldfaam en zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog blijven de orders binnenkomen. De fabriek krijgt andermaal te maken met allerlei beperkingen, maar slaagt erin te blijven draaien. Bij de bevrijding in 1945 raakt de fabriek flink beschadigd door vernielingen en bombardementen, maar al drie weken later draait de bedrijfsmotor weer op volle kracht.

Jan Brons blijft tot aan zijn dood betrokken bij de fabriek. Op zijn 88e begint hij voor een van zijn ingenieurs nog aan schetsen voor een nieuw soort motor, maar na een kort ziekbed overlijdt hij op 9 februari 1954. In herdenkingstoespraken wordt Jan Brons geëerd als iemand met 'een onverzettelijke werkkracht, een onuitputtelijk geduld en een groot vertrouwen.'

Brons moderniseert en innoveert, maar kan de concurrentie met goedkopere bouwers steeds minder goed aan. Na verschillende fusies en een overname valt in 2004 definitief het doek voor de Appingedammer Bronsmotorenfabriek. In bijna honderd jaar werden meer dan vierduizend Bronsmotoren gefabriceerd en wereldwijd verkocht.

Jan Brons aan de tekentafel in 1950. - Foto: collectie Gemeente Appingedam
Jan Brons aan de tekentafel in 1950. - Foto: collectie Gemeente Appingedam