Stad & Universiteit

1815-1945

Betsy Bakker-Nort (1874 – 1946): Rechtvaardig Feministe

Betsy Bakker-Nort studeerde rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit. Ze streed vurig voor het vrouwenkiesrecht en het afschaffen van de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen.

Betsy Bakker-Nort (1874 – 1946): Rechtvaardig Feministe

Noorderhaven 13, de woon- en werkplek van Bakker-Nort. Foto: Sanne Meijer

Betsy Nort werd in 1874 geboren in een Joods gezin dat in de Folkingestraat te Groningen woonde. Later in haar leven nam zij echter afstand van haar Joodse geloof. Ze groeide op in een vrouwengezin, want haar vader stierf vroeg. Na haar middelbare school verbleef ze enkele jaren in Denemarken en Zweden om daar Scandinavische talen te leren. In 1904 trouwde ze met Gerrid Pieter Bakker, graanhandelaar en publicist.

Schets van de rechtspositie der getrouwde vrouw

Op 34-jarige leeftijd begon Bakker-Nort aan een studie rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 25 juni 1914 verdedigde zij haar proefschrift getiteld Schets van de rechtspositie der getrouwde vrouw in Duitschland, Zwitserland, Engeland, Frankrijk en Nederland waarin zij de maritale macht van de man bekritiseerde en zich inzette voor handelingsbekwaamheid van gehuwde vrouwen: “’t Huwelijk berooft de vrouw van haar met groote offers verkregen zelfstandigheid en brengt haar terug in de staat van onmondigheid”.

Door het volgen van een rechtenopleiding kon Bakker-Nort naar haar mening beter voor de positie van de vrouw opkomen. Haar feminisme was sterk beïnvloed door haar jeugd: “’t Trof me reeds als klein meisje, dat mijn flinke zelfstandige moeder niet mocht stemmen voor de Gemeenteraad, en elke nog zoo domme man wel”.

<p>Betsy Bakker-Nort. Bron:&nbsp;Foto P. Kramer, Groninger Archieven (1785_10222)</p>

Betsy Bakker-Nort. Bron: Foto P. Kramer, Groninger Archieven (1785_10222)

Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht

Ze werd als 20-jarige vrouw lid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VvVK), afdeling Groningen. Daarmee was ze één van de leden van het eerste uur. Bakker-Nort raakte bevriend met de twintig jaar oudere Aletta Jacobs, met wie zij door de provincie Groningen trok om meer vrouwen voor de vereniging te werven. Zo maakten Bakker-Nort en Jacobs eens een voettocht van Veendam naar Stadskanaal door de stromende regen. Bakker-Nort beschreef vervolgens haar bewondering voor enkele feministische plattelandsvrouwen die zij onderweg tegenkwamen.

Bakker-Nort streed met de VvVk hartstochtelijk voor vrouwenkiesrecht en betere huwelijkswetgeving. Tijdens haar strijd voor de positie van vrouwen was zij woonachtig aan Noorderhaven nummer 13.  Nadat Nederland het vrouwenkiesrecht had verkregen in 1919, oefende zij deze ambitie ook uit toen zij van 1922 tot 1940 voor de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) in de Tweede Kamer zat. Vanuit deze positie was zij van 1930 tot 1938 vice-presidente van de Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap.

Tweede Wereldoorlog

Toen Nederland in 1940 werd bezet door Duitsland moest Bakker-Nort als Joodse vrouw, ondanks dat ze afstand had genomen van het Jodendom, haar werkzaamheden in de politiek staken. In 1942 ging zij met vervroegd pensioen. Ze werd gedeporteerd naar kamp Westerbork en vervolgens doorgevoerd naar concentratiekamp Theresiënstadt. Bakker-Nort overleefde het concentratiekamp en overleed in 1946 op 72-jarige leeftijd. Helaas heeft zij de vruchten van haar strijd jegens de huwelijkswetgeving niet meer kunnen meemaken. Tien jaar na haar overlijden, in 1956, werd de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen eindelijk afgeschaft.